08-09-14

Herlezen: Slachthuis vijf (Kurt Vonnegut)

IMG_6980-001.JPG

 

 

Slachthuis vijf, van Kurt Vonnegut, heeft na al die jaren nog niets van zijn unieke toon verloren: die mengeling van droevige joligheid van clown, van terloopse tragiek, van de lezer direct aanspreken alsof de verteller naast ons staat.

Die bijna casual toon waarop Vonnegut zijn roman ineen steekt, als het over een onhandig, kinderlijk bijeenzoeken van speelgoedbouwsteentjes gaat. Zoals ook na een bombardement een huis of een stad weer bijeengezocht moet worden, in dit boek de onbevattelijke brandhaard Dresden, die Vonnegut als Amerikaanse krijgsgevangene overleefde in de kelder van slachthuis vijf...

Hoe doe je dat, het onbevattelijke proberen vatten? Door de lezer over het stuntelen en tasten te vertellen. Door de hoofdpersoon Billy Pilgrim in en uit de tijd te laten vallen, en in en uit de werkelijkheid. Want is een werkelijkheid waar een stad volledig opbrandt de enige werkelijkheid? Is een werkelijkheid waarin de soldaten nog kinderen zijn (een ‘kinderkruistocht’) de enige werkelijkheid?  Is een werkelijkheid waarin mensen zo onmachtig elkaar begrijpen kunnen, zelfs in naam van een zekere liefde, de enige werkelijkheid? Wie is gek: Billy Pilgrim, of deze wereld die plots razend kan worden...  

 

Foto: fragment uit schilderij van Chagall (Chagallmuseum, Nice)

De commentaren zijn gesloten.