08-10-13

Scheppinkje (Leo Vroman)

IMG_7987-001.JPG

 

 
Scheppinkje

Kon ik Jou, Heer, tezamensponzen 
tot een gebaartje op mijn hand 
en gaf Jou alle kralen, donzen, 
poesjesmiepsen en hommelgonzen 
en Jij weefde het verband ... 
 
ik zou mijn vingers rond Je sluiten 
en Jouw gekriebel zó beminnen 
terwijl Je scheppend was daarbinnen 
dat ik mijn vuist héél zacht van buiten 
zou kussen; 
 
en als ik op een teken 
Jouw werk voorzichtig zou ontbloten 
nimmermeer zijn uitgekeken 
op mijn lege handpalm, grote 
God 
en nooit meer spreken. 

 
Leo Vroman
Uit: De gebeurtenis en andere gedichten (Querido 2001)
 


Dit is een wonderlijk geheimzinnig gedicht. Alleen een dichter als Vroman (heel zijn leven bioloog-onderzoeker in de V.S., hij wordt stilaan 100!) kan zo ontwapenend over zoiets ongrijpbaars als God spreken.

Ik zou veel over dit gedicht willen zeggen, maar het ontsnapt mij, zo kinderlijk mystiek is het. Dat tezamensponzen tot een gebaartje, dat niet groter is dan een hand, die eigen hand dan nog, met al het voelen en
mee-maken dat die ervaring meebrengt. Dat scheppend zijn daarbinnen, op zoek naar een verband. Dat wachten van de dichter, het enige wat hij doet is zijn vuist héél zachtjes kussen.
En dan wat hij krijgt: nooit meer uitgekeken zijn, een leegte die hem de rest van zijn dagen zo zal vullen dat hij nooit meer moet spreken... Daar geeft zo’n zenmonnik drie levens voor, en hier gebeurt het bijna vanzelf. In het universum van zijn lege palm. Waw.

Waar is nu het geweven verband? Het verband is een soort volheid in de leegte, ik kan niet anders dan met de paradoxen van de mystici spreken. Nimmermeer zijn uitgekeken op iets wat je niet ziet. Doe het maar eens. Met wilskracht waarmee taaie gelovigen hun broek ophouden zal het niet lukken. Wel als een soort cadeau. Ook daarover spreekt het gedicht: er is een verlangen (‘Kon ik..’) en er is een antwoord (‘op een teken’).  Maar niet als een bovenmenselijke prestatie, eerder als een soort nooit volwassen geworden naïviteit. Met een onschuld als van kinderen. Een onschuld die niets weet van dogma’s, en macht, en met macht beklede wezens. Maar veel nog weet van een oorspronkelijke verwondering. En vertrouwen.

De commentaren zijn gesloten.