01-02-13

Woordenlichaam

 IMG_3589.JPG  Woorden zijn ons tweede, en grotere lichaam. Met woorden kunnen we anderen aanraken, efficiënter (in positieve of in negatieve zin) dan we dat met onze handen kunnen doen. Met woorden kunnen we oneindig veel meer organiseren, zonder dat we er zelf naartoe moeten, of er bij moeten blijven. Met woorden dragen we het verleden mee, dat domein dat voor een lichaam ontoegankelijk is. Met woorden dalen we in ons hoofd, dat andere zo verwarrende domein van ons leven. Met woorden vertellen we verhalen, laten we dat lichaam even achter om te delen in een ander leven, een ander lichaam. En zo voort.

Ons lichaam heeft weet van dat andere. Alles ligt klaar, opdat een tweejarige in razend tempo dat andere vel aantrekt en ermee gaat praten. De uk doet het misschien nog in zijn broek, weet niets van gevaren allerhande die hem bedreigen, maar leert wel een van de ingewikkeldste dingen gebruiken die hem als mens zijn meegegeven, de taal. Het blijft telkens een wonder, niets minder dan een wonder.

Wellicht dat ons eerste lichaam het diepste blijft, dat wel. Zoals je iemand een hand op de schouder legt, of omhelst, wanneer alle woorden ontbreken om te troosten, of nabij te zijn. Zoals je anders praat als je tegenover iemand staat of zit, dan wanneer je een mail zendt, of een verslag maakt. Dat eerste lichaam, van vlees en bloed, en adem en zintuigen, is het diepste en het meest kwetsbare. Woorden kunnen niet leeglopen, bij wanhoop,  of leegbloeden, wanneer er echt gekerfd wordt. Woorden kunnen wel jarenlang iemand achtervolgen. Net zoals een compliment voedsel kan zijn voor lange tijd.


IMG_0244.JPG  Hoe doen die vreemde dingen dat toch? Ze staan netjes bij elkaar in een woordenboek, en niemand zou durven denken dat ze zo lichamelijk zijn. Elk woord een poging, van dat andere lichaam, om een hand uit te steken naar weer iets dat voorbij komt, naar weer een complexiteit die indeling nodig heeft. In een woordenboek slapen ze, in het echte leven vullen ze zich met echt leven, succesvol of vol onvermogen. Ons eerste lichaam trekt ze aan als kleren, als sterkere vingers en armen en voeten, haalt er mensen mee dichterbij, of jaagt ze integendeel weg. Zozeer is taal op dat eerste lichaam gaan liggen, dat dat eerste niet meer zonder kan: niemand kan leven zonder dat de woorden alles voor hem indelen, bijhouden, roepen, laten zingen. De radeloosheid van wie afasie opliep: ik zag ooit hoe een collega op alle dingen rond hem in huis post-its moest plakken met de naam op geschreven. Zonder woorden was geen verder leven mogelijk (hij was leraar aardrijkskunde, en net die kennen honderden namen meer van de wereld dan gewone stervelingen).

Commentaren

Mooi, Guido.

Gepost door: Uvi | 01-02-13

De commentaren zijn gesloten.