04-05-13

Le temps a laissé son manteau (Charles d'Orléans)

IMG_6946.JPG

 

Het beroemde rondeel van de middeleeuwse dichter. In een rondeel wordt een versregel een aantal keren herhaald en zijn er maar twee rijmklanken. Dat laatste heb ik niet opgebracht, ondanks de lente...

 

 

De tijd liet nu zijn mantel uit

van wind en kou en regen

en kleedde zich in broderie

van zonlicht, fel doorregen.


Geen dier noch vogel die

zijn taal niet laat bewegen.

De tijd liet nu zijn mantel uit

van wind en kou en regen.


Fontein en stroom en beek,

ze dragen hun livrei vol

druppels zilver, met kunst gesmeed,

zo nieuw schijnt nu hun kleed.

De tijd liet toch zijn mantel uit.



 

*

Le temps a laissié son manteau
De vent, de froidure et de pluye,
Et s’est vestu de brouderie,
De soleil luyant, cler et beau.
 
Il n’y a beste, ne oyseau,
Qu’en son jargon ne chante ou crie
Le temps a laissié son manteau
De vent, de froidure et de pluye.
 
Riviere, fontaine et ruisseau
Portent, en livree jolie,
Gouttes d’argent, d’orfaverie ;
Chascun s’abille de nouveau
Le temps a laissié son manteau.
 
 
Charles, duc d’Orléans (1394-1465)
 
*
 
 
 
’t Getij liet uit den mantel zijn
van wind en strenge kou en regen
en heeft een luchten zwier gekregen
van helderlichten zonneschijn.
 
En daar is dier noch vogelijn,
of in zijn taal roept het u tegen:
’t getij liet uit den mantel zijn
van wind en strenge kou en regen.
 
Rivier en beek en springfontein
hebben een staatsie aangekregen
uit zilverdruppels saamgeregen,
een elk wil op het fleurigst zijn,
’t getij liet uit den mantel zijn.
 
 
(Vert. J.H. Leopold)

De commentaren zijn gesloten.