30-01-15

2x toneel

IMG_3682.JPG

 

 

Parcifal (Peter Verhelst, NTGent, gezien op dond 22/01)

Theater als onderzoeksveld. Het trof mij dat het theater in dit stuk op het domein van het ritueel komt: dezelfde traagheid (de wil om los te komen van tijd), dezelfde stiltemomenten, het samen zingen, de herhalingsmomenten, de symboliek (bloemen, licht, zag ik achteraan niet ook een tafel klaar om gedekt te worden...), het samen nadenken over diepere zingeving (een kind dat geniet van de grote gave Leven dat het overkomt, ipv een held die alle aandacht op zich laadt en toch maar kan neerstorten - zien is meer waard dan offer), korte getuigenissen (met nauwelijks uitleg want net sterk genoeg en ook om moraliseren te vermijden), geen verhaalontwikkeling maar een soort gezamenlijk blijven staan en proberen op te gaan in, ja in wat, dat weten wij niet en dat weet het ritueel zelf ook niet (maar zeg eens geen goeiedag aan je buurman, en het is een slag in zijn gezicht...), enz.

Ritueel ook in de lichamelijkheid: ons oeroud elkaar aanraken werd hier ontroerend en vanzelfsprekend getoond door dat blinde meisje, dat met veel genegenheid aangeraakt werd door Wim Opbrouck, dat behoed werd voor vallen, dat geleid werd bij het grotere bewegen... Frank Focketijns verhaal ging helemaal over dat lichamelijke (nabije onvermogen), en hij bracht het ook zo lichamelijk, met zijn handen, met zijn stem, zelfs al bleef hij zitten op een stoel...

 

Achter 't eten (Erik Devolder, Campo, gezien op dond 29/01)

Op de dag dat in de krant vermeld staat hoeveel honderden doden in België vallen door huiselijk  geweld, gaan zien naar een tien jaar oud stuk van Erik Devolder over incest: Achter ’t eten, gespeeld door Marijke Pinoy en Ineke Nijssen.

Een stuk met een thematiek die snijdt, met twee ongelofelijke actrices, met een regie die met letterlijk bijna niets zoveel deed, zoveel angst en verlorenheid beeldend op scène toverde. Maar hoe jammer dat het incestverhaal ergens in een katholiek, plattelandsverleden werd gesitueerd, alsof het zich louter dan afspeelde, en niet nu, en niet nu in alle milieus, van het zogenaamde hoge tot het zogenaamde lage. En is de schrijnende, onmenselijke behandeling van vrouwen, zoals het stuk het tekent (werkslavinnen, bevredingingswezens, onbestaande schimmen voor politie en andere machtbeschermers), is die vernedering nu vandaag echt van de baan? Ik denk het niet. De leugen rond incest zal vernuftiger moeten klinken, maar liegen blijft hij doen...

Ik weet het, dan had er een ander stuk gemaakt moeten worden. En het publiek zal wat toen gebeurde, ook wel “meenemen” naar vandaag, jawel. Maar wat had ik wat graag die eeuwige lachers in de zaal een hedendaagse stomp in hun maag gegeven...

24-01-15

In memoriam L.

IMG_7020.JPG

 

Half december

Op bezoek bij L., uitgemergeld maar toch alert in dat stervensbed van haar, liefdevol maar wanhopig verzorgd door haar nieuwe vriend, afgeschreven door het ziekenhuis, in de steek gelaten door de behandende arts na desastreuze fouten. Dichterbij kan noodlot niet komen.

Ze wilde ons nog eens zien. Het was als waken bij het sterven, maar ook warme vriendschap. De spuit morfine werkte nauwelijks, en toch waren er woorden die een glimlach op haar gezicht brachten. Toen we bij het weggaan van haar nog een foto zagen van een half jaar geleden, sloeg het nog eens naar binnen: wat een verwoesting dit lichaam had ondergaan, hoe wreed verdwijnen kan zijn.

*

Half januari

L. is gestorven. Haar sterfbed was elke dag in mijn gedachten. Noodlot is van alle tijden, spaart niemand. Maar ook de zorg van de ene mens voor de andere, hoe zou haar sterven geweest zijn zonder alle zorg van haar levensgezel...

Ik luister naar Beweend door de wind van de Georgische componist Guyla Kancheli, als eerbetoon aan dit door grotere krachten meegenomen lichaam. Van die krachten kan ik me zo weinig voorstellen, ik roep de wind om hulp. Ook om te wenen, in allerlei toonaarden.

*

Vandaag

Vandaag L. begraven. Er waren mensen van ver gekomen. Er waren mensen van dichtbij niet gekomen...

Het mooiste was dat ze ons toesprak, bij het begin en op het einde: “Mijn dierbaren...”

