25-03-15

Gebed van een tuinier (Karel Capek)

20100329_1281.JPG 

GEBET (EINES GÄRTNERS)

Karel Capek (1890-1928)

Herrgott, richte es so ein,
daß es täglich von Mitternacht bis drei Uhr früh regne,
aber langsam und warm, weißt du, damit es einsickern kann;
doch soll es dabei nicht auf die Pechnelke, das Steinkraut,
Sonnenröschen, den Lavendel und andere Blumen regnen,
die dir in deiner unendlichen Weisheit als trockenliebende Pflanzen
bekannt sind - wenn du willst, schreibe ich es dir auf ein Blatt Papier auf;
ferner soll die Sonne den ganzen Tag über scheinen, aber nicht überallhin
(zum Beispiel nicht auf den Spierstrauch und Enzian, noch auf Funkie
und Rhododendron) und auch nicht zu stark;
dann möge es viel Tau und wenig Wind geben, genug Regenwürmer,
keine Blattläuse, Schnecken und keinen Mehltau,
und einmal in der Woche verdünnte Jauche mit Taubenmist regnen.
Amen.

 

Heer God, wilt u het zo in elkaar steken

dat het elke dag regent van middernacht tot drieën ’s morgens,

en liever traag en warm, weet u, dat het diep kan inzinken;

maar zou het misschien niet op de rode pekanjer, en het steenkruid,

de bodemroos, en de lavendel en de andere bloemen kunnen regenen

die u in uw oneindige wijsheid bekend zijn als planten die de droogte

nodig hebben – als het nodig is, schrijf ik het wel op een blaadje papier;

plus laat de zon de hele dag schijnen, maar toch niet in het wilde weg

(bijvoorbeeld niet op de spirea en de gentiaan en de hosta

en de rhododendron) en liefst ook niet te fel;

en veel dooi en weinig wind, en genoeg regenwormen,

geen bladluizen of slakken en geen meeldauw,

en een keer in de week een buitje van dunne beer met duivenstront.

Amen.

 

23-03-15

God says yes to me (Kaylin Haught)

IMG_9236.JPG

 

God Says Yes to Me

(Kaylin Haught)

 

I asked God if it was okay to be melodramatic
and she said yes
I asked her if it was okay to be short
and she said it sure is
I asked her if I could wear nail polish
or not wear nail polish
and she said honey
she calls me that sometimes
she said you can do just exactly
what you want to
thanks God I said
and is it even okay if I don't paragraph
my letters
Sweetcakes God said
who knows where she picked that up
what I'm telling you is
Yes Yes Yes

19-03-15

Le chat et le soleil (Maurice Carême, 1899-1978)

Een klein gedichtje van de Belgische dichter Maurice Carême, die meer zulke 'liedjes' geschreven heeft. Of hoe eenvoud kan zingen... Zelfs de verwondering is van een grote eenvoud...

 

IMG_5017.JPG

 

 

Le chat et le soleil

 

Le chat ouvrit les yeux.

Le soleil y entra.

Le chat ferma les yeux.

Le soleil y resta.

Voilà pourquoi le soir,

Quand le chat se réveille,

J'aperçois dans le noir

Deux morceaux de soleil.

 

 

16-03-15

Gerritje Brandt (Annie M.G. Schmidt)

Ik lees in "Tot hier toe" van Annie M.G. Schmidt, meegenomen van de bib. Wat zeg ik: ik savoureer die teksten als waren het chocolaatjes van de fijnste soort. Wat een ritme heeft dat mens, wat een rijmgevoel, wat een ongelooflijke fantasie. Ach ach, ik hoor zelfs theaterdialogen in mijn hoofd, let als vanzelf op de timing als ik ze lees, op de intonatie, zelfs op mijn gezicht let ik, alsof ik zelf op scène sta...

Bij één gedicht moest ik spontaan aan een meisjeskopje denken dat ik in het Rijksmuseum fotografeerde. Het komt uit een groter schilderij (mijn fototoestel mag dichter kijken dan ik...), waarvan ik de naam niet genoteerd heb. Let even op het wonder dat gebeurt in de versregel: "En na een poosje zie ik ademen en bewegen." Eerst ademen...

IMG_1438.JPG

 

Gerritje Brandt 

 

Gerritje Brandt zit aan het spinet

zo omstreeks zeventienhonderd.

In deze museumzaal hangt haar portret

in een hoekje, wat afgezonderd.

 

Als niemand het ziet, blijf ik voor haar staan

en glimlach en groet haar even.

En vraag: hoe is het met jou gegaan,

Gerritje Brandt, in jouw leven?

 

Zij glimlacht terug en zwijgt weliswaar,

maar is me niet ongenegen.

