18-06-15

Klein leven

IMG_2022.JPG 

 

Als de straten van de stad zo nerveus worden dat het opvalt, probeer ik te denken: ja, daarvoor dienen auto’s en straten. En winkeldeuren, en affiches en verkeerslichten. En stappende, fietsende en, op sommige momenten van de dag, steeds meer ook lopende mensen. Je kan niet verwachten dat er appels in de winkel liggen, als er geen beweging mag langskomen. En meer van dergelijke vanzelfsprekendheden denk ik dan.

Helpt het? Nauwelijks, ik zie alleen maar het grote lichaam stad ademen, zijn bloedbanen vullen, en duizend en een gedachten en projecten uitproberen, een oppeppend en vermoeiend leven tegelijk.

Laat mij daarom, tussendoor, wat kleiner leven zien: oude hond aan oude hand, allebei met traag geworden stap; een wat vreemde verbouwing tussen twee onopvallende huizen; vreemdeling zittend op een paaltje, klaar om iets te vragen, denk ik dan, maar nee, enkel zitten; een meeuw die uitprobeert hoe lang de wind haar zal dragen; de grote ruimte als zo’n zijstraat plots even zich mag uitrekken zonder auto’s, en dat je dan toch een behoorlijk lege ruimte bij elkaar krijgt; kerkklokken, even plots, er zal weer afscheid genomen worden van een dood mensenlichaam; en plots ook een troepje kinderen dat huiswaarts keert van de school, met die stemmen die altijd hoger klinken dan nodig, alsof ze zouden willen opvliegen maar nog niet kunnen, kinderen blank en donker zie ik, opgeschoten en ook klein, met van die te grote boekentassen op de rug.

Bewondering is er, zeker, dat mensen in staat zijn zo’n groot stadsraderwerk vlot en zonder veel haperen te laten ronddraaien, zelfs, als het nodig is, op de minuut en de seconde. Je houdt het niet voor mogelijk dat er altijd wel iemand is die doet wat nodig is, die weet wat te doen wat nodig is, die alles heeft om te doen wat nodig is. 

Maar pas het kleine bewaart voor mij, in dat zware pulseren, het mooie en het kwetsbare tegelijk, hoe dicht liggen ze toch bij elkaar. 

 

*

foto: Gent, Graslei

De commentaren zijn gesloten.