27-11-14

Te Middelharnis is een kind verdronken (Ed Hoornik)

Ik wilde langs Middelharnis, omdat ik al zo lang het aangrijpende gedicht kende van Ed Hoornik. Dat hing, zag Lieve, op een kadepaal in de kleine haven. Daar lag het honderd jaar geleden niet alleen vol met vissersschepen, maar daar verdronk ook die kleine jongen...

Let even op op dat chiasme (omkering, ab-ba) in de laatste strofe, slikkend van ontroering. En dat werkwoord 'bed', waarvan ik eerst dacht dat het 'bet' moest zijn, van betten = stelpen. Maar nee, zegt Van Dale, bedden bestaat ook als werkwoord = te bed leggen, te slapen leggen...

IMG_1295-001.JPG

 

Te Middelharnis is een kind verdronken
Ed Hoornik


Te Middelharnis is een kind verdronken:
sober berichtje in het avondblad
onder een hooiberg, die had vlam gevat;
nevens een zolderschuit, die was gezonken.

Zes dagen heeft het in mij nageklonken.
Op het kantoor vroeg men: zeg, heb je wat?
Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat:
te Middelharnis is een kind verdronken.

En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over 't water komt zijn kleine stem.

-Te Middelharnis- denk ik, 'k denk aan hem
en bed zijn hoofdje tussen hart en schouder,
en zing voor hem dit lichte requiem...

25-11-14

Waterstadjes

IMG_1236.JPG

 

Het water heeft in dit lage land meegeholpen om de oude stadjes hun idyllische vorm te geven. Zijn architectenhand leidt ons van bruggetje naar bruggetje, van dun straatje naar pleintje met bomen, van trapgevel naar overhellende pui, van schaduw naar vlekken lucht. Op het water snijden de eendje hun sporen in tegenlicht. Langs het water glooien de wit- of zwartgeschilderde balustrades. Baksteentjes zijn een voor een op hun zij in de stoepen gelegd, en laten zich zachter belopen dan kasseien of beton. De uren worden opgewacht door kerkklokken, hun torens scheef, of stomp, of verondersteld en nooit gebouwd. Delft. Brielle. Goederede. We liepen erin, en keken naar onszelf, lopende.

 

Delft

IMG_1218.JPG

IMG_1222.JPG

Brielle

IMG_1241.JPG

Goederede

IMG_1288.JPG

IMG_1290.JPG

22-11-14

Ogen in het Mauritshuis (Den Haag)

IMG_1201.JPG

 

Maar het Mauritshuis!  Wat een rijkdom: Het meisje met de parel, Gezicht op Delft, De anatomische les van dokter Tulp, Het puttertje. De titels zijn zelf al iconisch geworden. En nog zoveel meer moois is er te zien: stillevens, prachtige portretten, Nederlandse wolkenluchten (Ruisdael), schaatspartijen, braspartijen. Niet zozeer het mythologische of kerkelijke, maar eerder wat de eigen leefomgeving aan onderwerpen te bieden had, daarmee werd hier, in dit nieuwbakken burgerland, kunst bedreven (op het grootste schilderij, van Paulus Potter, staat zelfs parmantig een stier, en rust de mooiste koe uit de gehele schilderkunst). Zoals ook dit prachtige huis een soort burgerversie wil zijn van wat elders (in Frankrijk bvb) een protserig kasteel zou zijn geweest.

Ik zag een stilleven met aardbeitjes en een klein bloempje, ik zag een vrouw die op haar bloot rood gat, waarop ze gevallen was, voortkroop op het winterijs, ik zag kinderen op elkaars rug springen. Ik zag nadenkende, stille, oudgeworden, verre ogen (onder andere die melancholieke blik van Constantijn Huygens en die onovertroffen blik van Vermeers meisje: kwetsbaarheid en verleiding tegelijk, in dat omkijken over de schouder)...

 

Twee paar vrouwenogen, starend naar een verte in hun leven... De eerste een opvallende gewone vrouw tussen de portretten van rijke burgers, de tweede van rijkere komaf, maar misschien even verloren/verlegen/stil, wie kent nog hun verhaal.... Allebei de foto's zijn een eigen uitsnede van het schilderij.

