09-08-14

Over het kleine (3)

IMG_0969.JPG

 

3 Het heeft ook iets te maken met tijd, en met geheugen. De tijd is zo’n massieve beweger, we zijn nu al weer een stuk in augustus. En ik herinner me de beloften van de lente nog, en hoe het jaar vers was begin januari.  Als ik niet oplet, lijkt het jaar wel sprongen te maken, gaten achter te laten, zomaar, zonder het te vragen.

Vandaar dat ik mijn geheugen in stelling moet brengen. Het massieve laat zich niet herinneren, behalve als iets massiefs, verpletterend als je er te lang naar kijkt. Nee, ik moet het kleine vinden in dat massieve, om te zien hoe groot ook dat is, op zijn eigen soms vrolijke, soms aangrijpende manier. Maar altijd verrassend, zodat er nieuwe woorden meekomen, en ik toch even ter plekke een kleine pirouette maak, vanzelf even dit lichaam van mij aangesproken voel, meestal vanbinnen, soms toch ook letterlijk: een lach, een dansje, dat mijn vrouw glimlachen moet.

Als ik het kleine ontmoet (met wat het me doet), lever ik mijn geheugen wapens tegen het massieve wegglijden. Ik zal mij het gezicht herinneren op die grote frescowand (Jenzat, Fr), meer dan de wand zelf.

Dat is het wonderlijke aan foto’s, dat het zulke gedroomde bijhouders-van-je-geheugen zijn. En zelf ook zo machtig scherp willen kijken. Net als camera’s (die ik niet heb). Ik zag ooit een docu over De toren van Babel van Bruegel, door Harold Van de Perre. Zijn camera kon doordringen tot in de kleinste hoek van elke verdieping van dit wonderlijke gebouw. Niet alleen dat ik mij afvroeg hoe Bruegel zo godsonmogelijk klein kon schilderen, maar vooral dat ik toen pas, via die kleine hakkende, tillende, kijkende mensjes iets zag van de immensiteit van de droom Babel, letterlijk en ook figuurlijk.

Het kleine is niet klein, nooit geweest. Het kleine bevat in zijn kleinheid alles van dat grote. Alleen moeten we moeite doen om het te willen zien. En tegen alles ingaan dat maar droomt van succes, en rijkdom, en prinsessenbloed. Maar als we eenmaal het grote van het kleine hebben mogen zien, vergeten we het nooit meer. De tengere, gevoelige Maria Beert (Het recht van de sterkste, Buysse) heeft me meer geleerd over het arme Vlaanderen in de 19de eeuw dan veel geschiedenisboeken...  

De commentaren zijn gesloten.