10-01-14

een mooie dag

Mooie dag in Brussel gisteren. Henri Van de Velde bleek een meester-schoonheidsvinder. Zijn niervormige bureau maakte grote indruk: die onderbroken curve, die pootjes die nog even naar binnen gaan, die lijn rond het tafelblad die een kleine aanrollende golf lijkt, en breder wordt ze naarmate meer naar achter plooit (Van de Velde laat vaak lijnen aanzwellen en weer dunner worden), dat eikenhout dat de eeuwige jeugd lijkt te hebben...

Bij het bureau herkende ik Karen V., als gids van het museum uitleg gevend aan een groep vrouwen. Het was een kort maar prettig weerzien, dat iedereen van de groep in haar hoofdtelefoon kon meebeluisteren. Dag Guido, zei een van de vrouwen toen ze voorbij liep...

Ik kon Van de Velde op niks pompeus of smakeloos betrappen, behalve dan het allerlaatste stuk: dat plompe bureau voor koning Leopold 3.  Ook naar het einde stond daar de kop van de oude Van de Velde, in arduin (door Georges Minne probeer ik me te herinneren), een van de weinige geslaagde beelden die ik ooit zag in die dwarse steensoort. Een symbolisch einde: zo elegant als de man gekleed was op de foto’s, zo elegant als zijn art nouveau-kandelaars de tentoonstelling openden, zo onherkenbaar uitgezakt was zijn gezicht op het einde van zijn leven, getergd door klachten van collaboratie in eigen land wellicht, en door een leven van onophoudelijk werken en scheppen.

Daarna liepen we langs en in de Kapellekerk, en wou ik het graf van Bruegel zoeken. Er is geen graf, wel een plakkette met een tekst van Timmermans. Maar er was wel een stil makende Nuestra Signora de la solidad: een voorover gebogen (bijna voorover vallende) Madonna, als een treurende Spaanse vrouw in streng zwart gekleed, de handen in elkaar gewrongen van leed, zonder blozend kind aan de triomfantelijke borst, zoals Michel de Ghelderode schrijft in dat merkwaardige fragment uit Sortilèges dat bij het beeld stond. Daarin schrijft De Ghelderode over eenzaamheid, over zijn eenzaamheid, en hoe hij troost vindt door ze te delen bij dit beeld, zwijgzaam bij elkaar gezeten. Dit beeld zou door de Spanjaarden in de tachtigjarige oorlog zijn meegebracht en achtergelaten

jacob pins.jpg

Tenslotte, in het Joods Museum, ontdekken we een houtgraveur van wereldformaat: Jacob Pins. Even overweeg ik kunstdief te worden, maar ja, je moet daar voor opgeleid zijn. Dan maar zo aandachtig als mogelijk kijken en blijven kijken en opnieuw kijken. 

Een mooie dag, zei ik. Er was zon en nu valt de regen. Maar het is niet koud, de dagen rekken zich al weer wat uit, en met de forensen lopen we naar de Kunstberg, naar ons paard dat onder de Koninklijke Bibliotheek wacht op zijn meesters. Voor we de parkeergarage ingaan, zie ik dat Elizabeth nog altijd met veel bewondering opkijkt naar Albert.

We sluiten de dag bij nicht Y. Ze is 82, maar heeft de leergierigheid van een jong meisje behouden, gekoppeld aan de wijsheid van haar leeftijd. Als ze Franse, Duitse gedichten uit het hoofd opzegt, straalt haar gezicht, omdat ze zelf hoort wat een mooie muziek ze maakt. Als we samen vertaalde gedichten lezen en foto's bekijken op deze blog, straalt haar gezicht, omdat ze de muziek hoort die daar wordt gemaakt...

De nacht is gevallen en in de donkere auto in de donkerte buiten op weg naar huis denk ik: dit was een mooie dag. En nog geen twee minuten later zegt Lieve het luidop, met bijna dezelfde woorden. Ook dat is mooi, dat bewustzijnen zich blijkbaar ook buiten de grenzen kunnen uitstrekken...

De commentaren zijn gesloten.