IMG_1172.JPG

IMG_1173.JPG 

Constantijn Huygens (close-up, zijn vijf kinderen staan op het schilderij rond hem afgebeeld. Hij voedde ze zelf op na de dood van zijn geliefde vrouw die hij Sterre noemde. Hij leerde hen zelf Latijn en Grieks, leerde hen muziekinstrumenten te bouwen, ze te bespelen, ontwierp zelf de plannen voor zijn huis, maakte ondertussen nog reizen voor de machthebbers van zijn land, schreef gedichten en brieven en werd, naar zijn eigen aanvoelen, veel te oud...)

IMG_1177.JPG

Oude man (Rembrandt), close-up van zijn blik

IMG_1186.JPG

IMG_1181.JPG

 

20-11-14

Rothko (Gemeentemuseum Den Haag)

IMG_1121.JPG

 

Rothko ontgoochelde niet in het Haags Gemeentemuseum, maar riep veel vragen op. Hoeveel bepaalt het lamplicht hier mijn ogen, als ik de kleuren op Rothko’s schilderijen al zie veranderen als ik door een opening van mijn hand kijk, en de licht van boven tegenhoud?

Hoeveel bepaalt de sfeer van een druk bezochte expo mijn ogen, als ik in een van die nissen hier met Lieve ga zitten, om wat rustiger en intenser en dus langer te kijken, en de indruk krijg dat langer kijken de kleuren niet zozeer meer glans geeft, maar wel een eigen soort traag in beweging komen. Wetende dat Rothko eigenlijk een ontmoeting van een-op-een wilde tussen zijn schilderij en de kijker, is die laatste ervaring, hoe klein ook, belangrijk. Iets van een verbinding, zocht Rothko, iets dus van een religieuze ervaring. Er werden beelden geprojecteerd van de kapel waar Rothko werk voor had gemaakt, met de muziek die Morton Feldman ervoor had gecomponeerd. Maar ik had liever zelf in die kapel gezeten.

Ik ervoer dus niet het zogenaamde magische effect waaraan Rothko zijn wereldberoemde naam dankt (in een doorgang kon je lezen over “mensen die tot tranen toe zijn bewogen, en dat de schilder net dat had bedoeld” en meer promo-talk), maar ik kon me wel het mogelijke effect voorstellen dat die schilderijen in andere omstandigheden zouden kunnen hebben...

 

IMG_1122.JPG

IMG_1133.JPG

 

19-11-14

Waterland

IMG_1165.JPG

 

Enige dagen in Zuid-Holland. Een wegenchaos en een verkeersdrukte die doen denken aan de Parijse voorsteden. En tussendoor kleine pareltjes van water: hoger gelegen waterlopen, veel lager gelegen beekjes, plassen en plasjes, en rietvelden en kanalen en doorsteken.

Water is het enige landschappelijke schoon in dit verzopen land. Maar het drukt zich weg tussen de verkavelde, volgebouwde, volgefabriekte stukken land, je moet het vinden, zoals je iets vindt dat plots verrassend mooi is.

En dan gaat de zon onder, en wordt dit kleine stukje plots heel groot. En als de nacht valt, is al het lelijke heel ver weg gevlucht, blijft er alleen dit donkere Thierry De Cordier-schilderij over, met allerlei tinten van meer en minder zwart, en diep verzinkende vegen van iets blekers, soms in het water, soms erboven, in die lucht die ook nog verborgen glans heeft.

 

IMG_1161.JPG

IMG_1206.JPG

IMG_1203.JPG

06-11-14

Ziel

20091104_0054.JPG

 

Ziel

 

“Ziel is dat wat kwetterende lussen trekt in een al lang verlaten lucht,” schrijft Willem Jan Otten. Het is begin november, “en de zwaluwen zijn er al lang van tussen.” Maar er waait vandaag een warrelende wind, “wrede warme zomerrest die zwaluwen herinnert aan hun Nijl”, schrijft hij, en zo zag hij hun ziel nog even door de lucht.

Zo gaat dat. Wie ziel wil zien, moet wat geholpen worden. De dichter moet zich behelpen met zijn beelden, ook diegene die hem aanwaaien. Beelden verbinden, als kwetterende of stille lussen, en de lege al lang verlaten lucht komt tot leven, en iets wordt zichtbaar van het ongrijpbare.

