07-03-13

Inleiding op de geliefde(20): Verlorenheid

IMG_5610.JPG

 

  

Inleiding op de geliefde (20): Verlorenheid

 

Hoe moet ik die lichte verlorenheid benoemen die mij overvalt als ik alleen thuis ben zonder jou. Jij aan het werk, ik thuis in een huis dat op een merkwaardige manier leger is dan daarvoor. Een mens denkt soms dat wat voorbij is, ook echt weg is, onachterhaalbaar, niet meer aan te raken. Maar waarom is dit huis dan op zo’n speciale manier vol van je weg zijn? Waarom loop ik in alle kamers, gangen jouw afwezigheid tegen het lijf?  Het is niet dat ik schimmen zie, zoals Roderick in zijn House of Usher, zo tussen twee werelden als Poe leef ik niet. Het is ook niet een soort janken, zoals een hond kan doen als hij zich alleen voelt. Nee, een lichte verlorenheid, zoals ik al zei. 

Verlorenheid slaat op richting, ruimte en tijd. Het lijkt alsof de coördinaten van mijn leven door jou gevoed worden, via kanalen die open blijven staan ook als jij er niet meer bent. Via zintuig- en zenuwbanen waar ik mij normaal niet van bewust ben. Zoals je ook niet weet dat je een lichaam hebt, als alle spieren en machine-onderdelen gesmeerd lopen, en je mag springen en vallen tegelijk.

Het is niet dat ik nu tegen deuren aanloop, of niet meer weet waar mijn broek en hemd liggen. En als een taak op mij wacht, dan wil ik je wel een paar uur vergeten. Maar op tijd en stond is er dat besef van eigen grens, zoals je pas ook je voorhoofd of handen voelt als er kou op valt. Met jou erbij, besef ik nu, voel ik mijn grenzen minder. Of misschien is het wel zo dat ik dan andere grenzen heb, grotere, meer gewend aan allerlei soorten kou, met meer kennis en ervaring van wat dat is, verder leven. Grenzen die zich zelfs veel verder uitstrekken dan de samenvoeging van ons beider aanwezigheid: grenzen die uitgewaaierd zijn over kinderen en kleinkinderen, en landen, en vriendschappen, en antwoorden die met die liefdes en vriendschappen kwamen. Met jou heb ik de wereld niet alleen gezien, maar mocht ik ook in die wereld gaan wonen. Er was een thuis voor ons, we hebben er zelf aan gewerkt, maar veel werd ons ook gegeven. Dat is zo, als je grenzen groot en breed worden, dan lijken ze op overvloed. Dan tonen ze niet wat er niet is, dan verzamelen ze al wat er wel is. Met jou erbij weet ik dat dit heel veel is. 

Licht is vandaag mijn verlorenheid, omdat jij bij het weggaan zoveel achterliet om mij mee te vullen: de verwachting dat je straks weer thuis komt, gezond en wel, en hopelijk met iets van die overvloed, dat je mond niet stil zal staan van het vertellen; de kus die je gaf bij het weggaan, dat ik kon zeggen: voorzichtig hé; de verwachting dat ik gekookt zal hebben, want honger is ongeduldig, en heeft zijn eigen overvloedwensen (goedkeurend geknor als het smaakt bijvoorbeeld, of een klein complimentje, met mond die nog nageniet); onze agenda (want we hebben morgen en overmorgen en al die andere morgens nog zoveel te doen); en dat het huis afgesteld is op al die bewegingen en blikken van je (de bank waar het kussen nog ligt van gisteren tegen je rug, en het boek dat je aan het lezen bent, en de ramen met hun vergezichten) en vanzelf al verwachting is met mij...

Het woord licht zegt het al: net al het andere licht, in de grote lucht, kan ook dit licht-zijn nog open gaan en toch niet wegen. Of hoe noem je die aanwezigheid die de gave heeft om helemaal op iets te gaan liggen, zonder dat het zwaar wordt, of pijn doet, of tegenhoudt. Zo laat ik me omarmen door die lichte verlorenheid. Opdat ik nog eens zou weten hoe wonderlijk dicht jijop mij ligt, hoe wonderlijk veel je me omringt. Hoe lichaam, hoe leven zoveel groter zijn als ze niet van mij alleen zijn.

Commentaren

'Dat heet dan gelukkig zijn...'

prachtig, Guido, heerlijk.
En dat je nog dikwijls lichtjes verloren mag lopen.
Dat is de weg naar het verlangen...

Gepost door: uvi | 07-03-13

Thank you

Gepost door: guido | 08-03-13

De commentaren zijn gesloten.