06-12-13

sporen

IMG_8725.JPG


 

«Dat waar zo'n roman over gaat, zie ik dan als een soort kern — die ik niet ken, daarom schrijf ik en met elke zin kom ik er dichtbij. Ik kom er oneindig dichtbij, op den duur, en ook blijf ik er oneindig ver vandaan: ik zou, overeenkomstig de eigenschappen van de wiskundige limiet, om er te komen oneindig lang door moeten schrijven.» (Uit Wanneer is een boek af, Gerrit Krol)

De leegte van zo’n kern, de aantrekkingskracht van die leegte, daarom schrijf ik mijn stukjes tekst. Om dichterbij te komen bij die kern die ik niet ken, maar met de jaren meer en meer vermoed. Toch wel. Denk ik. Het kan niet dat daar waar je vaak loopt, geen weg ontstaat. Een richting, toch. 

Er zijn in dat grote landschap van mezelf, met de jaren toch sporen getrokken. Ik herken ze als ik er weer eens langskom. Hé, zeg ik dan, hier was ik al. Maar tegelijk weet ik dat ik niet verder zal komen dan dit begin van herkenning. Dichterbij is tegelijk ook weer verder weg. En zo schrijf ik maar verder, op zoek naar waar de roman van mijn leven naartoe gaat.


(foto: Kluisberg)

De commentaren zijn gesloten.