Ongrijpbaar is de beweging, dat vorm nooit stil staat en moet voortmaken, al weet het niet waarom. De herfst die zwaluwen op weg jaagt, de dag die komt en gaat, en dat ook het leven komt en gaat. Ziel is als die beweging plots even wil stilstaan en ons aankijken. Als die beweging plots even zichtbaar wordt en dichterbij wil komen, al zijn er geen woorden voor, enkel beelden. Hoe zeg je dat je even aangeraakt wordt, tenzij met dat woord?

Ongrijpbaar is de beweging in de beweging, de slag die de vis maakt met zijn krachtige staart, de stap die een mens zet, de woorden waarin hij de werkelijkheid soms vangt en doorgeeft, het luisteren dat gevangenen bevrijdt. Plots die omslag. Zoals je plots de lente ziet in de lucht. Zoals je de kracht ziet terugkeren in wat een gebroken mens was. Zoals je verdorring ziet op de vlucht slaan voor één enkel moment van groei, vreugde, verbeelding.

Ongrijpbaar is de beweging achter de beweging, het scheppen dat geboren laat worden, het gebaar dat leven geeft. De ware ziel is goedgunstigheid, nabijheid die nooit meer overgaat, vertrouwen dat wil vertrouwen. Zo’n ziel is goddelijk, want hoger is er niet dan dat. Zo’n ziel kan alleen maar vermoed worden, gezien in beelden, gehoord in het kwetteren van de zwaluwen, in de stilte als ze wil spreken, aangeraakt in de beweging als ze zichtbaar wordt, tastbaar in haar huid, komend en gaand in haar eeuwigdurende vorm. Er zijn geen woorden voor, behalve het woord ziel, dat zo leeg is dat het vanzelf wil vollopen.

De natuur concentreert ziel per seizoen, en dat is mooi om zien. Er gaat een kracht van uit die groter is dan die van elke vorm apart. Er beweegt een wil door die sterker is dan alle afzonderlijke bedoelingen. Er ligt een richting in die onomkeerbaar is. Er ligt een adem in waarin elk schepsel meeademt.

En een mens? Hij heeft de aanraking gevoeld die alles kent dat bestaan gekregen heeft en die herinnering kleurt nog elk moment. Hij was klein toen, en er waren geen woorden. Alleen dat diepe gebaar: leef! Alleen dat diepe vertrouwen: ga! Ik zal er zijn als jij mij roept. Dit leven van je is evenveel van mij als van jou, het is iets van ons samen, laten we het samen dragen.

En een mens, hij gaat naar school, maakt het eten klaar, trekt kabels door de lucht en onder de grond, allemaal levensnoodzakelijke dingen, daar is hij van overtuigd. Voor een mens is elke daad het leven zelf, diezelfde ongrijpbare bewegende ziel laat hij erin los, al zijn er geen woorden voor, en moet hij zich soms haasten om op tijd te komen.

Soms is hij verdrietig. Zo gaat dat. Ook het niet krijgen is een vorm van krijgen geworden, de aanwezigheid kan maar zijn door de afwezigheid. Maar soms doet dat pijn voor ons, aanwezigen, zo gehecht aan die aanwezigheid. Soms doet dat heel veel pijn. Ook pijn is aanwezigheid, bestaan. Ook pijn heeft misschien een ziel.

Daarom is het goed de beweging te blijven zien, het door en met elkaar dansen van aanwezigheid en afwezigheid, van vervulling en verlangen, van leven en dood. Dood brengt verdriet omdat er zoveel leven is geweest, zelfs al heeft het niet de tijd gehad om helemaal vol te lopen. Maar dat iets een einde mag krijgen, als uit dezelfde hand van een vader en moeder, dat is van een onuitsprekelijk respect tegenover dat iets, misschien zelfs van een niet te grijpen dankbaarheid.

Ziel is de glimp van inzicht die ons mensen soms is gegund, als stemmen en bewegingen in de allang verlaten lucht achtergebleven. Ziel is de tijdloosheid in die vol- en leeggelopen lucht. Ziel is als een mens zo dicht komt dat alles in je schreeuwt om hem aan te raken, in zijn schamelte zowel als in zijn volheid is hij de schepping zelf die in je ogen kijkt. Als lucht, als glas, als ogen is de ziel, we raken haar aan en weten het niet, zo onzichtbaar zichtbaar is ze.


20091104_0050.JPG