08-06-13

Het grote luisteren (7&8)

IMG_2933-001.JPG

 

7

 
Al dat grotere.
Er is zoveel dat groter is dan dit kleine bestaan van mij.
De lucht die mij in leven houdt.
Dit lichaam met zijn grote vernuft en bescheiden trouw. Dit lichaam dat alle afspraken kent, onthoudt, respecteert.
De bomen en de lucht en de straten van de mensen.  
Hun verhalen, hun huizen en hun woorden.
Dit verlangen dat we delen, de bron die wil stromen, die ons stuwt, al van onze eerste adem.
De verwondering die mee geboren wordt.
 
 
8
 
Al dat grotere.
Zou het kunnen dat het zingt? Dat de verwondering die mee wordt geboren, zijn eigen geluid heeft, in stilte of in de klank van teruggevonden woorden? Eerder nog dan hun inhoud vertellen woorden van de mogelijkheid tot spreken, de mogelijkheid open te komen. Laat ze haperen, stotteren, onvolmaakt is ook muziek. Ook de stilte zingt, als ze brug kan zijn tussen twee die bij elkaar willen wachten, tussen twee noten, tussen twee zinnen. Als ze wacht bij onmacht, zo krijgt ook onmacht een tong. En een ruimte die ontvangt.
 
In het zingen vinden groot en klein elkaar.
Zing, merelkeel in de stilgevallen avondlucht.
Zing, kleine voetstap, ook als je bang bent.
Zing, kleine minuut die zoveel mensen op je schouder moet nemen.
Zing, groot roepen van honger en dorst.
Zing, woelen dat ’s nachts wakker ligt.
Zing, glimlach die zich bijna verontschuldigt voor zijn verlegenheid.
Zing, pijn en zing, hand die een voorhoofd dept en een mond te drinken geeft.
Zing, stemmen en woorden en klokken die begraven, achter willen blijven, om mee te gaan de lange eenzame weg.
Zing, adem, adem van mijn eeuwige geboorte, die ook de adem is van mijn tijd, en van mijn geheugen, en mijn begrijpen.
 
Zingen gebeurt niet alleen. De lucht helpt mee, trilt en zingt voor mij. En in dat samen zingen zijn wij elkaars oor en stem, elkaars begin en einde en begin.
Zingen is dit bewegen dat ons aan elkaar gaf en geeft. Zingen is de klank van leegte en volte, van geven en ontvangen, van luisteren en terugvinden. Zingen is, zonder het te merken, zonder dat het pijn doet, in elkaar overgaan, in elkaar trillen met een grotere klank, jezelf vanzelf vergeten en vanzelf groter worden, tot het weer moet ophouden.
 
Zingen is samen leegte maken, in de klanken, maar ook in de adem tussen de klanken. Ooit braken de vazen van het goddelijke licht, schreef rabbi Louria die ook de visie van tsimtsoem aan de wereld gaf. Nu breken ze opnieuw, ze stromen over en niemand die niet ziet en voelt: dit is overvloed. Leven is overvloed. Mededogen begint hier: samen een klank horen en die verder laten klinken in de schitterende instrumenten die we zijn.
 
Luisteren naar de klank in elkaar, de beweging aanraken ten dans, en geboorte ontstaat. Klein of groot, dat doet er niet toe, in de ene beginnoot van Bachs Goldbergvariaties ligt al alles wat nadien komt. Geef die ene noot de ruimte, zoals Glenn Gould dat doet, en ze danst de wereld rond. Ze ziet alles, ze weet alles, alleen zijn er geen woorden voor, mogen er ook geen woorden voor zijn. Beweging is groter dan woorden, die naar adem moeten happen. Die willen bewaren wat van het moment zelf is, met alle totaliteit die in het moment ligt te wachten.
 
 

De commentaren zijn gesloten.