07-06-13

Het grote luisteren (5&6)

IMG_7444.JPG


5
Mijn dochter en ik 
(Ed Hoornik)
 
Terwijl ik lees voel ik mijn dochter kijken:
ik laat niets merken en lees rustig door.
Haar leven doet zich helder aan mij voor:
het zal in alles op het mijne lijken.
 
Niets kan ik doen, opdat zij zal bereiken
wat ik, amper gevonden, weer verloor;
geen vindt van het geluk méér dan een spoor,
ook zij niet, en ook zij zal het zien wijken.
 
Ik sluit het boek. Wij zitten naast elkaar,
geen woorden tussen ons; slechts, even maar,
de glimlach van de een tegen de ander.
 
’t Is alsof ik in mijn eigen ogen staar,
en wat daar staat, het is als water klaar,
wanneer ik langzaam in mezelf verander.
 
 
Dochter kijkt naar vader, vader kijkt van binnen naar dochter. Twee mensen die ruimte maken voor elkaar, misschien zelfs onbewust, gewoon een alledaagse beweging van liefde. Maar de ruimte die open gaat, is al te groot voor woorden, slechts glimlachen kunnen ze nog. Nee, niet slechts, alles ligt in die glimlach: de lege plek die het ene lichaam aan het andere geeft. En zie, het wonder van tsimtsoem: in die leegte kan alleen maar geboorte stromen, en dat is wat er gebeurt in de laatste regel. Door zo naar haar, zijn dochter, te kijken, krijgt hij ook zijn eigen leven liefdevol terug. Er moet niets bewezen worden, niets vastgelegd of uitgedrukt of bepaald of ingezien of afgedwongen. Er is alleen dat moment van in elkaar stromen, een moment dat, hoe uniek ook, zo herkenbaar van altijd is, en was, en zal zijn. We geven de wereld aan elkaar. We krijgen de wereld van elkaar. We scheppen de wereld in een glimlachen dat nooit ophoudt. Dat nooit ophouden kan.
 
 
6
 
Omdat dit kleine gebaar ook het grootste is, naar wie luisteren we dan als we naar dat grootste luisteren? Vader en dochter zwijgen, dus veel steun zullen woorden ons niet geven.
 
Ze kijken, maar de vader kijkt met heel het gewicht van zijn leven: troost en verdriet. Het leven is vaak verdriet, en het doseert niet in dat verdriet. Daarom is het beter niet te spreken, enkel naar binnen te kijken. Wat zeg je dus, als je zou willen, tegen dat grote? Niets misschien, enkel naar binnen kijken en heen en weer gaan tussen troost en verdriet? Of weten dat het net die blik is die ook jou aankijkt? Die zwijgzame nabijheid die ook om jou bekommerd is, al zijn er geen woorden voor?
 
Wachten, ja. Even wachten. Even loskomen van het verwachten, en dat aanwezige hele maar aanwezig laten zijn. Vader en dochter. Mens en al het grotere dat hem overstijgt en toch ook heel diep in hem aan kan komen.
 

De commentaren zijn gesloten.