13-09-13

het meervoud (4)

IMG_7970.JPG

 

 

Wanneer wordt een man volwassen? Wanneer laat hij de jongen in hem achter en wordt hij de volwassene waartoe zijn eerstgeboorterecht hem roept en het gewicht van zijn aankomende ponden hem voorbestemt?

Wat een vraag, denk je. Hij heeft toch een inkomen voor zijn troost, hij rijdt toch met een propere voiture, hij kan toch zijn belastingbrief zelf invullen?
Wat een vraag, dank je. Maar als mijn zoon zijn pianospel wil opgeven, twijfelt of het wel ooit iets wordt en komt uithuilen op de schouder van zijn moeder, dan weet ik: zo ben ik nog. Alleen huil ik niet meer, en mijn moeder is ver en weg. Maar de schouder van een vrouw heb ik nog nodig.
Als mijn andere zoon in een plotse ernstige bui zegt dat hij zichzelf lelijk vindt, zijn haar lelijk vindt, zijn stem lelijk vindt, dan kijk ik naar de spiegel en zeg: zo ben je nog altijd, oude makker. En ik wrijf hem over zijn jonge kop en zeg hem dat ik dat ook altijd van mezelf heb gedacht, schurkachtig lelijk was ik tot ik de eerst vrouw ontmoette die het tegendeel beweerde en bewees. En ik vertel met hand en tand het verhaal van de man die zichzelf zo lelijk vond dat hij op zoek ging naar een ander hoofd. Maar hij heeft geen zin in grapjes. Papa!, zegt hij, serieus... Dan leg ik hem drie keer uit dat het tegendeel waar is, dat iedereen verliefd is op zijn gezichtje en trek die mooie kop van hem op mijn schouder want dat heeft hij nu nodig en zoveel vader ben ik wel.
Als ik hem nadien iets zie maken, zo met de tong uit het bekje en in de onmogelijkste houdingen, iets met ijzerdraad en nagels en een hamer (alleen voor het zagen moet ik even komen helpen, de rest klopt hij er zelf wel in), als ik hem zo bezig zie, terwijl hij de hele doos met nagels omkiepert om er een paar uit te zoeken, dan denk ik: kijk 'ns aan, wat een fijn mechaniekje heb ik in gang gezet. En dan, ja dan wil ik wel 'ns iets voelen dat ik zou herkennen als ouder worden.

Maar even later zijn ze daar weer. Met ogen van comme ça en hun hart bloot komen ze tonen en vragen of het wel mooi is wat ze gemaakt hebben, echt mooi ja? Dan weet ik: zo blijf je, mijn jongen, dat onzekere raak je nooit meer kwijt. Deze ouwe rakker weet er alles van. Alleen: ik durf het nu niet meer vragen, ik draai drie keer heel mijn hoofd rond en hoop dat iemand zal zeggen dat het wel degelijk goed is zo. Alleen: ik vraag het niet meer, en niemand zegt het.

Harry Mulisch, geloof ik, heeft ooit gezegd: sommige mannen zijn vaders, andere zijn hun leven lang zonen. Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik denk dat ik tot de tweede soort behoor. Die zonen onder de mannen, ze zullen wel nooit premier worden of sterke man in een vers regime of goeroe in een of ander gestoord pakkie, maar wat doet dat er toe, ieder heeft zo zijn eigen waardigheid. Zoon of vader zijn overstijgt trouwens het beroep, het onderscheid zit dieper, je merkt het aan andere zaken, het steekt niet de ogen uit, wat dacht u, ieder heeft zo zijn eigen schuchterheid.
Maar dat zonen niet buiten vrouwen kunnen, dat staat vast. Een vrouw om te ontdekken, als een avontuur uit een jongensboek, een land om te veroveren en een hart om in door te dringen of naartoe te vluchten. Stelt u zich van die beeldspraak niet veel voor, een kinderhand is gauw gevuld maar ook vlug weer leeg.
Vrouwen vallen trouwens op zonen. Die zijn vaak niet zo opgejut macho, willen al eens meer luisteren, openstaan voor het spel van blikken en stralingen waarmee een vrouw haar verlangens en angsten verkondigt.... Zo'n zoon, die herinnert zich nog een beetje uit welk groot mysterie hij op de wereld is gezet.

Vader of zoon zijn heeft ook niets met fysiek te maken. De reuzen onder mannen zijn vaak de braafste, hebben zonder uitzondering dwergvrouwtjes van louter bijtend zuur. Ik heb eens Johan Anthierens door Tom Lanoye uitgekleed zien worden, voor een publiek en waar Anthierens zelf bijzat, manke loebas van een hond, zo een die wil likken en bijten tegelijk, in zijn nek gesprongen door een keffertje van anderhalve meter met geslepen tanden en flink besproeid ego. Zoon die de mantel uitgeveegd wordt door zijn vader, één van zijn vaders, want dat is het noodlot voor zonen, dat ze in hun leven vaders blijven ontmoeten. Opmerkingen blijven krijgen. Het nooit goed doen. Zonen vechten hun leven lang met hun zelfvertrouwen. Vaders weten zelfs niet dat ze zoiets hebben. Het overschot van gelijk van een vader. De aarzeling van een zoon. 
Maar de aarzeling is mij sympathieker. Of wat dacht u.

Commentaren

Ik hou van mannen die zowel man als kind zijn! Dat zijn de ware kerels. ;)

Gepost door: Danique | 13-09-13

Dan zul je je woorden toch een beetje moeten definiëren: man, kind, kerel...
Zoiets als brood: harde korst en om op te eten vanbinnen?
Of als ijs (koud, maar als je het laat smelten...)?

Gepost door: guido | 13-09-13

De commentaren zijn gesloten.