02-10-13

gulzigheid

 

IMG_8009.JPG








In de kleine kleinzonen zie ik hoe groot de mens omgaat met het leven dat hem aandoet. Dat is zelf zo wild en alomvattend groot, dat je zou verwachten dat die kleine mensenlichamen en –bewustzijnen er door krimpen, zoals je krimpt bij te grote aanwezigheid, bij te grote dreiging. 
Maar nee, niets daarvan: die kleine hummels dragen een gulzigheid uit die verbijstert, waar je naar blijft kijken, zo groot is die honger naar leren, naar ervaren, naar beseffen en weten. Naar bijhouden en meedragen.  Naar zelf ook van dat leven maken...
Soms moeten ze even gaan zitten, om bij te komen. Dat is ten dele schijn. Ze hijgen wat na, maar schoffelen ondertussen in zichzelf, maken weer plaats voor nieuwe tochten. Ze hebben weer getankt, en zijn weer goed voor honderden kilometers.
Mijn vrouw valt nog iets anders op. 
Naast de gulzigheid raakt haar de vreugde waarmee die kleine kinderen in het leven staan. Je kijkt hen aan, en je krijgt al een glimlach. Ze zien iets nieuws, en stralen. Elke ontdekking is een kreetje waard. Verwondering en vreugde zijn bij die kleine menswezens nog synoniem. En er is, zoals gezegd, veel te verwonderen in dat grote leven.
De melancholicus in haar vraagt zich dan af waarom het bij grote mensen niet zo kan blijven. Waarom zoveel gezichten op onweer staan. Zoveel nijdigheid op straat komt, bijvoorbeeld die hoogpotige terreinwagens die gas geven bij elk zebrapad. 
IMG_7930.JPGVerwondering is en blijft een beetje naïef, het zal dat zijn. En die arme ouders spenderen jaren van hun leven om dat naïeve rondkijken toch een beetje te beschermen tegen wat wat ruw is, steekt, pijn doet. En op de duur wordt beschermen zowat een tweede natuur. En vergeten we onze eerste: die van glimlachend genieten, van spontaan kraaien, van vingertje in de lucht bij elke nieuwigheid...

De commentaren zijn gesloten.