En dan na een poosje zie ik haar

ademen en bewegen.

 

Ik zie hoe ze woont in de Spieghelstraat

in een van die deftige huizen.

Hoe ze met klikkende hakjes gaat

over de grote plavuizen.

 

Bedrijvig de grote keuken bestiert

met allemaal koperen dingen,

en hoe ze Driekoningenavond viert

met spelen en eten en zingen.

 

Misschien was het leven een beetje saai,

maar ze had tijd om te dromen.

Ze hoefde nooit door het stadslawaai

te jachten om ergens te komen.

 

Ik voel me een beetje aan haar verwant

en zou even bij haar willen schuilen.

Ben ik jaloers op Gerritje Brandt?

Wij kunnen nu toch niet meer ruilen.

 

(Annie M.G. Schmidt)

 

 

 

 

 

09-03-15

Rembrandt 2

IMG_1473.JPG

 

 Een ets van Rembrandt waarin je het beste van hem ziet samenkomen.

Een kerststaltafereel met de koningen: in het diepe duister dat in zo'n stal heerst en waarin de lamp een plas licht werpt, zien we Maria die met haar linkerhand even het deken opzij schuift waaronder ze naast haar kind probeert te slapen, om het onverwachte bezoek te monsteren...

Van Rembrandt werd gezegd dat hij het leven zelf uitbeeldde, en zich niks aantrok van voorschriften om dat leven zo of zo te tekenen. Dat zien we hier, zo klein maar zo opvallend: die hand die even een opening maakt in haar moeilijk vergaarde warmte, waar vind je nog zo'n ongelooflijk detail? Die nog half-toeë ogen van haar. Dat kind dat met de diepe rust kinderen eigen, dwars door alles heenslaapt. Je hoort het onder je ogen zwaar ademen...

En dat alles in een relatief kleine ets, in het metaal gekerfd met een naald die zich geen fouten kan permitteren. Rembrandts hoofd keek en verbeeldde, zijn hand volgde. Of was het omgekeerd...?

05-03-15

Late Rembrandt (Rijksmuseum, Amsterdam)

IMG_1458.JPG

 

De Rembrandttentoonstelling in Amsterdam heeft ons hart geraakt. Dat overkomt ons niet elke dag met exposities. Maar dan blijven ze ook bij. Eentje dat ons zéér raakte, was jaren geleden de tentoonstelling in Antwerpen: naturalisme in de 19de eeuw.

Er zijn vaak genoeg mooie tentoonstellingen, goed gemaakt en belicht, logisch opgebouwd, een plezier om in rond te lopen. Henri Van de Velde was er zo een. Vaak ook kom je in tentoonstellingen kleine en grote meesterwerken tegen, zelfs al worden ze zo niet genoemd, je ziet in één oogopslag de grote kwaliteit van het werk. Zo’n ontmoeting alleen al maakt een expositiebezoek goed. Ik herinner mij in Brussel de Zurbaran-madonna’tjes, jongemeisjesmoedertjes, met gezichtjes nog veel te jong voor wat hen overkwam.

 

Maar waarom dan een stuk van ons hart voor Rembrandt?

Het was zeer druk, maar gelukkig hadden die Nederlandse calvinisten de boel stevig georganiseerd. De zalen waren thematisch opgebouwd, met prima uitleg naast de werken zelf, en ook in een klein boekje, zodat niet iedereen de rug voor hem moest wegduwen om te kunnen lezen wat er aan uitleg ophing. Maar zelfs in de drukte van ruggen bleven de schilderijen en etsen en tekeningen overeind: ze keken naar je, die zelfportretten van de langzaam ouder wordende meester. Je mocht stil worden bij de totale verlorenheid van Lucretia, en haar wanhoopsdaad. Je mocht met de meester kijken naar zijn zoon Titus, schrijvend op zijn lessenaar, een familiekiekje bijna. En aanwezig mogen blijven bij de (eerste?) intimiteit van het Joodse bruidje, in het echt zou het onwelvoeglijk zijn, hier was het ontroerend.

Dat was de eerste reden waarom Rembrandt ons raakte: omdat hij “naar binnen kan kijken”, naar wat zich in mensen afspeelt. Je hebt mensen die vragen “hoe is ’t” als ze je zien, en dan gewoon verder vertellen met waar ze mee bezig waren, kleine sociale plichtpleging voor mensen die mekaar tegenkomen. Maar je hebt er ook dat die kleine vraag stellen met veel meer (harts)nadruk, waardoor de ontmoeting plots een dieper karakter krijgt: iemand wil weten hoe het met je is! Met jou! Jij loopt er dus niet zomaar bij, een mens tussen de velen. Het doet altijd iets als je als mens zo eventjes ‘opgetild’ wordt. Als je weer zelf mag beseffen hoeveel binnenkant, hoeveel geschiedenis, hoeveel verlangen je meedraagt.

