04-07-14

Nog Georgië

IMG_0133.JPG

 

De man die de varkens naar huis jaagt, ze even in het voorbijgaan tegen hun poten tikt, tot ze kajieten, hoog en schril

De vrachtwagen (in grote letters Wuustwezel erop geschilderd) die een hele lading flesjes water aanbrengt, en pampers waarmee dan individuele auto’s tot barstens toe volgepropt worden (waarschijnlijk smokkelwaar voor of van Rusland)

De jonge monnik die zijn jeep de steile ongeplaveide straat opjakkert

Drie mannen gesticulerend, twee op een van de vele banken voor de huizen, één rechtstaand, over iets dat zo lang is, zoveel breed, zo hoog

Twee oude in het zwart geklede vrouwtjes die de avond wegbabbelen

De jonge koe die op de hoek van de straat vergeten is, en maar blijft burrelen, in hoge melknood

De zware, schonkige Russische vrachtwagen, op dezelfde straathoek

De vreemde, prachtige wilde bloemen

De vele lege huizen in de dorpen

Het monument voor Stalin dat in de reisgids staat maar dat in het bewuste stadje niemand schijnt te kennen, tot er iemand duidelijk aangeeft dat het verdwenen is

De brede poorten waar de armdikke gasleidingen langs en over lopen, en waar een bank staat te wachten op de avondlijke gesprekken

Groot onweer in de Kaukasusbergen, met een overvloed aan bliksems die een hele ruimte doen oplichten

De voorbijganger die ons bedankt dat we de Russen verslagen hebben op het WK voetbal

Fijne ranke gezichten van de meisjes en jonge vrouwen; ronde, ovalen gezichten van de mannen

De op zijn gitaar rockende oude voor de deur van zijn huis, onder de druivelaar, in marcelleke, die loos gaat als ik hem feliciteer, en zijn weemoedig glimlachende vrouw naast hem in het deurgat

De overdekte markt met zijn geuren en smaken en kleuren, en geduldig wachtende verkopers, soms ingedut, soms biddend, meestal starend

De kerken en kerkjes vol fresco’s, als een stripverhaal in steen en kleur en licht

De smerigste appartementsgebouwen voor de Georgische vluchtelingen uit de oorlogsgebieden van begin eenentwintigste eeuw (Abchazië, Zuid-Ossetië)

De door de Russen gebombardeerde dorpen, heropgebouwd in rijen van volkomen identieke kleine huizen

De enkele graven van Duitse krijgsgevangenen, hoog aan de Military Highway naar Rusland, omringd door regen en mist en kou

Het zalige nietsdoen van de monniken (zo lijkt het toch) onder het afdak van hun stille kloosters, achterovergeleund op hun stoel; het onophoudelijke bezig blijven van de nonnen in de kerken (schoonwrijven van de gekuste relikwieën, kaarsstompjes verwijderen, vegen, opletten dat de toeristen niets verkeerd doen...)

De koeien langs en op de wegen, niet achter schrikdraad maar zo vrij als een vogel hier in dit land, en met ware minachting/doodsverachting voor het verkeer

Het Georgische polyfonie zingende trio in de grottenkerk van Vardzia: twee jonge Georgiërs en een Amerikaanse blonde jongen, gedoktoreerd op de materie in Princeton, op één van zijn vele studiereizen hier

Overal dat sierlijke Georgische schrift, zo veraf van onze hoofdletters-in-het-gelid, en de oude leraar (in het winkeltje met drie schriftjes en tien kleurboekjes) die met zoveel passie ons de tekens uitlegt

Het vele mooie roest van Georgië

Kerkhoven waar de foto’s van de overledenen met laser in het marmer zijn gestraald, soms levensgroot en soms in kleur

De “vergeten”, verloederde, lege benzinestations

De vele “vergane” bushokjes, elk nog de schim van zijn eigen oorspronkelijke esthetiek

De lege fabrieken, soms enkel nog hun skelet, als dunne Griekse tempels

De gek bij het afbrokkelende spoorwegperron, die telefoneert met een kopje tegen zijn oor

Zoveel herinneringen aan mijn kindertijd: de elektrische palen, de hoofddoek voor de vrouwen, de kleine winkeltjes met hun eigen specialiteit, de losse boodschappentassen (“malen” noemden we die toen) die altijd meegedragen worden, overal stappende mensen ergens naartoe, het vele eten dat de gasten krijgen, de volksdevotie, de kruistekens op straat bij het voorbijgaan van een kerk, de eerbied voor de popes, de houten weecees, het familiaal samenleven van generaties

De vredigheid van een morgendlijke groententuin: de ranke oma in haar grijze kleed geeft met een kopje de jonge aanplant stuk voor stuk water, achter haar loopt het kleine paadje naar een hekje, onder de fruitbomen door, waarachter een in het zwart geklede zware vrouw een koe naar de wei drijft; er kwetteren vinken, op de bergwanden drijft langzame mist, in de tuin slaapt nog een hond

Warme avonden die niet lijken te eindigen

De schoonheid van het verval, als je er de tijd in ziet, in elke nerf een ander spoor

 

IMG_0409.JPG

(foto's: Gelati-klooster, en het torendorp Ushguli, in Svanetië, het afgelegen hoge Noorden)

 

 

De commentaren zijn gesloten.