27-05-15

Windgedruis

IMG_1607.JPG

 

Op Pinksteren was er een groot windgedruis, vertelt het verhaal. Die wind blijft me bij, meer dan dat gedoe met vlammen en talen. Wind is beweging, zet in beweging, onder de huid zelfs, jaagt het bloed uit zijn spelonken, rekt de oren uit tot ze heel ver kunnen horen, tilt de ogen op tot ze over de toppen kunnen kijken, of althans menen dat ze dat kunnen, nu zo’n grote arm hen voortduwt.

Wind is onzichtbaarheid die vanzelfsprekend is, zo aanwezig dat we er geen vragen bij stellen: onzichtbaar als de lucht die ons in leven houdt, diep vanbinnen. Net als lucht bewijst wind, mochten we het nog niet geloven willen, dat er groter is in ons levende lichaam, dat we gedragen kunnen worden, ook als we er ons niet van bewust zijn.

Hoe clever is dat lichaam van ons: het zet alle ramen open als de wind aanklopt, het laat de lucht stromen tot in de kleinste vezels, het kan de grootste vergezichten samenbrengen in één oogopslag, het verzamelt tijd en ervaringen, geeft er namen aan, die het onthoudt en opnieuw kan uitspreken, het kan luisteren naar wat er nog meer is, stil worden als de grootste lege ruimte en toch nog mooi helder klinken bij weer de eerste klank. Het kan zelf bewegen, het kan lopen, dansen, springen. Het kan zingen. Het kan zich overgeven aan de onschuld, in slaap, in dromen, in liggen, zitten en staan. En het heeft, in elke cel, kleine belletjes die gaan rinkelen als een ander lichaam dichtbij komt en het aanraakt: vreugde die muziek maakt.

En het kan verdriet opslaan, en pijn voelen, en verlamd raken, dat ook allemaal, het zou onlogisch zijn dat het de ene beweging kan maken en niet de andere. Maar ook daar wil het wonder doorbreken. Soms duurt het wat langer, soms lukt het niet, er zijn geen goddelijke wetten die alles bestieren, er zit geen systeem in. En waar dat wel het geval is, zoeken we koppig om dat te ontrafelen, brokstukje per brokstukje, om tenminste dat noodlot te kunnen elimineren. Het is waarlijk, om in oude woorden te spreken, heilige ruimte, ons lichaam, klein en groot tegelijk, en met zoveel vingertoppen die allemaal pijn kunnen doen zowel als juichen. Dat is wat de wind mij leert vandaag. Altijd weer in beweging komen, altijd weer aangeblazen worden. In beweging komen is niets minder dan in beweging kunnen komen, en dàt geloof moet ik vasthouden, tot mijn laatste snik, tot ook die laatste beweging.

Op de begrafenis van een oude oma, negentig was ze geworden, zat de dochter op een bepaald moment met een van haar kleindochters op schoot. Zij starend naar de kist naast haar, het kleine meisje voluit tegen haar borst liggend, zoals kinderen dat doen. En de dochter van de dode moeder hield haar wang diep verzonken in het haar van haar kleindochter. En ik wist niet, toen ik het zag, wie nu allemaal wie omhelsde. Leven gegeven, teruggegeven, doorgegeven. Het was wind die ik voelde, zoals je dat voelt als je plots ontroerd bent.

IMG_1609.JPG

De commentaren zijn gesloten.