12-06-13

Het grote luisteren (13&14)

IMG_6992.JPG

13

 
Het kleine gelaat dat groeit in het lichaam van mijn zoons vriendin, verschijnt mij tegen de achtergrond van een groot gelaat. Even onzichtbaar en even dichtbij. Voor de moederschoot hebben we de scan met zijn contouren, voor het grote gelaat hebben we onze ogen, met hun grote lege ruimte, hun eeuwenoud luisteren.
Allebei groeien ze, het kleine gelaat samen met het grote.
Zal ik met hen kunnen, mogen leven?
Verwachten is ook al zien.
Verlangen is meegroeien.
 
 
14
 
Vanmorgen dacht ik (in het wiegen van het wakker worden): dat grote en dat kleine gelaat leren me iets over wat bestaan is. Nooit grijpbaar, nooit vastgelegd voor altijd, altijd weer afhankelijk van iemand die kijkt, verwacht, verlangt. Elk ogenblik opnieuw moet iemand ons in het leven wensen. Zelfs al worden wij op een bepaald moment bekleed met een lichaam en warmte en adem, dan nog bestaan we maar als dat lichaam aangeraakt wordt, als die warmte gegeven wordt, als die adem verwondering is om groter bestaan. Onophoudelijk moeten we zien en gezien worden. Onophoudelijk moet iemand zeggen “dat het goed is”.
 
Ik las in dagblad Trouw een column van de Nederlandse dominee Jean-Jacques Suurmond. Hij vertelde over dat diepe bewustzijn dat hij meedraagt, en dat hij een besef van goedheid noemt. Een besef waar hij verwonderd mee omgaat, zozeer voelt hij zich erdoor begenadigd. Gezegend, zouden wij ook kunnen zeggen, met een even oud woord. Hij wordt ziek, Suurmond, kanker is het die langskomt, en nog verliest hij dat diepe bewustzijn niet “dat alles goed zal zijn”. 
 
Het is bijna een onbetamelijke ervaring, en toch. Ik moet daar lang bij stilstaan. Vanwaar komt dit ander weten dat hem niet verlaat? Want echt weten doet Suurmond niet: hij weet niet of de kanker zal groeien of krimpen, of hij zal leven, en hoe lang nog. Hij weet niet waar dit geweld in zijn lichaam vandaan komt. Eigenlijk weet hij niet -en wij met hem- of we de volgende adem nog zullen halen...
 
Dit is een ander weten. Een dat te maken heeft met vertrouwen. En vertrouwen heb je in een relatie. Iemand weet van mij dat het goed is. Iemand weet van mij dat mijn leven geen verloren zaak is. Wat er ook gebeure.
 
Je kan het vergelijken met een gelaat. Een gelaat behoort niet tot de orde van het weten, tenzij je je overlevert aan vooroordelen natuurlijk. Nee, een gelaat behoort tot een andere denkorde: die van de relatie, die van de verbondenheid. 
 
En wat zie ik dan? Ik zie leven in zijn meest unieke, meest geconcentreerde vorm, de eerste verwondering van al, dat dit bestaan mogelijk is... Ik zie dat dit bestaan een vraag is waarop het zelf geen antwoord kan geven. Kan ik daar wel een antwoord op geven? Nee. Dokters weten meestal zelfs niet waar een kanker vandaan komt, hoe zou ik antwoorden weten op een nog veel grotere vraag, die naar betekenis? Ik ben geen god van almachtige kennis en grond. Ik ben slechts ik.
 
Het enige wat ik kan is kijken, luisteren, wachten, mijn hand leggen op. Spreken en vaak zwijgen. Het enige wat ik heb is dat ik mijn eigen vraag even vergeet, dat ik mij terugtrek en ruimte maak voor het gezicht dat mij aankijkt.
 
Die eeuwenoude leegte waaruit alles ontstond, hier en nu, in dit kleine ogenblik. Voor elkaar ruimte, leegte maken, dat is blijkbaar het antwoord. Tussen twee gezichten voltrekt zich het vertrouwen, dat dominee Suurmond het goede noemt en waarmee hij zijn kanker aankijkt.
 
La caresse, noemt Levinas dit elkaar in leven laten, dit elkaar het leven gunnen. Dit ontmoeten in verwondering, deel blijkbaar van de oerverwondering waaruit alle leven kwam. Anders zou de kracht niet zo spontaan weer opwellen, als er niet een bron was.
 
De streling waar Levinas het over heeft, is geen weten, geen theorie die iedereen kan leren en toepassen. Leven zo licht aanraken dat het weer gaat bewegen en groeien, is van de denkorde van de ontmoeting. Respect, genegenheid, tederheid zijn evenzeer fundamenten om naar de wereld te kijken als de ratio, je kunt er ook nooit genoeg zorg voor dragen. Niet alleen feiten en argumenten zijn belangrijk om onze wereld op te bouwen, maar minstens evenzeer het respectvol wachten van de ene mens bij de andere...
 
Maar anders dan bij de rationele kennis ontstaat hier geen groot bouwwerk. De rationele menselijke kennis groeit van dag tot dag, van moment tot moment. Een gigantisch gebouw van kennis, dat wonderen verricht, de angst verjaagt en een eigen diep vertrouwen installeert. In de relationele kennis is, daarentegen, alles bij elke ontmoeting weer te herbeginnen. Geboorte is elke keer opnieuw. Je kunt zo weer dood gaan, als er niemand is die jou zien wil. En zelfs als dat bestaan dat jou draagt, je goed gezind is, zelfs dan is elke betekenisvraag weer die allereerste.
 
Jazeker, ook vertrouwen is een gebouw waarin je tenslotte toch gezond en stevig kunt wonen. Maar zelfs met sterke muren van vertrouwen blijft de diepe nood aan iemand die ruimte schept. Adem stroomt in en uit, in alle eenvoud gebeurt hier de essentie. Mogen uitstromen in de relationele ruimte en weer volstromen met dat waar geen woorden voor zijn, het is in alle zelfde eenvoud even essentieel.
 
Want inderdaad, waar zijn de woorden? Kennis die we normaal kennis noemen, is een bergketen van woorden. Bibliotheken, internet, een eindeloze ketting van gesprekken en teksten. Maar het relationele denken worstelt met ongrijpbaarheid. Nooit kunnen we het bestaan vastleggen zoals we dat met andere kennis doen, tenzij we natuurlijk ontmenselijken, mensen terugbrengen tot slaven, terreurvlees, nummers, delen van veel belangrijker gehelen, onzichtbaren, vergetenen. Daarom gaat het, bij de bijbelse profeten: om de strijd tegen dat vergeten ten voordele van veel opvallender, meer macht en geld opbrengende idolen. Daarom dat onontkoombare criterium dat in hun woede is gelegd: de weduwen en de wezen en de vreemdelingen... Wie ziet hun gelaat? Wie toont hun gelaat?
 
Net dat dit gelaat zo klein is, zo kwetsbaar klein, maakt de ongrijpbaarheid uit van alle zingeving. Je kunt er maar geld en macht mee verdienen als je er dogma’s en aantallen en dwingende voorschriften van maakt, en angst en gehoorzaamheid. Terwijl, in essentie, zoals gezegd, het gaat om het respect dat de ene mens de andere aanbiedt, de ruimte waarin de ene vraag de andere even kan aanraken. De herontdekking dat aan dit leven een bron ten grondslag ligt die, in de woorden van Suurmond, goed is. Ten goede is. Geboorte is. Nieuw begin. De kwetsbaarheid vergeten. De kwetsuur gestreeld...


(foto: detail uit Musée Chagall, Nice)

De commentaren zijn gesloten.