09-01-15

Vergeven

IMG_2862.JPG

 

Vergeven als gebaar, ik kwam nooit verder dan het woord. Maar nu zag ik in een docu een persoonlijk verhaal waarin mij plots duidelijk werd hoeveel kracht er in vergeven kan zitten. Ik zag een gesprek met de fameuze Brighton bomber, de man die in ’84 daar het halve zeedijkhotel naar beneden haalde waarin het hele Tory-apparaat, met Thatcher voorop, logeerde tijdens hun jaarlijks partijcongres. Een man die zijn missie uitvoerde zoals (de vergelijking is van hem) een kapitein van een onderzeeër een vijandelijk schip ziet en bevel geeft tot vuren. Een man met een gezichtsveld versmald tot de vijand en hoe je die vijand aanpakt.

Vijf doden, gewonden, mensen die een paar verdiepingen naar beneden stuiken, of gevonden worden onder de brokstukken. Maar het was en is oorlog, zei hij... Hij wordt veroordeeld en brengt jaren in de gevangenis door.

Tot een van die gewonden, de speechschrijver van Thatcher (verantwoordelijk voor het onvergetelijke “the lady is not for turning”) hem na zijn vrijlating een brief schrijft waarin hij uitlegt dat hij hem vergeeft, en tegelijk hoe moeilijk hem dat valt. Die brief brengt bij de bommenlegger een proces op gang dat hem weer bij zijn gevoelens brengt, en vooral bij de empathie die hij kwijt was. Empathie met de slachtoffers is zich iets kunnen voorstellen van wat hij aangericht had in het leven van hem onbekende mensen, en zich iets kunnen voorstellen van de verantwoordelijkheid van zijn daad... Die toegang tot zijn (verhard) gevoel, met alle “menswording” die dat meebracht, dat was de vergeving die ik aan het werk zag. Ik hoorde de speechschrijver vertellen hoe er tussen hen zelfs een soort vriendschap was gegroeid. De woestijn zal bloeien, zegt Jesaja...


Hangt het in de lucht? Een paar dagen later las ik een boeiend artikel in (het jongste nummer van het oudste Nederlandse literaire tijdschrift) De Gids, geschreven door een jurist. Dat onze rechtspraak gebaseerd is op het aan het licht brengen van de waarheid en op vergelding. Dat vergeving een (altijd vrijwillige) daad is die daarboven uitstijgt, in eerste instantie bedoeld is voor de vergever zelf, die daarmee, zo lijkt het, zijn smart beter te boven kan komen... In sommige culturen bestaat daar nog een vorm van: zoals die moeder die vorig jaar op het laatste moment de moordenaar van haar zoon, met de strop al om de hals, een oorvijg gaf en daarmee zijn leven redde. Pogingen tot vergeving in onze westerse rechtspraak zijn de initiatieven tot bemiddeling tussen dader en slachtoffer (enkel op vraag van slachtoffer). Een schitterend voorbeeld vind ik nog altijd de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie (waarmee niet louter een individu recht zoekt, maar ook een hele maatschappij heling en een nieuw, humaan begin...).

Die aandacht voor vergeving kadert naar mijn aanvoelen in een (hernieuwde?) aandacht voor context: het leven is zo complex, het gedrag van mensen is zo complex, en begrijpen is een fundamenteel menselijke nood, en recht... Om te begrijpen is empathie een bredere deur dan de naakte feiten. Het is goed die te kennen, maar het waarom laat zich daarmee nog niet kennen. Daarvoor is een gesprek beter geschikt, en het luisteren naar een levensverhaal...

 

(foto: kerkje in Cantabrië, Sp)

07-01-15

Mr Turner

IMG_3060.JPG 

Ik herinner mij hoe ik als 17-jarige in de Londense Tate de zaal met Turners binnenkwam en een explosie van licht onderging. Dat gebeurt als je 17 jaar bent misschien makkelijker dan als je 60 bent, maar goed, het gebeurde toch maar. Het effect van die grote schilderijen is van binnen op mijn netvlies gebrand, ook nu nog, na al die jaren.

Het effect had toen ook te maken met mijn opgroeien in zo’n grote ruimtelijkheid van lege velden, einders en luchten. Dat weet ik nu, omdat andere ruimtes in de loop der jaren even verrassende ontmoetingen bleken, en evenzeer in mijn geheugen bleven hangen: de Tierra de Campos in Castilië, de woestijnervaringen die ik heb gehad, de eilanden van West-Schotland, de land IJsland, enz.

