07-08-13

Van de armen

IMG_5643.JPG
 
Armen uitgestrekt, in protest, in ontvangen, dat was het beeld dat dit gedicht triggerde. Waar concreet weet ik niet meer. Maar het gaat om een iconisch beeld, dat we allemaal wel kennen, en koesteren ook. Van die armen vond ik geen eigen foto (tenzij de opgeheven armen bij het protestbeeld in Mauthausen, zie post 27-11-07). Maar ik had  wel een foto van dit schilderij van Matisse (MoMa, New York). Het toont dansende armen, en ook een dans is een statement...
 
 
 
 
Van de armen
 
Eerst waren er de armen, dan was er het kruis.
Zoals er altijd een slimmerik is die
het gepaste wapen vindt, al was het maar 
de steen die tegen de slapen wordt gegooid
met de juiste kracht, en dan verdwijnt
als rook en hoeken, dat soort zwijgen.
 
Maar dan loopt er weer een vrouw, armen open,
tussen andere vrouwen, alsof de straat opgeëist
kan worden, alsof een kwetsbaar lichaam sterk 
genoeg is voor een hele wereld. Wapens 
hebben nooit leren spreken, armen wel. 
Armen laten woorden achter in zelfs de grootste lucht.
 
Dat een vrouw meer is dan een sluier op het hoofd
en kinderen op haar armen, dat een mens
ook een vraag kan zijn, er is een donkerte
die daar de zenuwen van krijgt, en daarom 
andere slimmeriken nieuwe wapens laat zoeken.
 
Verse vijanden in het avondjournaal, een nieuw
virus maar zo ouderwets trouw,
lekkend geld, dat bleker en bleker opdroogt, 
het ziekenhuis dat voorschot na voorschot vraagt,
een vluchtmisdrijf per straat en
eenzaamheid die groter is dan alle hoofden samen.
 
Dit is bestaan, dit zijn geen wapens,
zal je zeggen, en je hebt gelijk. Het wapen
laat ook ruimte voor zijn vrienden, het
is niet ongepast hautain, maar houdt
zichzelf bescheiden op de achtergrond,
daar waar ook de beslissingen leven.
 
Eten vinden en een luier is voorgrond,
daar moet je op straat voor komen, daar
waar de kwetsbaarheid zichzelf ontmoet
en van de nood een deugd maakt. Niet sterk 
zijn de armen van mensen, maar waarlijk slim
als ze alle beetjes leven zo zorgvuldig bijeenleggen.
 
En diezelfde armen maken een foto die niet meer 
weg wil gaan, van twee ogen en een mond en
die wanhopige armen. En ze pakken het kind op 
en leggen het in de armen van een ziekbed, 
de geduldigste onder de ziekenzusters. En altijd weer 
leren handen schrijven, fijner tasten is er niet, 
 
woorden die nooit meer zullen overgaan,
wat een wapen ook doet doet, van hoe ver
het duister ook sissen zal: Sla! 
Woorden zijn de doorzichtige armen
van mensen geworden, kogels raken ze niet 
bloed en adem weten zich beschermd.
 
Ik weet het, soms zijn woorden ook wapens,
van de ergste, als ze verdelen om te heersen,
geesten verstoten met heilige onzin,
van het eigen bloed een afgod maken
en van de eigen god een rechter.
 
Maar woorden verdragen geen leugen.
Altijd weer komt het moment dat ze
naakt willen zijn, hun kleren uitgooien
en de armen, ongebonden, uitstrekken.
En zo vinden ze in elkaar zin en begin.
 
Eerst waren er de armen. Dan kwam het kruis.
Eerst waren er de woorden. Dan kwam de prop.
Voor elk lichaam dat roept is er een wapen.
Maar armen en woorden blijven reiken
naar elkaar: aan dit geloof houden ze zich
vast, gebaren van een groter lichaam.
 
 
 

De commentaren zijn gesloten.