23-10-12

Mantel

IMG_3908.JPG

 

 

“Ik wil niet in een wereld zonder kathedralen leven.

Ik heb hun schoonheid en verhevenheid nodig.

Ik heb ze nodig als verzet tegen de platvloersheid van de wereld.

Ik wil opkijken naar de stralende kerkramen en me laten verblinden door hun bovenaardse kleuren. Ik heb hun glans nodig.

Die heb ik nodig als verzet tegen de smerige eenheidskleur van uniformen.

Ik wil mijzelf hullen in de bittere kou die in de kerken hangt. Ik heb hun gebiedend zwijgen nodig. Ik heb het nodig als verzet tegen het gebral van de kazernes en het stompzinnig gezwets van de meelopers. Ik wil het bruisend geluid van het orgel horen, die stortvloed van klanken, bovenaardse klanken. Ik heb die klanken nodig als verzet tegen de schelle lachwekkendheid van marsmuziek. Ik hou van biddende mensen. Ik heb hun aanblik nodig als verzet tegen het verraderlijke gif van de oppervlakkigheid en de stompzinnigheid. Ik wil de machtige woorden van de bijbel lezen. Ik heb de magische kracht van hun poëzie nodig. Ik heb ze nodig als verzet tegen de verwaarlozing van de taal en de dictatuur van de leuzen. Een wereld zonder die dingen zou een wereld zijn waarin ik niet meer wil leven.”

(Nachttrein naar Lissabon, Pascal Mercier)

 

Een orgel is wind van mensenhand. Een kerkgebouw is een heelal van mensenhand. Zingen is de beweging van de sferen, maar door mensenstem. Glasramen zijn zon in licht, en licht in zon, maar een mensenhand maakte ze. Gezichten in een kerk zijn zoals hun geboorte hen op aarde zette: nieuw, en zonder verdienste – gewoon ontmoeting in zijn eerste vorm, dat is: elkaar het bestaan laten, of het voorzichtig beginnen delen...

Soms moet je, in bovenstaande alinea, “is” lezen als “zou moeten zijn...”,  dat weet ik genoeg. Maar dat doet niets af aan wat ik zeg. (Een schoonbroer van mij maakte ooit eens een pauselijke audiëntie mee en kan zijn weerzin tegen dat theater, zoals hij het zelf noemde, na jaren nog altijd niet verbergen. Wat pausman zegt en wat hem geantwoord moet worden, wordt door een en dezelfde persoon geschreven...) 

Er zijn meer sacrale plekken dan alleen de Vatikaanse. Kleine kloosterkerkjes, landelijke troostkapellen, donker schuilkerkje in een drukke winkelstraat, dorpskerkjes waar een onbekende hand geschuurd en gepoetst heeft, een leeg plekje waar de Quakers hun wekelijks uur zwijgen bij elkaar doorbrengen, alle leeggemaakte ruimtes waar de zen-verzonkenen zitten, een soldatenkerkhofje te midden van het omgeploegde land, een zwijgende crypte, een kunstwerk dat de juiste vragen mag stellen, monniken die in een kerk waar de duisternis al invalt beginnen te zingen, een kluis waar iemand heel alleen ’s nachts opstaat, brandende kaarsen die verlangens bijhouden in grotten, zijkapellen of thuis op een kast, ziekenbezoek en gevangenenbezoek, het doodsbed waar voor de stilte geen woord bestaat. Zovele plekken die als een mantel zich toevouwen willen over mensen zoals, inderdaad, de geboorte ze op aarde zette: naakt, weerloos, en zo oneindig...

Religiositeit is niet het eigendom van het Vatikaan, noch van Salafisten, noch van de Amerikaanse of Iraanse president, noch zelfs van gelovigen of volgelingen, maar van ieder mens die zich naar binnen keert, zich afvraagt of inderdaad “there are more things between heaven and earth than are dreamt of in your philosophy”, zoals Hamlet het roekeloos zei tot zijn vriend Horatio, en dan het geduld niet had om ernaar op zoek te gaan. 

Religiositeit heeft niets te maken met leerstellingen, met magische ingrepen van “hierboven”, met een scheiding tussen goed en kwaad, met een onzichtbare wereld in de zichtbare, maar alles met het vinden van een grond waarop met enige zekerheid geleefd kan worden dat het leven goed is. Geen kille doortocht, maar een gedeelde ervaring van goedheid, waarin die goedheid misschien wel groter is dan een mens alleen kan meedragen, bevatten, doorgeven. Zoals wetenschap gevoed wordt door het zoeken en vinden van elke wetenschapper afzonderlijk, zo wordt die goedheid gevoed door de levenservaring van elke mens. Niet alleen in wat positief is gedaan, maar misschien ook in de afwezigheid ervan. Om het met een oud Grieks begrip te duiden: in het tragische besef van dit onvolkomen en onrechtvaardige leven van ons, waaruit toch zo’n immense hunker spreekt.

Hier spreekt een zoekend mens, ik weet het. Gelovigen zullen mij verwijten dat ik de lege plek niet invullen wil. Ongelovigen zullen mij verwijten buiten de lijntjes van het objectieve te denken. In het eerste geval: leegte is van het mooiste dat er is. Zowel in de natuur, als in het gezamelijke zwijgen van vrienden en geliefden, als in luisteren dat ruimte schept, als in de grote lege tonen van muziek, enzovoorts. Waarom dan niet voor zinzoeken?

In het tweede geval: er zijn nu eenmaal vragen die te groot zijn voor het meetbare. Iedereen kan daar voorbeelden genoeg van geven: liefde, dood, eenzaamheid, kijk om je heen. Het klein meetlatje van onze waarnemingen is dan wel heel pover...

 
(foto: Lubeck)

Commentaren

Je krijgt mijn 'fiat' voor jouw 'credo', Guido.

Mooi! Imprimatur.

Gepost door: Uvi | 23-10-12

Ook een zoeker mag misschien een credo hebben.
Maar dan eentje als de lucht: altijd in beweging.
Of als een mens: elke dag wat meer leven.

Ooit zag ik in de bbc-reeks Millennium een oude Indiaanse grootvader 's morgens op een heuveltje zijn gezicht keren naar de zon. En al dat licht loven. En naast hem zat zijn kleinzoon, en die keek naar zijn ouwe opa, met evenveel verwondering en wellicht vervulling, maar dan zonder loven wegens daarvoor nog te klein.
Zo'n soort credo, daar hou ik wel van.

digitale groet

Gepost door: guido | 24-10-12

De commentaren zijn gesloten.