De film Mr Turner probeert die ruimtelijkheid van licht en verte op te roepen door prachtige uitzichten, liefst in opkomende of ondergaande zon, met een helling in, of afgrond, of rennende paarden, met schepen die voorbij glijden, met tegenlicht. Het is niet die explosie van licht die je in de levende schilderijen vindt, maar dat geldt voor alles wat je enkel op afbeelding kan zien. Geen film of foto kan de ‘aanraking’ van een echt kunstwerk weergeven. In die zin ‘leven’ kunstwerken, zoals mensen.

De sterkte van de film zit in de tijdsmachine die ze is: ik liep tussen de 19de-eeuwse huizen, kamers en mensen, in een gedempt licht dat mij als zeer echt overkwam, hoorde Engels van toen, en mocht, in het trage ritme van de vertelling, een mens ontmoeten die mij zeer deed denken aan buurman Theo: ook een schilder, dezelfde eigenzinnigheid, dezelfde ironie, dezelfde mondstand, dezelfde nukkigheid soms, dezelfde lichamelijke zwakte die koppig genegeerd wordt...  

 

IMG_3607.JPG

 

 

06-01-15

lezer, schrijver

IMG_0244.JPG

   

  "Like many others who turned into writers, I disappeared into books when I was very young, disappeared into them like someone running into the woods. What surprised and still surprises me is that there was another side to the forest of stories and the solitude, that I came out that other side and met people there. Writers are solitaries by vocation and necessity. I sometimes think the test is not so much talent, which is not as rare as people think, but purpose or vocation, which manifests in part as the ability to endure a lot of solitude and keep working. Before writers are writers they are readers, living in books, through books, in the lives of others that are also the heads of others, in that act that is so intimate and yet so alone."

  

    “The object we call a book is not the real book, but its potential, like a musical score or seed. It exists fully only in the act of being read; and its real home is inside the head of the reader, where the symphony resounds, the seed germinates. A book is a heart that only beats in the chest of another. The child I once was read constantly and hardly spoke, because she was ambivalent about the merits of communication, about the risks of being mocked or punished or exposed. The idea of being understood and encouraged, of recognizing herself in another, of affirmation, had hardly occurred to her and neither had the idea that she had something to give others. So she read, taking in words in huge quantities, a children’s and then an adult’s novel a day for many years, seven books a week or so, gorging on books, fasting on speech, carrying piles of books home from the library.”

 

    “Writing is saying to no one and to everyone the things it is not possible to say to someone. Or rather writing is saying to the no one who may eventually be the reader those things one has no someone to whom to say them. Matters that are so subtle, so personal, so obscure that I ordinarily can’t imagine saying them to the people to whom I’m closest. Every once in a while I try to say them aloud and find that what turns to mush in my mouth or falls short of their ears can be written down for total strangers. Said to total strangers in the silence of writing that is recuperated and heard in the solitude of reading. Is it the shared solitude of writing, is it that separately we all reside in a place deeper than society, even the society of two? Is it that the tongue fails where the fingers succeed, in telling truths so lengthy and nuanced that they are almost impossible aloud?"

 

    "I had started out in silence, written as quietly as I had read, and then eventually people read some of what I had written, and some of the readers entered my world or drew me into theirs. I started out in silence and travelled until I arrived at a voice that was heard far away – first the silent voice that can only be read, and then I was asked to speak aloud and to read aloud. When I began to read aloud another voice, once I hardly recognized, emerged from my mouth. Maybe it was more relaxed, because writing is speaking to no one, and even when you’re reading to a crowd, you’re still in that conversation with the absent, the faraway, the not-yet-born, the unknown and the long-gone for whom writers write, the crowd of the absent who hover all around the desk”.

 

A Book Is a Heart That Only Beats in the Chest of Another: Rebecca Solnit on the Solitary Intimacy of Reading and Writing

 

IMG_3202.JPG

 

04-01-15

Zondagvoormiddag

IMG_9128-001.JPG

 

Lichtdoorschoten zondagvoormiddag. 

Dikke regendruppels op de ramen bewaren dat licht met veel stil geduld. De takken laten zich lui schilderen. Het gras heeft een dun dekentje van bleekgrijs rijm over zich getrokken, eerder tule dan een wollen deken. Vogels trekken hun vlucht nog even op voor ze landen in de hoge boom achter de huizen. Tussen de huizen zijn hele balken licht geschoven.

Ik luister naar Dhafer Youssef, naar de oneindig opengaande klank van zijn ud, alsof hij in het aanslaan ook al alle onder- en boventonen mee loslaat. Zoveel licht in wat toch een simpele klanknoot is. En dan zijn stem: hij roept soms, maar het is zingend roepen, zoals de herders in de bergen van Sardinië, zoals de nomaden in de woestijn. Dat soort ver dragende zingende roepen kan misschien nu ook, nu de huizen de auto’s en de mensen zo stil alles lijken te kunnen laten. En rond zijn stem wikkelt zich ook een elektrische gitaar, nog zo’n luid roepende zanger, die van het verre opengaan zijn specialiteit heeft gemaakt...

