07-10-14

sprokkels

Shoa, september, humor, Bijloke, Noors solistenkoor, Brahms, Sel Silverstein

 

Sprokkels van de dagen:

 

-         de dikke mist die over het land hangt, terwijl daarboven de lucht al blauw is, zodat het echt een wolk is die langskomt, een landwolk, nog trager dan een luchtwolk

-         gehoord op de autoradio: de anekdote over die cineast die een film maakt over Shoa-overlevenden, en hun stiltes na elkaar monteert, de momenten dat ze niets meer kunnen zeggen, of de woorden niet vinden, en het effect dat zoiets op een toeschouwer moet hebben

-         het ijle licht van laat-septemberdagen, en hoe de zon daar voorzichtig door wil schijnen, als door tule

-         de paukeniste in Brahms’ Vierde Concerto, die met krukken stappend voortijdig haar plaats inneemt in het orkest, maar tijdens de uitvoering telkens midden in het juiste moment op haar instrument slaat, midden in de juiste klank, lijkt het wel, dan klinkt alle geluid ‘juist’, hoe luid of stil ook

-         de smaak van zelf gebakken brood: de ontdekking dat uit delen een geheel kan groeien, en dat je eigen handen dat hebben gedaan, en je eigen verwachting

-         een hele namiddag en avond praten met hetzelfde vriendenpaar, en elkaar nog niet beu zijn

-         de scherpzinnigheid van Willem Jan Otten, als hij over poëzie, religie, symbolisch denken schrijft (in zijn essaybundel ‘Onze Lieve Vrouw van de Schemering’)

-         het knagende gevoel, een soort hongergevoel, als ik een tijd niets geschreven heb, niet enkele woorden heb bijeengebracht die mij iets zeggen willen over mezelf

-         de teleurstelling dat we hopeloos te laat zijn voor de vlierbessenpluk (ons 'jaargevoel’ is verstoord, net zoals bij de acer in de tuin, die nu al handenvol verdorde bladeren weggooit)

-         hoe het geheugen van mensen dorst kan lessen, maar integendeel ook verschrikkelijk dorstig kan maken, een dorst die niet meer te lessen lijkt, wat je ook doet of zegt

-         de vele vogels die ik mis ’s morgens, waar zijn ze toch; spinnen genoeg, maar die zeggen nooit iets; het zou erg zijn als mijn doofheid ook de vogels kwijt zou raken

-         de zuiverheid van menselijke stemmen, als ze met elkaar of alleen die zuiverheid proberen te vinden: het heeft iets van helderheid, zoals in licht; het heeft iets van opengaan, zoals ’s morgens; het heeft iets van vinden, want je herkent ze, je kent ze al; het heeft iets van bedwelming, zeker als ze samen gaan zingen, als losgelaten worden in een dans; het creëert een nieuwe ruimte, dwars door dit aanwezige muziekgebouw, of liever nog: een gebouw zonder muren, zonder dak, een ruimte zonder ruimte... (concert door het Noors Solistenkoor, in de grote Bijlokezaal)

-         waarom is humor zo’n zeldzaam talent bij de schrijverij? Ik bedoel niet de meligheid van Brusselmans, ik bedoel niet de rechtstaande pretentie van stand-up comedians en pretcolumnisten, ik bedoel wat ik bedoel: iemand die er in slaagt zo te formuleren dat je glimlachen moet vanbinnen, of zelfs met een klein hikje moet lachen. Als ik dat kleine hikje wil, lees ik een gedicht van Sel Silverstein. Marc Didden deed mij vaak glimlachen in zijn Brusselboek (“Een gehucht in een moeras”)...

-         de weerspiegeling van de bleek- en donkergrijze wolken in het dakraam voor mij: het heeft soms iets van een vulkaanuitbarsting, onverwacht opzwiepend

De commentaren zijn gesloten.