En dat ze begon met de kreet van Jacques Brel: jaja ik kom wel...

 
Mais qu'est-ce que j'aurais bien aimé

 Encore une fois traîner mes os

 Jusqu'au soleil jusqu'à l'été

 Jusqu'au printemps jusqu'à demain

 J'arrive, j'arrive

 Mais qu'est-ce que j'aurais bien aimé

 Encore une fois voir si le fleuve

 Est encore fleuve voir si le port

 Est encore port m'y voir encore

 J'arrive j'arrive

 Mais pourquoi moi pourquoi maintenant

Pourquoi déjà et où aller

J'arrive bien sûr, j'arrive

Mais ai-je jamais rien fait d'autre qu'arriver

 

En eindigde met de wijsheid en de poëzie van Jean Gabin: ik heb veel gezocht, hier is wat ik vond…

Le jour où quelqu'un vous aime, il fait très beau

j'peux pas mieux dire, il fait très beau

 

C'est encore c'qui m'étonne dans la vie

Moi qui suis à l'automne de ma vie

On oublie tant de soirs de tristesse

mais jamais un matin de tendresse

 

Toute ma jeunesse, j'ai voulu dire: je sais

Seulement, plus je cherchais, et puis moins j'savais

 

Il y a soixante coups qui ont sonné à l'horloge

Je suis encore à ma fenêtre, je regarde, et j'm'interroge

 

 Maintenant je sais

je sais qu'on ne sait jamais

 

 La vie, l'amour, l'argent, les amis et les roses

 on ne sait jamais le bruit ni la couleur des choses

 c'est tout c'que j'sais

Mais ça, j'le sais

 

 

 (foto: figuur van Giacometti loopt naar "de kleuren", in Fondation Maeght, St Paul de Vence) 

22-01-15

In memoriam Levi en Lara

Vijf jaar geleden stierven de twee hele kleintjes Levi en Lara...

 

IMG_7004.JPG

20-01-15

Voorzichtige droom van een lente

IMG_7332-001.JPG

19-01-15

Eerste sneeuw

 IMG_6674.JPG

 

Gesneeuwd vannacht. Niet het zware tapijt dat men zich daarbij voorstelt, maar een lichte sprei, een half doorzichtige tule, die van de lichamen eronder zo goed als naakte lichamen maakt. En de halfwazige nevel die er vanmorgen hangt, helpt ook mee om de kleur uit alles te halen en het verder te doen met zwart en wit. Fotografie voor estheten vandaag. Bezonkenheid. Inwezigheid, zou Guus Kuiijer zeggen.

Soms zwiept nog een zwart vogelsilhouet voorbij. Is hij meeuw, dan heeft hij een kleine bleke glans, die past bij deze lucht. Geen waterverf, die lucht, eerder een strak geperst monochroom van zilvergrijs, uit een verse fabriek met de modernste technieken. Maar als je goed kijkt, zeker naar het westen, zit er weer zoveel ongrijpbaars in. Licht achter licht, dunner kan niet. En een soort onmogelijk ver blauw, dat misschien alleen maar door mijn oogpit erin wordt gelegd, maar goed, zien moet je altijd met z’n tweeën doen. Een afwezigheid ook, waar je niet door kunt kijken omdat kijken door niets wel heel veel gevraagd is van een mens. En toch, mag ik zeggen dat dit niets alleen maar de stilstand is voor alles weer begint? (Hoor mij nu spreken: alleen maar...  Een beetje zenmonnik zou zijn leven geven voor dit soort verlichtingsmoment...)

 

IMG_8763.JPG
 

 

12-01-15

Ja (Hester Knibbe)

IMG_1226.JPG

 

Ja
(Hester Knibbe)


Liefde, ja er zit altijd een lichaam aan vast
en dat maakt het en maakt het, maakt het

soms lastig. Maar het geeft niet, we zijn
al zo lang samen dat we ons in elkaar hebben
opgeslagen, niet meer zoek niet weg kunnen raken.

Natuurlijk, voorbodes kruipen onder de huid, dansen
mee als je danst, rennen mee als je rent, hangen

ook op de bank, zitten daar en later gaat Haper
aan de haal met je dromen, teistert een winter
de oude rivier die wil stromen. Maar het

geeft niet en de sfinx die ons het raadsel
opgeeft wie van wie het meest is niks.

om je druk over te maken, we houden elkaar gewoon
bij de hand en waar de weg ophoudt zullen we slapen.
 