En dan denk ik: ik hoor en zie dit allemaal in dit hoofd van mij. Mijn hoofd is licht en woestijn en hoge boom en grote stem en muziekinstrument tegelijk.

Hoofd van mij, wees gezegend...

 

 

31-12-14

Nieuwjaar

Nieuwjaar is stijgen en landen tegelijk.

Aan wie mij hier ontmoet, een goed 2015 gewenst.

Het is onze eigen kleine bezwering, en wie weet sturen die ontelbare, onophoudelijke wensen de wereld wel in een bepaalde richting... We moeten de kracht van woorden, de kracht van die kleine ritueeltjes niet onderschatten...

 

(de foto is uit Berlijn)

Berlijn juli 2010-49.JPG

20-12-14

zee en pier

Zee en pier: "er is altijd meer dan één keus..."

IMG_7437-001.JPG

18-12-14

Nee en ja (K.MIchel)

IMG_7441.JPG

 

Nee en ja

Nee en ja er is altijd
meer dan één keus
En voor je iets doet (of laat)
kun je altijd tot basta tellen.

Een ruzie vraagt twee meningen
een kus vier lippen
een lichaam vijf liter bloed

Om regen te maken, een boom
een huis, muziek, een droom
zijn meerdere elementen vereist

En in de sporen van schichtige dieren
rond een modderige drinkplaats
schitteren 's nachts ontelbare sterren

Voor iemand die slechts denkt
met één (en niet de ander)
is dat getal een hamer
en is de hele wereld een spijker.

------------------------------
uit: 'Waterstudies', 1999.

K.Michel

 

17-12-14

Donkere kamers - Pleisterplekken

thierry de cordier -zee-berggezicht.JPG

 

Expo in Ghuislainmuseum over melancholie: ‘Donkere kamers’.

We vielen al onmiddellijk voor het eerste schilderij, een zee-berggezicht van de schilder waar we altijd voor vallen, Thierry de Cordier. Een schilderij waar je niet goed kon zien of het een hoge golf was, of een hoge berg, met mist boven. Geschilderd in dat prachtige zwart van hem, waar hij het geheim van lijkt te kennen (er was ook zo'n magistrale zwarte zee in de lopende Jan Hoet-expo van Oostende).

hippolyte daeye.jpgEn er bleef veel moois komen: van Jan de Maesschalck, van Hippolyte Daeye (een geweldige mijmerende vrouw, met een pols om verliefd op te worden, net zoals de melancholische handen van het zelfportret van Jan Cox), van Titus Vermeersch, van Erwin Olaf, van allerlei verrassende onbekenden (zoals het schilderij van Jonas Burgert waar de expo mee eindigt: een zwart gat met menselijke wezens rond, in allerlei staten van verval of verzet).

Er zitten daar knappe expo-makers in Ghislain, met minder weerklank dan Janneke Hoet en co, maar met een brede visie, met korte maar krachtige uitleg, met een goede opstelling en belichting, in dat diepsuggestieve zwart van de wanden overal.

jonas burgert.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En aan de overkant van de binnenkoer was de kleine expo over kindertehuizen (‘Pleisterplekken’) een stomp in de maag. Ik bleef maar kijken naar de foto van Titus Simoens van dat kleine jongetje, opgekruld op zijn knuffel, op het onderste van het stapelbed: die verlorenheid... Ik heb dan ook niet voor niets acht jaar internaat achter de rug, van mijn 10de tot mijn 18de. Wat er met je gebeurt in die jaren, zoek daar maar eens woorden voor, zo onbewust woelig en tegelijk slaapwandelend zijn ze...

pleisterplekken.JPG


http://cobra.be/cm/cobra/kunst/1.2125272

 

 

15-12-14

GETIJDENBOEK

 IMG_1106.JPG

 

Getijdenboek

 

Dit boek probeert te leven met de getijden, dat wil zeggen met de grotere ritmes in ons leven. Niet alleen de getijden van het jaar, lente, zomer, herfst en winter, maar ook die van geboren en ouder worden, van verlangens en dromen, van verlies en zegening...

 

 

 

 

 

 

 

 

152p

41 kleurenfoto's

15 euro

te bestellen via email (guido.vanhercke@telenet.be)

12-12-14

droomslome walvis

IMG_7411.JPG

 


En de sterren waren schelpjes

op de rug van een enorme droomslome walvis.

