19-02-13

Lectuur

Enige lectuur van de jongste weken.

twee soldaten rosslund hellstrom.jpgEen ontdekking was het Zweedse duo Roslund & Hellström, met hun aangrijpende boek Twee soldaten. Ik was er zéér van onder de indruk: het beeld van jonge jongens (onder de 18), die meester-criminelen worden, over de verwoesting aangericht door drugs en geweld, over afwezigheid van liefde en zorg, de wanhoop van wie wel nog om hen bekommerd is en zich het hoofd breekt over redding, het uitzichtloze politiewerk, enz.  En dat alles in een stijl die je over de pagina’s jààgt, dat zelfs de gewone zinsbouw het af moet leggen tegen de razernij van spreken, denken, schreeuwen.

Nadien las ik Het meisje onder de straat. Opnieuw opgebouwd als politieroman, maar zoveel meer: een aanklacht tegen mensensmokkel, tegen blind blijven voor wie op straat leeft, of onder de grond. Minder opgejaagd geschreven als hun laatste boek, maar even overtuigend.



Mak Omslag Reizen zonder John klein.jpg

Reizen zonder John (grappig, ik schreef eerst zonder Charley...), het nieuwe boek van Geert Mak, heeft een misleidende titel. Er wordt heel het boek door wel degelijk met hond Charley en John Steinbeck gereisd: de route is dezelfde, Steinbecks observaties en reflecties worden nagelopen en vergeleken. Tussendoor vertelt Mak ook over zijn eigen ontmoetingen en gesprekken.

Maar het dikke boek stelt wat teleur: er worden zoveel kilometers afgemaald, dat het geheel (ook weer in het spoor van wat Steinbeck hem voordeed) een jachtige, oppervlakkige indruk maakt. 33 staten worden “aangedaan”, en echt stilstaan en goed rondkijken is dat natuurlijk niet. Het is geen In Europa, dit boek. Heeft die geweldige verhalen niet, die de tijdslijn van de 20e eeuw een gezicht geven.

Heeft ook die persoonlijke tragiek niet. Tenzij daar waar Mak de verschuiving laat zien in de USA naar een standenmaatschappij, waar rijk rijker wordt en arm armer. Een gepolariseerde maatschappij, met een politiek als loopgravenoorlog. Een maatschappij waar de staat doelbewust onverschillig geworden is. Het meest pijn deed de lectuur bij de verhalen over wat orkaan Katrina, maar vooral de verwaarlozing van de waterhuishouding in New Orleans hebben aangericht, het totale gebrek aan hulp en opvang nadien, aan wederopbouw, aan gezamelijke wil om de stad terug te geven aan haar bewoners. Bush kwam een week later op bezoek, er werden enkele werkende kranen aangevoerd, om actie te suggereren, en ’s avonds waren die al weer weg, samen met de televisiecamera’s. Pijn deed ook te merken hoe de segregatie wel niet meer zo extreem is als 80 jaar geleden, maar toch veel te vaak onzichtbaar verder leeft, bvb in de opkomst van blank privé-onderwijs nadat de eerste zwarten de blanke scholen mochten binnengaan, met de teloorgang van het openbare onderwijs tot gevolg. 

journal cure campagne.jpgTussendoor graaide ik in mijn bibliotheek. Onder andere Journal d’un curé de campagne, van Georges Bernanos. Vooral omdat ik altijd aan de titel van dat boek moet denken, als we naar Parijs rijden. Door dat eindeloze landschap van Picardië, licht heuvelend, landbouwgrond met plukjes bomen, en regelmatig een kerktoren met een dorp rond. Het zijn die kleine dorpen waarin ik mij de curé voorstel, opgesloten in de benauwenis van een veel te klein leven en een veel te klein denken. De eerste bladzijden van de roman ademen die sfeer ook uit: een en al dieptreurige verveling en kleinheid. De roman voldoet niet als roman, want is ook teveel essay, waarin Bernanos een hevig kwaad religieus zoeken uitschrijft. Vandaar dat de dialogen vaak monologen zijn. En een plattelandsleven verdeeld tussen adel en pastoor is nu niet mijn favoriete topic, want een ergernis uit mijn jonge jaren. Vandaar dat ik steeds sneller begon te lezen, ik weet het, daar doe je een boek onrecht mee. Maar goed, de onderdompeling in deze roman van 80 jaar geleden was tegelijk herkenbaar en behoorlijk vervreemdend... 

De commentaren zijn gesloten.