01-07-14

Tbilisi in Georgië

IMG_0531.JPG

 

Terug uit het weelderige land Georgië. Weelderig in zijn naam (zie de Georgica van Vergilius), weelderig in al het door de Kaukasus beschermde groen (al die wijnranken voor en opzij en achter bijna elk huis in bijna elke straat, die weiden, zelfs de hoge bergen zijn groen), weelderig in zijn gastvrijheid (de rijke tafel die men gasten aanbiedt...), weelderig zelfs in zijn verval, in zijn armoede. In elk geval is Georgië geen geëgaliseerd, uitgevlakt land zoals we er in het westen al zoveel hebben gekregen, de jongste halve eeuw, waar alles op alles gaat lijken: huizen, winkels, straten, auto’s, mensen.

Vandaar dat ik de weelderigheid maar opsommend opschrijf, als een waaier die opengaat, als de verrassing die verborgen kan liggen in elk voorbijkomend moment: er is geen indeling mogelijk, alles lijkt even opvallend aanwezig, de kleine muurinscriptie zowel als de zogende straathond, de langzame popes als de bliksems boven de bergketen, de niet geplaveide straat als de in slaap gevallen verkoopster bij haar kartonnen tafeltje, de icoon naast de deur als de pantocrator vooraan in de kerk. Want ook de kerkruimte is alles tegelijk: de grote lichtstraal door het zijraam zowel als het licht van al die kleine waskaarsjes, als de kleuren van de fresco’s en de wierook en het gemummel van de monniken en de heen en weer lopende gestalten en de eeuwenoude stenen...

 

Laat ik beginnen met de hoofdstad Tbilisi, het oude Tiflis, altijd al een kruispuntstad, waar invloeden samenkwamen uit Europa maar ook uit Perzië en uit het naburige Tsarenrijk en de andere Kaukasusrijkjes met hun vele talen en volkeren:

De vijgenboom onder mijn kamervenster, die tot in mijn raam groeit, en het gezang van de grote lijster daarboven

De kleine verzonken donkere winkeltjes, open tot ’s avonds laat, want elke klant is wat meer overleven (maar ondertussen worden ze met soms eigen gemaakte bezems proper gehouden, en wordt er geroepen en gepraat, het leven hoeft niet lijdzaam toe te zien en af te wachten)

Galerijen en balkons van de huizen, oud, maar waardig oud, en met een patina die je nergens elders vindt

De vertellende baardige oude pope op een bank buiten de kerk, en de oudere vrouw naast hem, ook volledig in het zwart maar zich bescheurend van het lachen om wat ze hoort (op een bepaald moment legt ze, van louter plezier en dankbaarheid om het plezier, haar hoofd op zijn schouder)

De ongeplaveide straat waar we doorlopen, en hoe een jonge vrouw op hakken ook haar eigen stappen zet over de glooiingen (waarin soms honden slapen, met half afgesneden oren) en putjes en losliggende stenen

De ontdekking achter elke hoek: trappen uitkomend op andere trappen, galerijen achter glas, overal de druivelaars, de binnenkoertjes en de koertjes achter de koertjes, de scheve muren (al of niet onderstut), de open gasleidingen. En in de betere huizen die ene mooie brede trap, of die verwaarloosde Jugendstilversiering, of toch weer dat keldergat waar de bakker zijn brood bakt in die kleine ovens

De vele kleine busjes die hier het openbaar vervoer uitmaken, en de vele vaak afgeleefde taxi’s die wachten, en dat het gevaarlijk is om de straat over te steken want zebrapaden tellen niet voor wie een auto heeft

Trots en weemoed van de vrouwelijke gids in het Nationaal Museum, met zijn ene verdieping, maar vol geweldige kunstschatten, meesterwerk na meesterwerk, maar in een berooid museum, en met gidsen die er nog, zoals zovelen, een tweede job bij moeten doen om enigszins rond te komen

Op de heuvel het beeld van Mama Georgië, met haar borsten van staal

Gemaaid gras in de oude kerk, restant van een voorbije ceremonie

De pope die de kinderen zegent die hun moeders voor hem vasthouden, met een borsteltje met olie even armen, voorhoofden, benen aanraakt

De kleuren in de kerken, van de groene, rode, zwarte kazuifels, van de iconen, van de kaarsen