 

K.Michel (‘Bij eb is je eiland groter’)

 

 

 

09-12-14

Als ik aan zee ben (Francis Dannemark)

 IMG_7380.JPG

 

Als ik aan zee ben en het water is kalm,
heb ik vaak de indruk, vooral 's avonds,
dat er een jazzdrummer heel zachtjes zit te spelen,
alleen met zijn brush, en dat je zo meteen een piano,
een bas en een sax zult horen.

En dus neurie ik in afwachting van het orkest.

Francis Dannemark, ('Wat je 's nachts zegt tussen twee steden')

 

 

07-12-14

Lijnen in het Haagse Gemeentemuseum

 

IMG_1142.JPG

IMG_1143.JPG

 

IMG_1148.JPG

06-12-14

Hollandse koopmansgeest

IMG_1240.JPG

 

Gezien in Delft.

05-12-14

2x rood

IMG_1171.JPG

 

 

IMG_1263-001.JPG

04-12-14

De glans van zwart

Gezien aan het Noordzeestrand (Voorne)

 

IMG_1255.JPG

03-12-14

Paard

Gezien in Rockanje, tijdens een avondwandeling

 

IMG_1266.JPG

IMG_1271.JPG

IMG_1280.JPG

02-12-14

Twee etsen

Gezien in Rockanje (eiland Voorne, Nl) en in Middelharnis (eiland Goeree-Overflakkee)

 

IMG_1275.JPG

 

IMG_1302.JPG

01-12-14

Koe

Koe van Paulus Potter (in Mauritshuis, Den Haag). De stier, die het grootste deel van het schilderij vult, heb ik niet gefotografeerd....

IMG_1189-001.JPG

IMG_1191.JPG

IMG_1190-001.JPG

27-11-14

Te Middelharnis is een kind verdronken (Ed Hoornik)

Ik wilde langs Middelharnis, omdat ik al zo lang het aangrijpende gedicht kende van Ed Hoornik. Dat hing, zag Lieve, op een kadepaal in de kleine haven. Daar lag het honderd jaar geleden niet alleen vol met vissersschepen, maar daar verdronk ook die kleine jongen...

Let even op op dat chiasme (omkering, ab-ba) in de laatste strofe, slikkend van ontroering. En dat werkwoord 'bed', waarvan ik eerst dacht dat het 'bet' moest zijn, van betten = stelpen. Maar nee, zegt Van Dale, bedden bestaat ook als werkwoord = te bed leggen, te slapen leggen...

IMG_1295-001.JPG

 

Te Middelharnis is een kind verdronken
Ed Hoornik


Te Middelharnis is een kind verdronken:
sober berichtje in het avondblad
onder een hooiberg, die had vlam gevat;
nevens een zolderschuit, die was gezonken.

Zes dagen heeft het in mij nageklonken.
Op het kantoor vroeg men: zeg, heb je wat?
Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat:
te Middelharnis is een kind verdronken.

En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over 't water komt zijn kleine stem.

-Te Middelharnis- denk ik, 'k denk aan hem
en bed zijn hoofdje tussen hart en schouder,
en zing voor hem dit lichte requiem...

25-11-14

Waterstadjes

IMG_1236.JPG

 

Het water heeft in dit lage land meegeholpen om de oude stadjes hun idyllische vorm te geven. Zijn architectenhand leidt ons van bruggetje naar bruggetje, van dun straatje naar pleintje met bomen, van trapgevel naar overhellende pui, van schaduw naar vlekken lucht. Op het water snijden de eendje hun sporen in tegenlicht. Langs het water glooien de wit- of zwartgeschilderde balustrades. Baksteentjes zijn een voor een op hun zij in de stoepen gelegd, en laten zich zachter belopen dan kasseien of beton. De uren worden opgewacht door kerkklokken, hun torens scheef, of stomp, of verondersteld en nooit gebouwd. Delft. Brielle. Goederede. We liepen erin, en keken naar onszelf, lopende.

 

Delft

IMG_1218.JPG

IMG_1222.JPG

Brielle

IMG_1241.JPG

Goederede

IMG_1288.JPG

IMG_1290.JPG

22-11-14

Ogen in het Mauritshuis (Den Haag)

IMG_1201.JPG

 

Maar het Mauritshuis!  Wat een rijkdom: Het meisje met de parel, Gezicht op Delft, De anatomische les van dokter Tulp, Het puttertje. De titels zijn zelf al iconisch geworden. En nog zoveel meer moois is er te zien: stillevens, prachtige portretten, Nederlandse wolkenluchten (Ruisdael), schaatspartijen, braspartijen. Niet zozeer het mythologische of kerkelijke, maar eerder wat de eigen leefomgeving aan onderwerpen te bieden had, daarmee werd hier, in dit nieuwbakken burgerland, kunst bedreven (op het grootste schilderij, van Paulus Potter, staat zelfs parmantig een stier, en rust de mooiste koe uit de gehele schilderkunst). Zoals ook dit prachtige huis een soort burgerversie wil zijn van wat elders (in Frankrijk bvb) een protserig kasteel zou zijn geweest.

