24-08-14

Nog wat onzichtbare Shinto-godheden

Deze tekst verscheen eerder in VINGERAFDRUKKEN EN VERGEZICHTEN, tweede bundeling van mijn poëtische essays (na DE AANRAKING) en in boekvorm te krijgen bij mij (zie ook de categorie hiernaast).

Ik weet zo direct niet hoe oud deze tekst is, maar dat hij over hetzelfde gaat als het gedicht van Borges in de vorige post, dat is duidelijk.

 

IMG_3666.JPG

 

  Verlangen

 

   Het verlangen naar een goed gesprek, dat met zijn blote handen in de grond graaft, tot er water opkomt.

   Het verlangen naar begrijpen, dat gevoel van: zo is het.

   Het verlangen naar zachtheid, zowel in het verdriet als in de vreugde.

   Het verlangen naar hevigheid. Af en toe wil een mens door een muur lopen.

   Het verlangen naar nabijheid, twee lichamen die zouden kunnen samen liggen, als ze dat wilden. Maar samen ademen, samen kijken is ook al genoeg.

   Het verlangen naar de lach. Leven, versnel even; tonen, klink door alles; smaken, ga rechtop staan. Ben ik nu hier of daar, ben ik nu kind of overlevende, hoeveel levens heb ik in mij?

   Het verlangen naar goedheid: dat ik mijn moeder weerzie, dat ik kan geloven in mezelf en in het geschapene.

   Het verlangen naar stilte, dat de onzichtbaarheid een stap naderbij zet, naast mij komt staan, wil wachten met mij, in iets van eindeloosheid.

   Het verlangen naar beweging, naar de stap die alles verandert, liefst een stap die danst. Zoals alles een dans is, afgescheiden is en weer bij elkaar komt, de ongrijpbare grens tussen oplossen en voortbestaan.

   Het verlangen om iets te maken dat verder bestaat: een kind, een gedicht, een tak die in de grond wordt gezet en gaat bloeien. Dat ondoordringbare bloeien, zo weerloos dicht en zo oneindig ver. Dat verlangen dat kind werd, nooit meer zal het leven nog van mij zijn, ik ben uitgedeeld, de dood kan mij niet meer overwinnen en heeft mij al overwonnen.

   Het verlangen naar verhalen: waarom dragen we anders alles mee, als we het niet uitdelen? Wil er iemand tonen wat hij verzameld heeft?

   Dat verlangen naar zonlicht, dat verraderlijk-eenvoudige gebaar dat de binnenkant naar buiten trekt.

   Dat verlangen naar adem, dat verraderlijk-eenvoudige gebaar dat de buitenkant naar binnen trekt.

   Het verlangen naar oud worden, archivaris van de tijd die in mij langskwam, tekening van de krassen die de tijd wilde maken, ik kan mijn ogen niet geloven.

   Het verlangen naar jou, mijn spiegel, mijn tweede lichaam, mijn tweede vader en moeder, mijn onuitgesproken woord, mijn gebaar van altijd, mijn grond, mijn geheugen, mijn verlangen. Hoe zal jij er altijd zijn, ook als je er niet meer bent?

   Het verlangen naar dit moment, verte en nabijheid van geluiden en kleuren, vogels en honden, auto's en stemmen en het gejaag in mijn aders, en hoe alles ineenvloeit om zichzelf toch niet te verliezen. Licht over dat alles, en aan de onderkant de donkerte van weggaan. En toch nooit ophouden. Moment na moment, als de stap van de blinde die langzaam leert zien.

   Het verlangen naar wolken die groot en traag zijn, naar lange tonen, naar het uur blauw 's avonds, naar de eerste vegen 's morgens, naar het gevoel van begin 's morgens, naar de stem die zingt, het oor dat schaamteloos genomen wordt, naar een vinger langs de mond, naar een blik die blijft hangen, naar het lichaam in spanning en overgave, in bed, op het sportveld, tijdens de dans, tijdens het werk.

   Het verlangen naar boeken, stilte en diepte en vriendschap ineen, en geduld, en aanraking, zoals woorden kunnen aanraken, vingers in de huid.

   Het verlangen naar verlangen, honger naar leven, onrust van leven, mededogen met het leven.

   Het verlangen naar de dood, zwijgzaamheid die spreekt, wachter aan de deuren, hand die de tegendelen opheft, gebaar dat alles mooi maakt, klank en stilte ineens, evenwicht, laatste aanraking, honderd namen zou ik je moeten geven, dood, allerlaatste vriend, terugkeer, grote rust. Zoals mijn verlangen verzamelt wat nog niet is, zo verzamel jij wat geweest is, een geheim even onbenoembaar als geschapen worden. Mijn verlangen naar dat geheim. Het eerste verlangen. Het grootste verlangen misschien. Het verlangen dat nooit meer over kan gaan. Beweging die zich voor immer herhaalt.

 

(foto: Gent, universiteitsgebouw bij St Pieterskerk. Er zijn ook godheden op te zien...)

De commentaren zijn gesloten.