15-06-13

Het grote luisteren (19&20)

IMG_4248.JPG

 

 

19
 
In het toneelstuk*  zochten twee uit elkaar gevallen mensen elkaar na 10 jaar weer op. Uit elkaar gevallen door de dood van hun zoon.
 
Er was een deel dat het licht in de zaal aanbleef, en ze elkaar helemaal niet bereikten. Integendeel, ze hakten op elkaar in, voedden wantrouwen en onbegrip, om toch maar niet het verlangen te moeten tonen in al zijn naaktheid.
 
Maar dan, na een nieuwe breuk, kon de man dit keer niet wegrijden. Niet zoals tien jaar geleden. En hij ging zitten, haalde wijn en kaas uit zijn auto, er klonk een andere toon toen hij sprak. En hij vertelde wat hem gered had: dat hij iemand had horen zingen, een zingende mannenstem alleen achter een deur, een zingen dat hem helemaal omhelsde, zijn handen tot diep in hem legde, zo diep dat hij er zelf van schrok, hij wist niet dat hij nog zo diep kon voelen. En hij bleef omhelsd toen het lied uit was, hij bleef omhelsd door de rust die er plots was en bleef, de rust die zei dat alles goed was, nu, zoals het was. Niet meer willen dan dit ogenblik nu, zoals het is. En ervaren, ten diepste, dat je aangeraakt bent en niet meer alleen.
 
En zij dan, met haar bitterheid en razernij tegen een verleden dat niet meer, dat nooit meer terug te draaien is? Zij wil ook weglopen, nu, plots, zoals hij tien jaar geleden vluchtte uit de rouw. Maar ook zij wordt gered, laat zich redden door ineens zijn omhelzing toe te laten. Lang, terwijl hij voor haar zingt, in haar hals. En ook zij krijgt die rust die het moment nu meebrengt, ook zij leert weer dit kleine, grote nu te zien. Hoe het niet meer wil zijn dan dit, klein moment dat met ogen kijkt om vol te lopen, dat wacht tot het zelf mag aanraken wie met ogen naar hem kijkt. De rust niet meer te hebben dan elkaar...
 
*(Gif, NTGent, 22-10-2010, van Lot Vekemans, gespeeld door Elsie de Brauw en Steven Van Watermeulen)
 
 
 
 
 
 
20
 
Als ik nog eens mag proberen de randen te volgen van dat leegmaken, dan zou ik zeggen: leeg worden is de beweging van het grote verlangen. Dat roept om een ontvangende ruimte, als het in nood is, of ontroerd door het plotse wonder, of ten diepste dankbaar voor trouwe aanwezigheid. Maar dat ook kan zwijgen, kijken en luisteren, en daardoor zelf ruimte maakt voor zoveel meer dat ook roept om... Er is zoveel meer dat diezelfde beweging van verlangen in zich voelt woelen. Eén grote beweging is het, en de wereld weet ervan, en de wereld leeft ervan. 
 
Een hele wereld... Alsof wij samen, wij de levenden, het geheim bezitten van dat leven, van die kracht die zo verrassend los kan breken. Verlangen is geen synoniem van oplossing, verlangen is beweging die reikt en (terug)vindt, de beweging van betekenis waarzonder niets wil bestaan. Pas nadien begint er zoiets als een oplossing. Het diep meelevende luisteren van de ene mens naar de andere is geen oplossing voor een probleem (wil dat ook niet zijn) maar een veel diepere leven gevende beweging. En soms (vaak) is die beweging al genoeg, zo fundamenteel is ze. Zozeer raakt ze aan de allereerste aanraking, aan het allereerste luisteren...
 
Zo ook is ten diepste stil worden en kijken naar mens en wereld een daad van herstel, van respect op het allereerste niveau, dat van mogen bestaan... Ook als het over de grote wereld gaat, mag en kan dit kleine lichaam van mij luisteren, wachten, er bij blijven. Als we al die kleine luisterende lichamen optellen, dan krijgen we toch een groot lichaam...
 
Als we al die daden meetellen, al die eeuwen, alle andere levende wezens die niet ophielden te hunkeren, te zorgen voor hun jongen, voor hun takken en bladeren, hoeveel beweging van verlangen hebben we dan? En misschien is het nog groter, zit er achter al dit verlangen een gebaar dat ooit wilde beginnen, dat ooit dat allereerste idee van gevend verlangen had, dat een wereld liet ontstaan die meer wilde zijn dan fysische wet, onvoorspelbare chaos, beweging die niet meer kon dan bewegen, zichzelf in stand houden, in welke richting dan ook.
 
Wellicht is die beweging van verlangen wel wat in veel religies bidden wordt genoemd. Bidden heeft niet veel met geloof te maken, wel met de diepe hunker naar vertrouwen, naar ergens bij iemand thuiskomen, naar de zekerheid die er als kind was, dat iemand, iemand toch, iemand altijd, er zal zijn. Niet om op te lossen, maar om er te zijn.

De commentaren zijn gesloten.