Ik zag een stilleven met aardbeitjes en een klein bloempje, ik zag een vrouw die op haar bloot rood gat, waarop ze gevallen was, voortkroop op het winterijs, ik zag kinderen op elkaars rug springen. Ik zag nadenkende, stille, oudgeworden, verre ogen (onder andere die melancholieke blik van Constantijn Huygens en die onovertroffen blik van Vermeers meisje: kwetsbaarheid en verleiding tegelijk, in dat omkijken over de schouder)...

 

Twee paar vrouwenogen, starend naar een verte in hun leven... De eerste een opvallende gewone vrouw tussen de portretten van rijke burgers, de tweede van rijkere komaf, maar misschien even verloren/verlegen/stil, wie kent nog hun verhaal.... Allebei de foto's zijn een eigen uitsnede van het schilderij.

IMG_1172.JPG

IMG_1173.JPG 

Constantijn Huygens (close-up, zijn vijf kinderen staan op het schilderij rond hem afgebeeld. Hij voedde ze zelf op na de dood van zijn geliefde vrouw die hij Sterre noemde. Hij leerde hen zelf Latijn en Grieks, leerde hen muziekinstrumenten te bouwen, ze te bespelen, ontwierp zelf de plannen voor zijn huis, maakte ondertussen nog reizen voor de machthebbers van zijn land, schreef gedichten en brieven en werd, naar zijn eigen aanvoelen, veel te oud...)

IMG_1177.JPG

Oude man (Rembrandt), close-up van zijn blik

IMG_1186.JPG

IMG_1181.JPG

 

20-11-14

Rothko (Gemeentemuseum Den Haag)

IMG_1121.JPG

 

Rothko ontgoochelde niet in het Haags Gemeentemuseum, maar riep veel vragen op. Hoeveel bepaalt het lamplicht hier mijn ogen, als ik de kleuren op Rothko’s schilderijen al zie veranderen als ik door een opening van mijn hand kijk, en de licht van boven tegenhoud?

Hoeveel bepaalt de sfeer van een druk bezochte expo mijn ogen, als ik in een van die nissen hier met Lieve ga zitten, om wat rustiger en intenser en dus langer te kijken, en de indruk krijg dat langer kijken de kleuren niet zozeer meer glans geeft, maar wel een eigen soort traag in beweging komen. Wetende dat Rothko eigenlijk een ontmoeting van een-op-een wilde tussen zijn schilderij en de kijker, is die laatste ervaring, hoe klein ook, belangrijk. Iets van een verbinding, zocht Rothko, iets dus van een religieuze ervaring. Er werden beelden geprojecteerd van de kapel waar Rothko werk voor had gemaakt, met de muziek die Morton Feldman ervoor had gecomponeerd. Maar ik had liever zelf in die kapel gezeten.

Ik ervoer dus niet het zogenaamde magische effect waaraan Rothko zijn wereldberoemde naam dankt (in een doorgang kon je lezen over “mensen die tot tranen toe zijn bewogen, en dat de schilder net dat had bedoeld” en meer promo-talk), maar ik kon me wel het mogelijke effect voorstellen dat die schilderijen in andere omstandigheden zouden kunnen hebben...

 

IMG_1122.JPG

IMG_1133.JPG

 

19-11-14

Waterland

IMG_1165.JPG

 

Enige dagen in Zuid-Holland. Een wegenchaos en een verkeersdrukte die doen denken aan de Parijse voorsteden. En tussendoor kleine pareltjes van water: hoger gelegen waterlopen, veel lager gelegen beekjes, plassen en plasjes, en rietvelden en kanalen en doorsteken.

Water is het enige landschappelijke schoon in dit verzopen land. Maar het drukt zich weg tussen de verkavelde, volgebouwde, volgefabriekte stukken land, je moet het vinden, zoals je iets vindt dat plots verrassend mooi is.

En dan gaat de zon onder, en wordt dit kleine stukje plots heel groot. En als de nacht valt, is al het lelijke heel ver weg gevlucht, blijft er alleen dit donkere Thierry De Cordier-schilderij over, met allerlei tinten van meer en minder zwart, en diep verzinkende vegen van iets blekers, soms in het water, soms erboven, in die lucht die ook nog verborgen glans heeft.

