06-11-14

Ziel

20091104_0054.JPG

 

Ziel

 

“Ziel is dat wat kwetterende lussen trekt in een al lang verlaten lucht,” schrijft Willem Jan Otten. Het is begin november, “en de zwaluwen zijn er al lang van tussen.” Maar er waait vandaag een warrelende wind, “wrede warme zomerrest die zwaluwen herinnert aan hun Nijl”, schrijft hij, en zo zag hij hun ziel nog even door de lucht.

Zo gaat dat. Wie ziel wil zien, moet wat geholpen worden. De dichter moet zich behelpen met zijn beelden, ook diegene die hem aanwaaien. Beelden verbinden, als kwetterende of stille lussen, en de lege al lang verlaten lucht komt tot leven, en iets wordt zichtbaar van het ongrijpbare.

Ongrijpbaar is de beweging, dat vorm nooit stil staat en moet voortmaken, al weet het niet waarom. De herfst die zwaluwen op weg jaagt, de dag die komt en gaat, en dat ook het leven komt en gaat. Ziel is als die beweging plots even wil stilstaan en ons aankijken. Als die beweging plots even zichtbaar wordt en dichterbij wil komen, al zijn er geen woorden voor, enkel beelden. Hoe zeg je dat je even aangeraakt wordt, tenzij met dat woord?

Ongrijpbaar is de beweging in de beweging, de slag die de vis maakt met zijn krachtige staart, de stap die een mens zet, de woorden waarin hij de werkelijkheid soms vangt en doorgeeft, het luisteren dat gevangenen bevrijdt. Plots die omslag. Zoals je plots de lente ziet in de lucht. Zoals je de kracht ziet terugkeren in wat een gebroken mens was. Zoals je verdorring ziet op de vlucht slaan voor één enkel moment van groei, vreugde, verbeelding.

Ongrijpbaar is de beweging achter de beweging, het scheppen dat geboren laat worden, het gebaar dat leven geeft. De ware ziel is goedgunstigheid, nabijheid die nooit meer overgaat, vertrouwen dat wil vertrouwen. Zo’n ziel is goddelijk, want hoger is er niet dan dat. Zo’n ziel kan alleen maar vermoed worden, gezien in beelden, gehoord in het kwetteren van de zwaluwen, in de stilte als ze wil spreken, aangeraakt in de beweging als ze zichtbaar wordt, tastbaar in haar huid, komend en gaand in haar eeuwigdurende vorm. Er zijn geen woorden voor, behalve het woord ziel, dat zo leeg is dat het vanzelf wil vollopen.

De natuur concentreert ziel per seizoen, en dat is mooi om zien. Er gaat een kracht van uit die groter is dan die van elke vorm apart. Er beweegt een wil door die sterker is dan alle afzonderlijke bedoelingen. Er ligt een richting in die onomkeerbaar is. Er ligt een adem in waarin elk schepsel meeademt.

En een mens? Hij heeft de aanraking gevoeld die alles kent dat bestaan gekregen heeft en die herinnering kleurt nog elk moment. Hij was klein toen, en er waren geen woorden. Alleen dat diepe gebaar: leef! Alleen dat diepe vertrouwen: ga! Ik zal er zijn als jij mij roept. Dit leven van je is evenveel van mij als van jou, het is iets van ons samen, laten we het samen dragen.

En een mens, hij gaat naar school, maakt het eten klaar, trekt kabels door de lucht en onder de grond, allemaal levensnoodzakelijke dingen, daar is hij van overtuigd. Voor een mens is elke daad het leven zelf, diezelfde ongrijpbare bewegende ziel laat hij erin los, al zijn er geen woorden voor, en moet hij zich soms haasten om op tijd te komen.

Soms is hij verdrietig. Zo gaat dat. Ook het niet krijgen is een vorm van krijgen geworden, de aanwezigheid kan maar zijn door de afwezigheid. Maar soms doet dat pijn voor ons, aanwezigen, zo gehecht aan die aanwezigheid. Soms doet dat heel veel pijn. Ook pijn is aanwezigheid, bestaan. Ook pijn heeft misschien een ziel.

Daarom is het goed de beweging te blijven zien, het door en met elkaar dansen van aanwezigheid en afwezigheid, van vervulling en verlangen, van leven en dood. Dood brengt verdriet omdat er zoveel leven is geweest, zelfs al heeft het niet de tijd gehad om helemaal vol te lopen. Maar dat iets een einde mag krijgen, als uit dezelfde hand van een vader en moeder, dat is van een onuitsprekelijk respect tegenover dat iets, misschien zelfs van een niet te grijpen dankbaarheid.

Ziel is de glimp van inzicht die ons mensen soms is gegund, als stemmen en bewegingen in de allang verlaten lucht achtergebleven. Ziel is de tijdloosheid in die vol- en leeggelopen lucht. Ziel is als een mens zo dicht komt dat alles in je schreeuwt om hem aan te raken, in zijn schamelte zowel als in zijn volheid is hij de schepping zelf die in je ogen kijkt. Als lucht, als glas, als ogen is de ziel, we raken haar aan en weten het niet, zo onzichtbaar zichtbaar is ze.


20091104_0050.JPG

De commentaren zijn gesloten.