13-03-13

Ongemakkelijk zwijgen

IMG_4943.JPG

 

 Ongemakkelijk zwijgen 

 

Staand voor het raam zie ik de huizen, 

opgekleed in hun sneeuw, ongemakkelijk zwijgen. 

Wachten tot iemand wil spreken 

is voor horigen, in rijen staan en 

het hoofd buigen, de kaken stil houden, 

net niet knielen en de hand ophouden. 

Nooit zijn de dingen eenzamer als onder sneeuw. 

Feestelijk bezit zijn ze, en helemaal alleen. 

 

En als ik meekijk, bedekt de sneeuw ook mij. 

Voel ik de pijn dat ik niet de zanger ben, 

de schilder aan de oceaan, de man 

die de lenzen slijpt. Doet het pijn dat 

mijn lichaam het wachten overneemt, 

de overkant vergeet, het suizen van 

vogels, en van handen. Van wie 

moet de goedkeuring komen. Wie 

spreekt het verlossende woord.

 

De commentaren zijn gesloten.