26-03-13

Het verdriet van België

het-verdriet-van-belgie-ppb.gif 

De aandacht voor Claus’ dood, vijf jaar geleden, heeft in elk geval meegebracht dat ik nog eens Het verdriet van België uit de kast heb getrokken. Het eerste deel van de roman heb ik uit. En waar ik jaren geleden nogal vlug de lectuur staakte, liet ik me nu meeslepen door la Flandre profonde, zoals Claus het schetst, en waar ik nogal wat van herken uit mijn jeugd.

Hoewel, lecturen verschillen blijkbaar. Ik voelde die eerste keer de internaatsdampen zo uit de eerste hoofdstukken opstijgen, vol herinnering aan de acht wereldvreemde jaren die ik zelf in een internaat doorbracht (van mijn 10de tot mijn 18de). Maar nu waren het andere dingen die mij raakten. Het levensgrote verdriet van dat jongetje Louis bijvoorbeeld, achtergelaten, vergeten, door zijn moeder vooral. Een verdriet dat hij compenseert met zijn verbeelding, prachtig verteld en vormgegeven door Claus. Verteld in dat Vlaamse idioom dat je zo hoort klinken. Vormgegeven in dat subtiele spel met de verteller.  Maar hoe dan ook, het schrijnt in dat manneke.

Er is in de Vlaamse fictie blijkbaar iets van een Ensor, want ik herken het ook in een reeks als Van man en macht: dat schuiven met maskers, die lichte neiging om karikaturaal te overdrijven (geen Engelse ironie, noch Franse abstractie, maar een soort boerse grijns). In dat scheve van de tv-reeks had ik na één aflevering geen zin meer, maar bij Claus bleef ik nu wel geboeid verder lezen.

Waarom? Ik denk door die geweldige verbeelding die hij dat jongetje meegeeft. En doordat je, via die verbeelding, ziet hoe een wereldbeeld (ook al scheef...) in een opgroeiend kind gaat woekeren. En tenslotte door al die details van een voorbije wereld, die Claus blijkbaar ont/bijgehouden heeft. Een wereld die langzaam in een oorlog rolt, en de kleine man staat erbij en kijkt ernaar. Enfin, we zullen in het tweede deel zien of er meer gebeurt. Of de ene woeker de andere tegenkomt...

Ik heb ooit die Apostrophes gezien, dat beroemde tv-boekenprogramma van Bernard Pivot, waar Claus op uitgenodigd was. Rechtstreeks die avond zelf op de Franse televisie. De herinnering is me bijgebleven, omdat je toch niet elke week daar Nederlandstalige schrijvers had, maar vooral voor het onberispelijke Frans van Claus, en die zonnebril op zijn brede gezicht. Alsof hij zelf (als een filmster) zijn rol moest spelen, hij, de internaatsjongen van West-Vlaanderen... 

De commentaren zijn gesloten.