 
(uit de bundel Archaïsch de dieren, uitg. De Arbeiderspers)

09-01-15

Vergeven

IMG_2862.JPG

 

Vergeven als gebaar, ik kwam nooit verder dan het woord. Maar nu zag ik in een docu een persoonlijk verhaal waarin mij plots duidelijk werd hoeveel kracht er in vergeven kan zitten. Ik zag een gesprek met de fameuze Brighton bomber, de man die in ’84 daar het halve zeedijkhotel naar beneden haalde waarin het hele Tory-apparaat, met Thatcher voorop, logeerde tijdens hun jaarlijks partijcongres. Een man die zijn missie uitvoerde zoals (de vergelijking is van hem) een kapitein van een onderzeeër een vijandelijk schip ziet en bevel geeft tot vuren. Een man met een gezichtsveld versmald tot de vijand en hoe je die vijand aanpakt.

Vijf doden, gewonden, mensen die een paar verdiepingen naar beneden stuiken, of gevonden worden onder de brokstukken. Maar het was en is oorlog, zei hij... Hij wordt veroordeeld en brengt jaren in de gevangenis door.

Tot een van die gewonden, de speechschrijver van Thatcher (verantwoordelijk voor het onvergetelijke “the lady is not for turning”) hem na zijn vrijlating een brief schrijft waarin hij uitlegt dat hij hem vergeeft, en tegelijk hoe moeilijk hem dat valt. Die brief brengt bij de bommenlegger een proces op gang dat hem weer bij zijn gevoelens brengt, en vooral bij de empathie die hij kwijt was. Empathie met de slachtoffers is zich iets kunnen voorstellen van wat hij aangericht had in het leven van hem onbekende mensen, en zich iets kunnen voorstellen van de verantwoordelijkheid van zijn daad... Die toegang tot zijn (verhard) gevoel, met alle “menswording” die dat meebracht, dat was de vergeving die ik aan het werk zag. Ik hoorde de speechschrijver vertellen hoe er tussen hen zelfs een soort vriendschap was gegroeid. De woestijn zal bloeien, zegt Jesaja...


Hangt het in de lucht? Een paar dagen later las ik een boeiend artikel in (het jongste nummer van het oudste Nederlandse literaire tijdschrift) De Gids, geschreven door een jurist. Dat onze rechtspraak gebaseerd is op het aan het licht brengen van de waarheid en op vergelding. Dat vergeving een (altijd vrijwillige) daad is die daarboven uitstijgt, in eerste instantie bedoeld is voor de vergever zelf, die daarmee, zo lijkt het, zijn smart beter te boven kan komen... In sommige culturen bestaat daar nog een vorm van: zoals die moeder die vorig jaar op het laatste moment de moordenaar van haar zoon, met de strop al om de hals, een oorvijg gaf en daarmee zijn leven redde. Pogingen tot vergeving in onze westerse rechtspraak zijn de initiatieven tot bemiddeling tussen dader en slachtoffer (enkel op vraag van slachtoffer). Een schitterend voorbeeld vind ik nog altijd de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie (waarmee niet louter een individu recht zoekt, maar ook een hele maatschappij heling en een nieuw, humaan begin...).

Die aandacht voor vergeving kadert naar mijn aanvoelen in een (hernieuwde?) aandacht voor context: het leven is zo complex, het gedrag van mensen is zo complex, en begrijpen is een fundamenteel menselijke nood, en recht... Om te begrijpen is empathie een bredere deur dan de naakte feiten. Het is goed die te kennen, maar het waarom laat zich daarmee nog niet kennen. Daarvoor is een gesprek beter geschikt, en het luisteren naar een levensverhaal...

 

(foto: kerkje in Cantabrië, Sp)

07-01-15

Mr Turner

IMG_3060.JPG 

Ik herinner mij hoe ik als 17-jarige in de Londense Tate de zaal met Turners binnenkwam en een explosie van licht onderging. Dat gebeurt als je 17 jaar bent misschien makkelijker dan als je 60 bent, maar goed, het gebeurde toch maar. Het effect van die grote schilderijen is van binnen op mijn netvlies gebrand, ook nu nog, na al die jaren.

Het effect had toen ook te maken met mijn opgroeien in zo’n grote ruimtelijkheid van lege velden, einders en luchten. Dat weet ik nu, omdat andere ruimtes in de loop der jaren even verrassende ontmoetingen bleken, en evenzeer in mijn geheugen bleven hangen: de Tierra de Campos in Castilië, de woestijnervaringen die ik heb gehad, de eilanden van West-Schotland, de land IJsland, enz.

De film Mr Turner probeert die ruimtelijkheid van licht en verte op te roepen door prachtige uitzichten, liefst in opkomende of ondergaande zon, met een helling in, of afgrond, of rennende paarden, met schepen die voorbij glijden, met tegenlicht. Het is niet die explosie van licht die je in de levende schilderijen vindt, maar dat geldt voor alles wat je enkel op afbeelding kan zien. Geen film of foto kan de ‘aanraking’ van een echt kunstwerk weergeven. In die zin ‘leven’ kunstwerken, zoals mensen.