 

IMG_1161.JPG

IMG_1206.JPG

IMG_1203.JPG

06-11-14

Ziel

20091104_0054.JPG

 

Ziel

 

“Ziel is dat wat kwetterende lussen trekt in een al lang verlaten lucht,” schrijft Willem Jan Otten. Het is begin november, “en de zwaluwen zijn er al lang van tussen.” Maar er waait vandaag een warrelende wind, “wrede warme zomerrest die zwaluwen herinnert aan hun Nijl”, schrijft hij, en zo zag hij hun ziel nog even door de lucht.

Zo gaat dat. Wie ziel wil zien, moet wat geholpen worden. De dichter moet zich behelpen met zijn beelden, ook diegene die hem aanwaaien. Beelden verbinden, als kwetterende of stille lussen, en de lege al lang verlaten lucht komt tot leven, en iets wordt zichtbaar van het ongrijpbare.

Ongrijpbaar is de beweging, dat vorm nooit stil staat en moet voortmaken, al weet het niet waarom. De herfst die zwaluwen op weg jaagt, de dag die komt en gaat, en dat ook het leven komt en gaat. Ziel is als die beweging plots even wil stilstaan en ons aankijken. Als die beweging plots even zichtbaar wordt en dichterbij wil komen, al zijn er geen woorden voor, enkel beelden. Hoe zeg je dat je even aangeraakt wordt, tenzij met dat woord?

Ongrijpbaar is de beweging in de beweging, de slag die de vis maakt met zijn krachtige staart, de stap die een mens zet, de woorden waarin hij de werkelijkheid soms vangt en doorgeeft, het luisteren dat gevangenen bevrijdt. Plots die omslag. Zoals je plots de lente ziet in de lucht. Zoals je de kracht ziet terugkeren in wat een gebroken mens was. Zoals je verdorring ziet op de vlucht slaan voor één enkel moment van groei, vreugde, verbeelding.

Ongrijpbaar is de beweging achter de beweging, het scheppen dat geboren laat worden, het gebaar dat leven geeft. De ware ziel is goedgunstigheid, nabijheid die nooit meer overgaat, vertrouwen dat wil vertrouwen. Zo’n ziel is goddelijk, want hoger is er niet dan dat. Zo’n ziel kan alleen maar vermoed worden, gezien in beelden, gehoord in het kwetteren van de zwaluwen, in de stilte als ze wil spreken, aangeraakt in de beweging als ze zichtbaar wordt, tastbaar in haar huid, komend en gaand in haar eeuwigdurende vorm. Er zijn geen woorden voor, behalve het woord ziel, dat zo leeg is dat het vanzelf wil vollopen.

De natuur concentreert ziel per seizoen, en dat is mooi om zien. Er gaat een kracht van uit die groter is dan die van elke vorm apart. Er beweegt een wil door die sterker is dan alle afzonderlijke bedoelingen. Er ligt een richting in die onomkeerbaar is. Er ligt een adem in waarin elk schepsel meeademt.

En een mens? Hij heeft de aanraking gevoeld die alles kent dat bestaan gekregen heeft en die herinnering kleurt nog elk moment. Hij was klein toen, en er waren geen woorden. Alleen dat diepe gebaar: leef! Alleen dat diepe vertrouwen: ga! Ik zal er zijn als jij mij roept. Dit leven van je is evenveel van mij als van jou, het is iets van ons samen, laten we het samen dragen.

En een mens, hij gaat naar school, maakt het eten klaar, trekt kabels door de lucht en onder de grond, allemaal levensnoodzakelijke dingen, daar is hij van overtuigd. Voor een mens is elke daad het leven zelf, diezelfde ongrijpbare bewegende ziel laat hij erin los, al zijn er geen woorden voor, en moet hij zich soms haasten om op tijd te komen.

Soms is hij verdrietig. Zo gaat dat. Ook het niet krijgen is een vorm van krijgen geworden, de aanwezigheid kan maar zijn door de afwezigheid. Maar soms doet dat pijn voor ons, aanwezigen, zo gehecht aan die aanwezigheid. Soms doet dat heel veel pijn. Ook pijn is aanwezigheid, bestaan. Ook pijn heeft misschien een ziel.

Daarom is het goed de beweging te blijven zien, het door en met elkaar dansen van aanwezigheid en afwezigheid, van vervulling en verlangen, van leven en dood. Dood brengt verdriet omdat er zoveel leven is geweest, zelfs al heeft het niet de tijd gehad om helemaal vol te lopen. Maar dat iets een einde mag krijgen, als uit dezelfde hand van een vader en moeder, dat is van een onuitsprekelijk respect tegenover dat iets, misschien zelfs van een niet te grijpen dankbaarheid.

