12-09-14

Psalm 8 (een bewerking)

IMG_8280.JPG

 

Naar psalm 8 

 

Altijd als ik de hemel zie,

zie ik vingers aan het werk

die zich eindeloos vermoeien

en dan achteloos vergeten.

 

Is dit ook niet de mens,

denk ik dan, eindeloos

moe worden,  en dan vergeten

als wind die iemand ooit kende.

 

En toch legt hij de wereld

vol kleuren, geeft hij het licht

namen als zovele schaduwen,

randen die hij even goed legt.

 

En toch hoort hij alle stemmen

en geen weg die hij niet vindt,

paden van dieren en

hemelhoge van bomen.

 

En door zijn ogen vloeit

het water van dagen en

ook zijn handen worden

bleker en bleker, oud geworden

 

licht waarin doorzichtigheid

komt staan, bekommerd om

wat was, dun als stilte, als

de klank van een naam.

 

Zo klein als de mens is, zo groot

legt hij zich over de wereld.

Kleine beetjes adem die samen zingen,

telkens weer opkijken naar wat hen roept.

 

IMG_7371.JPG

 

De commentaren zijn gesloten.