06-01-14

Onweer

20100402_1284.JPG

 

Het onweer komt aangerend vanuit het westen met een stampede van grijszwarte wolken. Ik zie ze pas als ik de verwaaide bliksems opmerk, en dan nog dacht ik eerst dat een lamp aan het doodgaan was, hetzelfde nerveuze trekken.

Maar het is echt rennen. Vanuit het grote westen halen handen snel en efficiënt een laken over de wereld, een donker doek, maar er blijft een vreemd licht achter branden, tot het grijszwart ivoorkleurig wordt, van een heel licht ivoor.

Wind vlaagt in korte hevige stoten, de vogels zijn de lucht uit, zie ik, en als er ene voorbij komt, is het laag door de straat, behalve die koppigaard die weer zijn zin moet doen en als een dweil over de daken flapt.

En dan de regen, nog feller dan de wind, tot er waaiers op de daken botsen, hevig in hun glooi, en dan niet meer, en dan weer. De bliksems nemen nu de hele hemel in, maar onscherp geworden door dat laken, alsof er een operarepetitie bezig is waar oningewijden niet welkom zijn.

En dan, dan zakt het geweld even vlug ineen als het gekomen is. Er zijn wolken zoals wolken om deze tijd van het jaar meestal zijn, een aquarel van donkergrijs dat onregelmatig opdroogt. Dan tikt de regen zoals regen meestal tikt, wat zenuwachtige vingers op het vensterraam.

Dan, waw, wat is dit verrassend, gaan spectaculaire spots aan in datzelfde westen, warm van geeloranje, alsof het gordijn toch open mocht, en we iets mogen zien van de opvoering erachter. Heel het westelijk halfrond baadt nu in overvloedig zonlicht, ik zie het slechts tegen een voorgrond van zwarte daken, en etsen van bomen, maar het is waw, jawel.

En dan, even vlug als de storm over ons liep, zakt ook dit te grote licht weg, tot een rand boven de huizen, tot bijna niets meer, een laatste fade out.

En dan staat overal tussen de huizen, zoals elke avond, het duister van de nacht.


(vrijdag 03.01)

De commentaren zijn gesloten.