Ziel is de glimp van inzicht die ons mensen soms is gegund, als stemmen en bewegingen in de allang verlaten lucht achtergebleven. Ziel is de tijdloosheid in die vol- en leeggelopen lucht. Ziel is als een mens zo dicht komt dat alles in je schreeuwt om hem aan te raken, in zijn schamelte zowel als in zijn volheid is hij de schepping zelf die in je ogen kijkt. Als lucht, als glas, als ogen is de ziel, we raken haar aan en weten het niet, zo onzichtbaar zichtbaar is ze.


20091104_0050.JPG

30-10-14

Voeten (Berlinde De Bruyckere)

 

berlinde de bruyckere voeten.jpg

Voeten, Berlinde De Bruyckere

 

Voeten hebben jarenlang

zoveel moeheid opgevangen

zoveel honger in het lijf

zoveel onvoltooids in weten

(zichzelf alleen maar leeggegeten)

dat ze niet anders kunnen

dan blijven, dat onvoltooid

verlangen waarmee ze

lopen moeten.

28-10-14

Dode paarden (Berlinde De Bruyckere)

de bruyckere paard opgehan.jpg

 

Dode paarden

(Berlinde de Bruyckere)

 

Handen die een wieg

hebben gemaakt

hangen nu de aarde op

in de buik van paarden.

 

Iemand, denken ze, moet

het gewicht dragen,

tot het laatst. Anders wordt

het zwijgen nog zwaarder.

 

 

(Beeld gezien in de De Bruyckere-tentoonstelling in het Smak, Gent)

21-10-14

Geluiden, van overal

IMG_9364.JPG

 

Geluiden, van overal:

 

- de vingertoppen van de regendruppels op het raam, even maar, tot ik opkijk

 

- Bob Dylan die zijn Blind Willie McTell zingt, in de originele 1983-versie, en ik die mij voor de zoveelste keer afvraag waarom dit lied mij zo aangrijpt: is het die ongelooflijke pianostem, zijn het de woorden van Dylan over die bluesman (en die charcoal gypsy maiden), is het zijn stem, ach

 

- een zware vrachtwagen trekt hijgend op, zijn keel grommend vrijmakend

 

- de stemmen van kinderen op de fiets, terugkerend van de school, taterend

 

- het zonlicht dat door de zwartgrijze wolken breekt, en zijn rokken ronddraait, van zijde want je hoort niets

 

- allerlei kleine geluidjes in huis, plofjes, schurinkjes, waarmee het huis en jij met elkaar pratend bezig zijn

 

*

foto: charcoal gypsy maiden in Tbilisi, Georgië)

17-10-14

Werk, soms (gedicht van Mary Oliver)

 IMG_9194.JPG

 

Werk, soms

 

Ik voelde me de hele dag droevig, en waarom ook niet.

Zo zat ik daar, boeken en papier gestapeld aan beide zijden van de tafel,

woorden vallend van mijn tong.

 

De treklijsters hadden lang gezongen, en nu

begon het te regenen.

 

Waarvan zijn we zeker? Geluk is geen stad ergens op een kaart,

of flink op tijd aankomen, of zorg voor een taak, maar goede

blijvende arbeid. En met prutsen aan een gedicht zal je er

niet veel verder mee raken.

 

Dan begon het hard te regenen, en in de tuin

geurden de bloemen, fel.

 

Je zal ook wel zulke dagen gehad hebben, vermoed ik.

Vond je het dan niet geweldig om, uiteindelijk toch, weg te gaan

uit de kamer? Ah, dat moment!

 

Ik dus, ik gooide de deur open. En daar was

de  woordloze, zingende wereld. En ik rende voor mijn leven.

 

*

 

Work, sometimes

 

I was sad all day, and why not. There I was, books piled
on both sides of the table, paper stacked up, words
falling off my tongue.

The robins had been a long time singing, and now it
was beginning to rain.

What are we sure of? Happiness isn’t a town on a map,
or an early arrival, or a job well done, but good work
ongoing. Which is not likely to be the trifling around
with a poem.

Then it began raining hard, and the flowers in the yard
were full of lively fragrance.

You have had days like this, no doubt. And wasn’t it
wonderful, finally, to leave the room? Ah, what a
moment!

As for myself, I swung the door open. And there was
the wordless, singing world. And I ran for my life.

Mary Oliver
New and Selected Poems, Vol. II

14-10-14

Eet nog van al dit mooie (Gerrit Kouwenaar)

IMG_8734.JPG

 


Eet nog van al dit mooie

voortdurend vervangbare aanwezige

en drink en bevat en verteer het

 

nu het vlees steeds vertrouwder

zich in de spiegel onteigent, de taal

verdwaalt in zijn oorsprong, de tijd

steeds sneller zich inhaalt zich uitstelt

 

zo volmaakt was het nooit

zo voldaan als ingeslikt water

en is het ook nu –

 

(Gerrit Kouwenaar, uit zijn bundel met de prachttitel 'De tijd staat open'; een paar maanden geleden stierf Kouwenaar.)

