16-03-14

Twee odes, of elegieën 2

IMG_7265-002.JPG

 

 

Twee odes, of elegieën

 

2

 

Bij elke moeder die nog sterven moet

sterven wij, moederlozen, ook voorgoed

 

mee met haar mond en blik en hand en arm,

met al haar lichamen hield ze ons warm.

 

Ze hield ons dicht, een huid zonder een scheur.

Ze was de grond, het water en de deur.

 

Ze leerde ons wat kijken was en vloog

met ons door vergezichten, en ze loog

 

hoe dicht ze waren, hoe ze van ons wisten

die dierenpoten, vogelstemmen, morgenmisten.

 

Ach moeder, moeders, ademmakers stil,

hoe doet u dat, ons jagen door uw wil

 

de bron zijn van een nieuwe bron, die zingt,

met adem, tintel, jeuk en stap nog klinkt.

 

Ach moeder, moeders, schaduwmakers fel,

hoe doet u dat, met aftrek van uw vel

 

zo lang nog meegaan met wat uit u viel.

Of zij een schoonheid is, of hij zo schriel,

 

ze voelen aan uw hand als ’s avonds laat

de hele wijde wereld hen verlaat

 

en zinken dan met zachte ruggen zo verloren

als werden zij, in u, opnieuw geboren.

 

De commentaren zijn gesloten.