De grote kruistekens die mensen maken, en hoe ze aanraken en kussen wat ze aanbidden

De gebedsintenties die ze op briefjes schrijven

De jonge vrouw die ik van op een afstandje fotografeer, weemoedig als de Madonna zelf

En overal de aanplakfoto’s van politieke koppen, van een komende of al voorbije verkiezing

En de bijeenkomst op het grote plein met vlaggen (nationaal en de sterren van Europa), en een podium en groot lawijt en gedans en speeches en bodyguards als een hoge pief ter plekke gebracht wordt om te speechen, allemaal pogingen om dichter bij de Europese Unie te komen, weg te raken van de Russische beer, wat die daar ook geïrriteerd over zal denken

En op de terugweg ruwe polyfonie van mannenstemmen, diep en bijna grommend mooi

 

IMG_9370.JPG

Commentaren

U mag het mij niet kwalijk nemen, Guido,
maar wat ben ik blij en dankbaar dat wij (de gewone man en ik)
dit soort maatschappij ontgroeid zijn.

Zelf heb ik een ziel uit de Belle Epoque'.
In het Inter Bellum, daar voelt ze zich ook wel thuis.
Maar steeds leeft ze in het pluche van de 'bourgoisie'.
Desnoods in het savoir vivre van de aristocratie.

Maar nooit in de wijken waar Daens aan huis kwam.

Ondertussen, leeft ze hier nu haar dagdagelijks leven
binnen de context van een sober pensioen.
Ongeveer de helft van het gemiddelde van een ambtenaar.

Niet arm, maar ook niet overdreven proper.
Mijn ziel, bedoel ik.

Gepost door: Uvi | 02-07-14

Je hebt gelijk, Uvi, dat ik van de buitenkant van de huizen en de mensen niet weet noch besef wat er allemaal aan de binnenkant aan armoede en doorbijten dagelijks gaande is.
En ik wil ook niet terug naar mijn jeugd van één stoof in de woonkamer en vocht in de muren en tocht in de gangen.
Maar ik denk dat we voor onze vooruitgang toch een prijs hebben moeten betalen: de prijs van de uniformiteit, die kleur noch geur noch smaak heeft...
We moeten idd de redenering niet omdraaien en terug willen naar vroeger, maar de televisie is geen vervanger van de gesprekken op straat op de vele bankjes, noch is (zoals ik vandaag las) de moderne zigeunerwagen-met-paard (en luxe van een jacht, zegt de reclame) een vervanger voor het eigene dat je vroeger op elke straathoek vond.
Enfin, ik merkte alleen dat ik steeds blijer werd in deze stad Tbilisi, dat ze mijn hart stal. Maar ga ik binnen vijf of tien jaar terug, dan heeft de moderniteit hier ook toegeslagen, allicht tot het welbevinden van de mensen die er wonen.
Enfin bis: ik ben maar beperkt in mijn blik van menske alleen; in de loop van de voorbije eeuwen vervelt zo'n stad wel meer dan één keer (ze is zelfs bijna totaal verwoest door de Perzen)...

Gepost door: guido | 02-07-14

Dag Guido,

ik zit in mijn verwilderd tuintje. En ben haar even gaan groeten.
Ze is mij al jaren trouw. Elke zomer wacht ze me op.
Ik wacht op haar.

Eén roos. Ik moet niet ver gaan om haar te bezoeken.

Maar nu moest ik. Te ontroerd. Om verder te lezen.
Aan Camps in Knack.

Ik citeeer het einde:
'Een ander hemelbed dan een beetje glanzend papier is echt
niet aan mij besteed. Ezelsoren geen bezwaar.'

Ik eindig met de titel:
'Schrijven is mijn alibi om niet te hoeven leven.'

En nu herbegin ik. Middenin.

Ik wens iedere beklimmer van de Mount Everest de ontroering toe
die mij hier en nu overmant.

Mooie dag nog, Guido.

Gepost door: Uvi | 02-07-14

Ontroering, daar is het idd om te doen.
Of ze nu van een paar woorden komt, of van een enkele roos in een verwilderd tuintje, of van een stad die geschiedenis draagt in elke nerf.
hartelijke groet

Gepost door: guido | 02-07-14

De commentaren zijn gesloten.