De sterkte van de film zit in de tijdsmachine die ze is: ik liep tussen de 19de-eeuwse huizen, kamers en mensen, in een gedempt licht dat mij als zeer echt overkwam, hoorde Engels van toen, en mocht, in het trage ritme van de vertelling, een mens ontmoeten die mij zeer deed denken aan buurman Theo: ook een schilder, dezelfde eigenzinnigheid, dezelfde ironie, dezelfde mondstand, dezelfde nukkigheid soms, dezelfde lichamelijke zwakte die koppig genegeerd wordt...  

 

IMG_3607.JPG

 

 

06-01-15

lezer, schrijver

IMG_0244.JPG

   

  "Like many others who turned into writers, I disappeared into books when I was very young, disappeared into them like someone running into the woods. What surprised and still surprises me is that there was another side to the forest of stories and the solitude, that I came out that other side and met people there. Writers are solitaries by vocation and necessity. I sometimes think the test is not so much talent, which is not as rare as people think, but purpose or vocation, which manifests in part as the ability to endure a lot of solitude and keep working. Before writers are writers they are readers, living in books, through books, in the lives of others that are also the heads of others, in that act that is so intimate and yet so alone."

  

    “The object we call a book is not the real book, but its potential, like a musical score or seed. It exists fully only in the act of being read; and its real home is inside the head of the reader, where the symphony resounds, the seed germinates. A book is a heart that only beats in the chest of another. The child I once was read constantly and hardly spoke, because she was ambivalent about the merits of communication, about the risks of being mocked or punished or exposed. The idea of being understood and encouraged, of recognizing herself in another, of affirmation, had hardly occurred to her and neither had the idea that she had something to give others. So she read, taking in words in huge quantities, a children’s and then an adult’s novel a day for many years, seven books a week or so, gorging on books, fasting on speech, carrying piles of books home from the library.”

 

    “Writing is saying to no one and to everyone the things it is not possible to say to someone. Or rather writing is saying to the no one who may eventually be the reader those things one has no someone to whom to say them. Matters that are so subtle, so personal, so obscure that I ordinarily can’t imagine saying them to the people to whom I’m closest. Every once in a while I try to say them aloud and find that what turns to mush in my mouth or falls short of their ears can be written down for total strangers. Said to total strangers in the silence of writing that is recuperated and heard in the solitude of reading. Is it the shared solitude of writing, is it that separately we all reside in a place deeper than society, even the society of two? Is it that the tongue fails where the fingers succeed, in telling truths so lengthy and nuanced that they are almost impossible aloud?"

 

    "I had started out in silence, written as quietly as I had read, and then eventually people read some of what I had written, and some of the readers entered my world or drew me into theirs. I started out in silence and travelled until I arrived at a voice that was heard far away – first the silent voice that can only be read, and then I was asked to speak aloud and to read aloud. When I began to read aloud another voice, once I hardly recognized, emerged from my mouth. Maybe it was more relaxed, because writing is speaking to no one, and even when you’re reading to a crowd, you’re still in that conversation with the absent, the faraway, the not-yet-born, the unknown and the long-gone for whom writers write, the crowd of the absent who hover all around the desk”.

 

A Book Is a Heart That Only Beats in the Chest of Another: Rebecca Solnit on the Solitary Intimacy of Reading and Writing

 

IMG_3202.JPG

 

04-01-15

Zondagvoormiddag

IMG_9128-001.JPG

 

Lichtdoorschoten zondagvoormiddag. 

Dikke regendruppels op de ramen bewaren dat licht met veel stil geduld. De takken laten zich lui schilderen. Het gras heeft een dun dekentje van bleekgrijs rijm over zich getrokken, eerder tule dan een wollen deken. Vogels trekken hun vlucht nog even op voor ze landen in de hoge boom achter de huizen. Tussen de huizen zijn hele balken licht geschoven.

Ik luister naar Dhafer Youssef, naar de oneindig opengaande klank van zijn ud, alsof hij in het aanslaan ook al alle onder- en boventonen mee loslaat. Zoveel licht in wat toch een simpele klanknoot is. En dan zijn stem: hij roept soms, maar het is zingend roepen, zoals de herders in de bergen van Sardinië, zoals de nomaden in de woestijn. Dat soort ver dragende zingende roepen kan misschien nu ook, nu de huizen de auto’s en de mensen zo stil alles lijken te kunnen laten. En rond zijn stem wikkelt zich ook een elektrische gitaar, nog zo’n luid roepende zanger, die van het verre opengaan zijn specialiteit heeft gemaakt...

En dan denk ik: ik hoor en zie dit allemaal in dit hoofd van mij. Mijn hoofd is licht en woestijn en hoge boom en grote stem en muziekinstrument tegelijk.

Hoofd van mij, wees gezegend...