04-03-13

Inleiding op de geliefde(19): Onderweg

IMG_4759.JPG 

Inleiding op de geliefde (19):  Onderweg

 

Zo vaak zijn we onderweg geweest, jij en ik, zwervend over ’s heren wegen, ’s morgens niet verder kijkend dan de morgen, ’s middags dan het eten voor die middag, dan de snel- of traagheid waarmee middagen daar lokaal willen bewegen, dan ’s avonds een plek om ons neer te leggen, onder een kerktoren, in een laan of waar een soort uitnodiging op ons wachtte.

Dat zwerven bracht ons een lichtheid die bijna niets anders ons kon geven. Alsof we niet meer nodig hadden dan dit moment dat nu met ons wilde spreken, drinken, vertellen en optrekken. Dat soms, op een hoek in het landschap, een kleur licht had die we nooit eerder zagen. En dan keken we naar elkaar of we het allebei gezien hadden, en dat was ook zo, we lieten het elkaar wel zeggen, want zeggen is ook een vorm van kijken, maar we hadden het allebei al gezien. Gezien die weg in tegenlicht, die vallei met zijn donker glanzend groen, die wolk als dun muziekpapier, die vlek licht door een hoog kerkraam, dat wachtend tafeltje op het terras, die bultenaar aan de toog, die aandachtig kijkende kinderen aan het water.

Er is zoveel, dat was onze ontdekking elke keer weer, en het leek gewacht te hebben tot wij er waren.

En we hadden er ook elke keer een woord voor, zelfs al moesten we soms zoeken. Er is veel, en zoals we het tegemoet kwamen, stapvoets en met een zekere stilte in ons, leek het ook elke keer nieuw. We hoefden maar wat langer te kijken dan nodig om te functioneren, en daar was het verrassende al van dit moment. En het hoefde niet groot te zijn: een schilfer verf op een oude magazijndeur; het lepeltje dat de tea-room bij de cream tea gaf, en van dezelfde familie was als het theevrouwtje dat ons bediende, even dun en even galant; de vingers van de accordionist in de metro; de glimlach van de New Yorkse krantenverkoper als we onwetend in een plas stappen en hij zijn wenkbrauwen hun medeleven laat formuleren; het randje avondlicht rond rug en kop van de koe; het gordijntje dat water plooit als het valt over rotsen; de echo’s van quatorze juillet-muziek aan de overkant van de Rhône...

Er is veel in de wereld, maar op reis, met die merkwaardige rustige openheid die zich in ons nestelde, leek het alsof wij daar heel natuurlijk bij mochten horen. Zonder iets te moeten bewijzen, zelfs zonder onze naam te moeten zeggen. Er was genoeg voor iedereen. Ook voor ons. Zoiets.

Ooit sliepen we op een kerkpleintje in een vergeten Iers dorp, onze slaapcar netjes in een hoek geparkeerd. Worden we ‘s morgens wakker, het hele kerkpleintje vol marktkraampjes. Hadden ze voor ons een uitweg vrijgelaten zodat we konden wegrijden. Zoiets. 

Of de besnorde oude vrouw in een trattoria in Orvieto, twee trappen af en wij de enige klanten, die niets begreep van wat we zeiden, geen menu had, maar ons verwende met het heerlijkste Italiaanse eten dat we op die reis kregen. Zoiets. Soms moet je de wereld vertrouwen. Dat deden we toen, hoewel haar gezicht ongeschoren was en haar vingernagels vuil. 

Hoekjes in het landschap, en mos op de daken, en wolken en theelepeltjes zijn niet echt spraakzaam, al kun je best veel vernemen van hen als je goed luistert. Mensen kunnen beter verhalen vertellen, en soms heb je dat geluk op je weg: iemand die begint te vertellen. De oude visser in West-Schotland, bij wie zijn Keltische moedertaal op school werd bestraft; de oude die in Cantabrië de deur van de kerk ontsloot en nog altijd emotioneel werd van de verwoestingen daar aangericht, nu bijna een heel leven lang geleden...  

We zijn passanten, ik weet het, en daarom zien we slechts glinsteringen, kanten waar licht op valt en die we mogen zien. We kunnen niet elk dorp of wijk van de stad door en door leren kennen. Zo horen we ook maar flarden van de verhalen die mensen ons vertellen. Meestal rafels, soms, als we geluk hebben hele hoofdstukken. Maar we voelen het als een eer ze te mogen beluisteren. Er zijn zoveel mensen, maar ze lijken zo erg op elkaar als we hen mogen beluisteren. Ook dat is vertrouwen. Ook dat moeten we krijgen. Zeggen we nog eens tegen elkaar. Onze manier van danken. Onze manier van onthouden.


(foto: Cotswolds, Engeland)

Commentaren

En we hadden er ook elke keer een woord voor, zelfs al moesten we soms zoeken....

Woorden weten bijna alles ...

Ik wens je nog een zonnig alphabet, Guido,
en een geliefde lezeres.

Gepost door: uvi | 04-03-13

En als ze (bijna) niet alles weten, dan laten ze ons toch meezoeken met hen...
Dat is zo met vriendschap...

grt
Guido

Gepost door: guido | 04-03-13

De commentaren zijn gesloten.