10-05-13

zeesterren (Judith Herzberg)

IMG_6914.JPG

 

Hoe zou het nog met Judith Herzberg zijn, de dichteres die als geen ander aan de oppervlakte diepte opmerkt. Niet uit een of andere filosofische drang, nee zomaar, uit genegenheid lijkt het wel, omdat je je als mens nu eenmaal "overal in verplaatst"...

Ik heb het gedicht niet in zijn oorspronkelijke vorm (strofen, verzen), maar je kan de dichteres horen als je hieronder klikt.

herzberg.mp3

 
Zeesterren
 
Altijd gedacht dat het walvissen waren omdat die zo groot en zo bloot in dat water zo schubloos en van binnen uitvoerig besnaard, voor wie het het ergste zou zijn. Die hersencumuli, wat daarin doordacht wordt, voorvoeld en geahnd, dat het walvissen waren voor wie het het ergste zou zijn met hun zee-brede radar de walvissen zeehonden en dolfijnen die meer dan wij weten begrijpen meer maken van trillingen en het verfijnde seinen.
 
Maar dan al die schelpen en slakken die nergens van weten een slak die niet merkt dat het eb wordt terwijl het toch eb wordt is weg en een zeester gehecht aan de rots maar daar kan jij je niet in verplaatsen jawel als de vingers van kinderen om hengsels van zware kostbare tassen, hoe die zonder bericht zich herschikken, je kunt je overal in verplaatsen maar het maakt medeplichtig en of het klopt is nooit na te gaan.
 
Maar het inleven in een ontwikkeld organisme maakt minder van streek dan dit nieuws uit het noorden: zeesterren sterven vaak twee aan twee met punten in elkaar gehaakt, en spoelen zo bij duizenden aan. (Dit is geen metafoor daar is het veel en veel te echt en veel te echt voor.) Het grote niets is daarbij vergeleken niets als aan de kleine nietigheid niets is gelegen dan symboliek.
 
Judith Herzberg: Wat zij wilde schilderen (De Harmonie 1996)  

foto: avondval Ligurische kust (Levanto)

De commentaren zijn gesloten.