11-06-13

Het grote luisteren (11&12)

IMG_7359.JPG

 

 

11
 
Die liefde is eeuwig, en daarom mag ze spreken. Daarom mag ze kwaad worden en protesteren. Daarom mag ze huilen, met wie huilt. Daarom mag ze hunkeren, omdat hunker met ons bestaan is meegegeven. Daarom mag ze zingen, en klinken onder en boven alles wat klinkt.
 
Misschien mag ze zelfs een naam hebben? Nee, zij is alle namen. Zij is elke naam. Zij is het gebaar dat ons opving en weer losliet. Zij is de blik die zegt: spreek. Kom. Rust een beetje. Eet toch wat. Zij is elk gezicht, als het langer dan functioneel nodig bekeken wordt. Zij voelt de pijn van het afgescheiden zijn, zij voelt de zinloosheid, de verlorenheid. Zij onthoudt en zoekt op, zij bewaart en herstelt, zij noemt elke naam weer en weer opnieuw. En als niemand het nog doet, misschien dat dan het eigen bloed, misschien dat dan hart en huid en adem niet opgeven.
 
Maar soms laat ook het lichaam zijn liefde los, waar is de liefde dan?
 
Zou het kunnen dat het mysterie van tsimstoem, van opzij gaan en liefdevolle ruimte maken voor iemand anders, ook in de dood heerst? Van kennis en wijsheid weten we dat we ze opslaan en nauwkeurig doorgeven, jarenlang school lopen en een leven lang verder leven. Van schoonheid weten we dat we haar angstvallig bewaren, suppoosten en restaurateurs en musea en bunkers tegen de tijd. Maar wat met de grootste schat van allen, die immense liefde waaraan mensen zich elke dag weer toewijden? 
 
Brokkelt die af met het oplossen van een mens?
Of is hier diepere grond, humus die alleen maar vruchtbaarder wordt?
Of is het nog liefdevoller, is met aandacht en toewijding zoveel ruimte gemaakt en gekregen dat zelfs de dood niet heerst? 
 
Death, be not proud, though some have called thee mighty and dreadful, thou art not so (John Donne)
 
 
 
 
 
12
 
Tsimtsoem is in het boeddhisme de leegte die alles geboren laat worden. Tsimtsoem is de ontlediging waarover Eckhart spreekt, die ook kan gebeuren in een stal, of op straat: het loslaten van elke greep op, elk vasthouden aan, tot de grenzen vervagen en een nieuwe werkelijkheid binnenstroomt. Tsimtsoem is het gebed van de monnik, dat heen en weer wiegen van psalmklanken, met gaten ertussen, om adem te halen, om adem te vragen, om adem te krijgen. Tsimtsoem is de blik van de moeder, zoals ze naar haar kind kijkt is ze zichzelf vergeten, dat nieuwe leven heeft haar nieuwe zenuwen en zintuigen en gedachten gegeven, hoe een mens zich toch kan uitdelen. Tsimtsoem is de helderheid van een gesprek, dat luisterende tast naar betekenis, en beseft dat krijgen vooraf gaat aan geven, en voorzichtigheid een vorm van respect is, misschien van bewondering.  Tsimtsoem is als in dat gesprek (en ook een goed boek kan een goed gesprek zijn) een gedachte binnenkomt als een flits, helderheid die een spoor trekt, en je blijft kijken, en je hoopt dat je zult blijven zien en onthouden.  Tsimtsoem  is als de pijn plots wegtrekt uit je lichaam, en je vrij gebied wordt, alsof je iets teruggegeven wordt wat je was afgenomen. Tsimtsoem is, tussen vele gezichten door, een diepe glimlach. Tsimtsoem is als een klank opengaat in een andere klank, en nog een klank, en de gegevenheid laat zich zien zoals ze is: veelkleurig, veelstemmig, en in staat tot hoger begrip, ook in je oor en in je hoofd en in je borst.   Tsimtsoem is als iemand je voornaam zegt, en je verrast bent, door dit kleine bewijs van je aanwezigheid, door de aanraking die de vraag vooraf gaat, door dit bevelloze zuivere noemen. Tsimtsoem is de schilder die een lijn trekt, hij en zijn hand, er is een intelligentie waaraan generaties is gewerkt. Tsimtsoem is de slaap die ons teruggeeft. Tsimtsoem is het recht op zwijgen. Tsimtsoem is de moeheid die voldaan achterover leunt, helemaal leeg van al dit bewegen, enkel nog dankbaar om al dit bewegen, zomaar, een totaal besef van dankbaarheid. Tsimtsoem is leven dat in en uit mij loopt, niets kan ik vasthouden, ik adem de wereld in en ik adem de wereld uit. En in de leegte die komt met krijgen en teruggeven, ontstaat er ruimte voor ander leven. Andere leegte. Tsimtsoem als dans. Met de schoonheid die er vanzelf is, al dansende.

Commentaren

Dag Guido,

ik wens je vandaag voldoende Tsimtsoem,
niet te veel en niet te weinig.

Maar vooral geen 'hatsjie-sjoem'
want dat is niet goed voor je Tsimtsoem ...

laat de vlinders maar los ...

Mooi, Guido.

Gepost door: Uvi | 11-06-13

De commentaren zijn gesloten.