(Die eerste strofe, dat is mijn lichaam daar verwoord: kijken en luisteren als eten en drinken en verteren...)

(Die tweede strofe, ook dat is mijn lichaam: ouder worden - al mag ik niet klagen hoor, mijn lijf en vooral mijn kop zijn nog die van een jongen die nooit ouder zal worden...)

(En die laatste strofe bevat de geheimzinnigheid die mij ook voortdurend ontglipt: het is nooit volmaakt, én tegelijk is het het omgekeerde: volmaakter dan nu is het nooit geweest...En dat doet deugd als een slok water, zoals alles water is, ook wij, rechtopstaanden...)

07-10-14

sprokkels

Shoa, september, humor, Bijloke, Noors solistenkoor, Brahms, Sel Silverstein

 

Sprokkels van de dagen:

 

-         de dikke mist die over het land hangt, terwijl daarboven de lucht al blauw is, zodat het echt een wolk is die langskomt, een landwolk, nog trager dan een luchtwolk

-         gehoord op de autoradio: de anekdote over die cineast die een film maakt over Shoa-overlevenden, en hun stiltes na elkaar monteert, de momenten dat ze niets meer kunnen zeggen, of de woorden niet vinden, en het effect dat zoiets op een toeschouwer moet hebben

-         het ijle licht van laat-septemberdagen, en hoe de zon daar voorzichtig door wil schijnen, als door tule

-         de paukeniste in Brahms’ Vierde Concerto, die met krukken stappend voortijdig haar plaats inneemt in het orkest, maar tijdens de uitvoering telkens midden in het juiste moment op haar instrument slaat, midden in de juiste klank, lijkt het wel, dan klinkt alle geluid ‘juist’, hoe luid of stil ook

-         de smaak van zelf gebakken brood: de ontdekking dat uit delen een geheel kan groeien, en dat je eigen handen dat hebben gedaan, en je eigen verwachting

-         een hele namiddag en avond praten met hetzelfde vriendenpaar, en elkaar nog niet beu zijn

-         de scherpzinnigheid van Willem Jan Otten, als hij over poëzie, religie, symbolisch denken schrijft (in zijn essaybundel ‘Onze Lieve Vrouw van de Schemering’)

-         het knagende gevoel, een soort hongergevoel, als ik een tijd niets geschreven heb, niet enkele woorden heb bijeengebracht die mij iets zeggen willen over mezelf

-         de teleurstelling dat we hopeloos te laat zijn voor de vlierbessenpluk (ons 'jaargevoel’ is verstoord, net zoals bij de acer in de tuin, die nu al handenvol verdorde bladeren weggooit)

-         hoe het geheugen van mensen dorst kan lessen, maar integendeel ook verschrikkelijk dorstig kan maken, een dorst die niet meer te lessen lijkt, wat je ook doet of zegt

-         de vele vogels die ik mis ’s morgens, waar zijn ze toch; spinnen genoeg, maar die zeggen nooit iets; het zou erg zijn als mijn doofheid ook de vogels kwijt zou raken

-         de zuiverheid van menselijke stemmen, als ze met elkaar of alleen die zuiverheid proberen te vinden: het heeft iets van helderheid, zoals in licht; het heeft iets van opengaan, zoals ’s morgens; het heeft iets van vinden, want je herkent ze, je kent ze al; het heeft iets van bedwelming, zeker als ze samen gaan zingen, als losgelaten worden in een dans; het creëert een nieuwe ruimte, dwars door dit aanwezige muziekgebouw, of liever nog: een gebouw zonder muren, zonder dak, een ruimte zonder ruimte... (concert door het Noors Solistenkoor, in de grote Bijlokezaal)

-         waarom is humor zo’n zeldzaam talent bij de schrijverij? Ik bedoel niet de meligheid van Brusselmans, ik bedoel niet de rechtstaande pretentie van stand-up comedians en pretcolumnisten, ik bedoel wat ik bedoel: iemand die er in slaagt zo te formuleren dat je glimlachen moet vanbinnen, of zelfs met een klein hikje moet lachen. Als ik dat kleine hikje wil, lees ik een gedicht van Sel Silverstein. Marc Didden deed mij vaak glimlachen in zijn Brusselboek (“Een gehucht in een moeras”)...

-         de weerspiegeling van de bleek- en donkergrijze wolken in het dakraam voor mij: het heeft soms iets van een vulkaanuitbarsting, onverwacht opzwiepend