23-06-13

Het grote luisteren (29&30)

IMG_7388-001.JPG


29
 
Misschien moeten we een nieuwe eenvoud vinden in onze omgang met die grote Genegenheid. Roepen als er een nood is, doen we vanzelf al, want we blijven kinderen, hoe oud we ook zijn. Maar misschien moeten we ook klanken en gebaren vinden voor de diepe vreugde. Nog meer dan beschermen en troosten laat een kind zich koesteren en gewoon liefhebben. Maar af en toe moet het armen voelen, een glimlach zien, weten (niet begrijpen) dat het goed is. Misschien moeten we dat opnieuw leren, dat kleine besef, dat toch alles omvat, alles samenvat.
 
Ik zat in een Quakermeeting, waar dertig tot veertig mensen een uur in stilte bij elkaar hadden gezeten, met slechts af en toe iemand die rechtstond om iets van haar of zijn gedachten te delen. Ik was daar naartoe getrokken uit nieuwsgierigheid, en omdat het dicht bij mijn logement was, en omdat ik de romans van Jan de Hartog had gelezen, en, vooral, omdat ik bewondering had voor die dogmaloze, voorgangerloze, kaarsen- en wierookloze stilzitters, die als eersten waren opgekomen tegen slavernij, vreselijke gevangenisomstandigheden, doodstraf, bewapening en oorlog, vrouwenonderdrukking en nog meer van die diepe bewogenheid.
Het uur liep naar zijn einde, er kwam een kinderoppassende oudere vrouw binnen met een klein jongetje, drie of vier jaar oud. Mamie, zei het kind, en dan weer: mamie. En het stapte rustig maar beheerst naar zijn jonge moeder, die daar tussen de zwijgenden had gezeten en nu glimlachte en hem op haar schoot trok. Mamie, zei hij nog een keer, terwijl hij rondkeek naar de mensen in het lokaal. 
 
En ik dacht: hij jubelt met dat ene woord. Met dat ene woord zingt hij zijn vreugde, zijn geborgenheid, zijn zin van bestaan. Ondertussen mag hij nieuwsgierig zijn en rondkijken, hij hoeft niet echt te beseffen wat dat woord ‘mamie’ allemaal aan betekenis in zich draagt, hij hoeft het alleen maar te zeggen. En de glimlach te zien van zijn moeder. En de handen te voelen die hem op schoot trekken. En de aai te voelen van de wang boven hem. De ouderen van jaren rond hem hebben een uur zich zwijgend, zonder poespas, in alle eenvoud, open gesteld voor de grote Wang die hen aanraakt, in een poging te ervaren, te beseffen, te begrijpen wat dit mysterie toch met hen wil doen, of wat zij met dit mysterie willen doen. Maar hij kan verstrooid rondkijken, en toch zich aandrukken tegen een lijf dat alles samenvat wat hij van het leven nodig heeft.
 
Mamie. Soms zijn woorden groter dan al wat wij er in kunnen leggen...
 
Dat zijn de echt religieuze woorden, schrijft Abraham J.Heschel: woorden die een horizon in zich dragen die te groot is voor ons mensen, maar die ons helpen hunkeren. Hun betekenis is veel groter dan de woordenboekdefinitie, veel groter ook dan wat wij ervan beseffen. Hun betekenis strekt zich uit over eeuwen ervaring, eeuwen verhalen, eeuwen zoeken en tastend vinden.  Hun betekenis spreekt voor ons, verlangende kinderen.
 
We hebben geschreven taal en wiskunde uitgevonden om onze logica te laten bloeien, maar in ons hart raken we soms niet veel verder dan ‘Mamie’. Wij beseffen niet vaak waarnaar en hoezeer wij verlangen, en het zijn de oude woorden die het ons leren. Laten we stil zijn, en hen laten spreken, zij weten het beter, zij hebben de ervaring die wijsheid is geworden, van eeuwen al, en zijn niet te beroerd om ons, kleinen, mee te nemen, bij de hand te nemen, te troosten, te leiden, te leren spreken. 
 
 
 
 
 
30
 
Laten we kleine vruchtbare leegte zijn voor woorden groter dan ons, voor de oorspronkelijke energie die ze in zich dragen, en die je ook voelt als iemand het stil wil maken voor je, en diep naar je luistert, en zich op die manier, met jou, voegt in een groter luisteren, en een grotere genegenheid, en levenskracht losmaakt zonder het soms zelf te beseffen...
 
Laten we kleine vruchtbare leegte zijn voor verwondering, en ons niet schamen dan voor de jubel die in ons opwelt, omdat gedeelde jubel nog grotere betekenis is. En dat we te klein zijn om alles te vatten, is niet erg, vreugde moet niet ophouden waar wij eindigen...
 
Laten we kleine vruchtbare leegte zijn voor de gave die elke adem is, elke blik, elk nieuw gezicht, we kunnen nooit genoeg geboorte voelen, en ons kind weten van een groter lichaam. We kunnen nooit genoeg geloven dat er een bron is die weer kan stromen. Dat ook het verdriet kan stromen. Dat zelfs stenen kunnen slijten en gladde, glanzende keien worden, oude vormen van bitterheid, van haat, van oud verweer,  maar die nu zo mooi afgerond zijn dat we ze bijhouden, om naar te kijken, om ons te herinneren wie we geweest zijn. Vormen die niets meer tegenhouden…
 
Laten we kleine vruchtbare leegte zijn voor het grote verliezen, beweging al net zo groot als die ons leven gaf. Elke dag toch één blik, één woord, één gebaar weggeven aan die grote stroom die ons aandoet, en ons weer achterlaat…
 
Laten we kleine vruchtbare leegte zijn voor de grote Wil, voor de grote Goedheid die we in ons en in elkaar herkennen. Als we beseffen dat wij kinderen zijn van een Genegenheid die ons zegenen wil, zullen wij de genegenheid ook teruggeven.  Ook die leegte, hoe groot ze ook is, wil gevuld worden… 
 
 
 
(30) is het laatste deel van dit 'Het grote luisteren'. Bedankt voor het mee-luisteren.

Commentaren

Beste, ik kom al vaker kijken naar uw blog. Nu wilde ik u toch heel bijzonder danken voor wat u schreef onder 'het grote luisteren'. Vooral #29 ontroerde mij ten diepste. Hartelijk dank voor al het moois op uw blog

Gepost door: dirk doms | 27-06-13

Bedankt Dirk. Doet mij plezier.
We kijken toch allemaal door veel meer ogen dan de onze...
Guido

Gepost door: guido | 28-06-13

De commentaren zijn gesloten.