IMG_1494-001.JPGRembrandt kijkt zo naar de mensen die hij schildert, en vraagt, al schilderend: wie is die mens voor mij. Hij doet het met zichzelf, als hij zichzelf schildert: wie is de man met die doordringende blik, wat is dat ouder worden in mijn lichaam, wat is dat bewustzijn van de genialiteit in mij... Hij doet het als hij Lucretia schildert: wat gaat er in een mens om dat zij niet meer verder wil leven... Hij doet het als hij een levendig familieportret schildert: wat maakt een gezin tot die kleine kern van geluk die het kan zijn... Hij doet het als hij een naakte vrouw etst of schildert, met enkele Japans kalligrafisch aandoende juiste strepen inkt: wat maakt een vrouwenlichaam zo fascinerend... Hij doet het als hij over verliefdheid nadenkt: de verlegenheid die de hand op haar borst veroorzaakt bij het Joodse bruidje, de onzekerheid die over Batseba komt, als ze hoort dat koning David op haar verliefd is...

Zoveel keer stilstaan bij de binnenkant van wat een mens tot mens maakt. Niet voor niets verwijzen drie zaalthema’s expliciet daarnaar: “wedijver”, “intimiteit”, “innerlijke strijd, contemplatie, verzoening”...

 

En dan de tweede reden waarom we Rembrandt hebben ‘ontmoet’ zoals nooit voordien: omdat hij dat willen kijken naar de binnenkant al schilderende doet... Het is zoals ik het zeg: je ziet hem bijna schilderen, vegen verf, krassen in de verf, fijne laagjes verf, met plamuurmes uitgestreken verf (hij was de eerste die dat deed), het zijn even zovele vraagjes ‘hoewist’, even zovele pogingen om te ‘luisteren en te begrijpen’... Rudi Fuchs schrijft dat Rembrandt zelfs eerst in kleur dacht, en dan vanuit die kleur iets begreep van de mens die die kleur droeg. Ik meen daar iets van te begrijpen als ik het rood zie van het Joodse bruidje, die zware mouwen-met-plamuurstreken die de cultuurconventies op haar leggen, maar die toch het bijna wilde rood van haar verlangen niet kunnen tegenhouden. Net zoals haar schaamte het niet haalt van haar hand, die zijn hand-op-haar-borst tegemoet komt en aanraakt, hoe voorzichtig, maar hoe centraal in het schilderij...

Ik meen daar iets van te zien en te begrijpen als ik de gapende zwarte streep zie tussen de stukgebeten lippen van Lucretia, en die kleine verfdruppel die in haar leeggeschreide oog achterbleef.

Soms gaat het zover dat Rembrandt ophield met schilderen als het hem niet meer interesseerde, als het onderwerp maar opvulling was, zoals de hond in de hoek van de Nachtwacht, enkele nooit afgewerkte strepen.

IMG_1479.JPG

 

IMG_1493.JPG

Pierre Kemp moet iets van dat 'schilderend onderzoeken' ervaren hebben toen hij jaren geleden zijn bekende gedicht schreef:

 

     Het Rood van het Joodse Bruidje (Pierre Kemp)

 

Ik heb het Rood van ’t Joodse Bruidje lief,

van toen ik het zag voor het eerst

en ik nog niet begreep,

welk een verkering ik die dag begon.

Ik kwam er ook op dagen zonder zon,

of dat haar licht zich even maar verhief

en vloeide weg in een wankele streep,

dan zocht ik de nuance, die het teerst

en toch nooit diep genoeg

mij lang te blijven vroeg.

Ik zag het Bruidje met de linkerhand

piano spelen op de rechter - van

haar door de tijd bedeesde man

en ik werd niet jaloers. Dat was hún band.

Ik kwam niet door hun minne-schikking treden,

het is mij om het Rood van haar kleed en

anders niets te doen,

ook niet om de entourage in goudig-groen.

Alleen díe kleur zien als een kleur van heden,

of Rembrandt naast mij er mee speelde

binnen de bronzen van de achtergrond

en welke kleuren hij er nog penseelde,

er toch die kleur voor alle tijden vond.

Ontstond zij met of zonder schilderstok,

het is zijn Rood, waarin hij zong Bruidjes rok;

het is mijn Rood, rondom haar rechterhand,

neen, geen juwelen, franjes of kant,

het is maar rood. Het Rood, dat ik aanbid,

vooral als ik in de zon naast Rembrandt zit.