06-05-13

The given note (Seamus Heaney)

100710vxblasket-islands.jpg
 
Seamus Heaney haalt zijn beelden, zijn gedachten zelfs, uit de concrete oneindigheid van zijn Ierland, en schrijft toch over universeel herkenbare dingen.
 
In dit gedicht herken ik de klank waar ik het een paar posts geleden over had. Dat er een klank gaat door de aanwezigheid rondom ons. Soms "als door zwaar weer", vaak "niets als een melodie", vaak "vreemde geluiden"... Maar toch, als je goed luistert, kun je (als zijn viool) er wel "the whole thing" uithalen, iets spelen als klopte je hart (throbbed) mee.
 
Is dit spiritueel? I don't care, ik weet alleen dat uit de wind muziek te halen is, en uit de nacht, en uit mensengezichten, en dat, als je er in slaagt iets ervan te laten klinken, het toch zichzelf herverwoordt in de lucht. Nog zo'n klank trouwens, die lucht. Gaat ze niet in en uit ons lichaam? Wat een zanglijn moet dat wezen, mochten we ze echt kunnen horen.
 
Zodat we bij de titel komen: alles is gegeven... Is dit spiritueel? I don't care, het komt er op aan goed te leren luisteren...
 
En voor wie het niet weet: die Blasket-eilanden liggen echt wel verloren in de Atlantische Oceaan, ten westen van Ierland. Ze zijn onbewoond nu, maar ooit bloeide er veel literatuur (ook een klank...) Nu zal het zware weer de luidste stem hebben.
 
Klik om Heaney zelf het gedicht te horen voorlezen: heaney.mp3

 
 
THE GIVEN NOTE
 
On the most westerly Blasket
In a dry-stone hut
He got this air out of the night.
Strange noises were heard
By others who followed, bits of a tune
Coming in on loud weather
 
Though nothing like melody.
He blamed their fingers and ear
As unpractised, their fiddling easy
 
For he had gone alone into the island
And brought back the whole thing.
The house throbbed like his full violin.
 
So wether he calls it spirit music
Or not, I don't care. He took it
Out of wind off mid-Atlantic.
 
Still he maintains, from nowhere.
It comes off the bow gravely,
Rephrases itself into the air.


*
In het meest westelijk gelegen Blasketeiland
in een drogestenenhut
ving hij uit de nacht een deuntje.
Vreemde geluiden hoorden de geluiden
die er op volgden, stukjes lied
dat met zwaar weer leek mee te komen.

Hoewel, niets van een melodie.
Hij dacht dat het aan hun ongeoefende
vingers en oren lag, hun vioolspel al te gemakkelijk.

Want hij was wel alleen naar het eiland gekomen,
maar hij bracht het hele ding mee terug.
Het huis trilde als zijn viool op volle kracht.

Wil hij het spirituele muziek noemen, of niet,
mij goed. Hij vond het toch in de
Mid-Atlantische wind.

En toch, blijft hij beweren, komt het
van nergens. Het komt van de boog,
diep, en herzegt zichzelf in de lucht.
 

De commentaren zijn gesloten.