14-03-14

Matisse op bezoek vandaag

IMG_8831.JPG

IMG_8833.JPG

IMG_8834.JPG

IMG_8835.JPG

matisse collage bloemen2.jpgmatisse collage bloemen2.jpgMmatisse collage bloemen2.jpgatisse op bezoek vandaag.

Dank zij zijn ouwe vrienden zon en tulpenboom valt mij dit biezondere genoegen te beurt.

Ik zal met mijn mooiste Frans merci zeggen...

 

 

matisse collage bloemen2.jpg

 

 

 

11-03-14

Vroman

20100405_1326-001.JPG

 

 Ik lees in Vromans bundel Psalmen en andere gedichten, als klein eerbetoon aan de man die een grote week geleden stierf, de man die zich “zachtgelovige” noemt, de tedere (met zijn “troostgedreven hand”), die weet dat liefde dun vel heeft en schampt tegen alles dat zich te buiten gaat, de vertwijfeld-woedende als het over het dunne vel van kinderen gaat, de kinderziel-man, die rijmt alsof hij kinderliedjes hoorde in zijn hoofd, even dansend als galant.

Zijn veertien 'goddeloze' psalmen zijn me zeer lief. De wetenschapper-dichter spreekt een soort spinozistisch systeem aan, maar in zo'n diep gevoelde verbondenheid dat het tederheid, genegenheid wordt.

En die opmerking dat, als hij wegvalt, het geheel 'zal verminderen', dat is toch om kouwe rillingen van te krijgen. Zo'n respect voor het geheel, maar ook voor zichzelf als rechtoplopend, woordendragend, uit zijn ogen kijkend wezen?

vroman.jpg

 

 

Psalm III

 

Systeem! Dat ik in ieder dier-

onze verliefdheid voel

en ik tot iedere muis of mier

fluister ('Liefste, kom eens hier')

is niet wat ik bedoel,

 

maar dat ik nu ook ieder blad

van iedere wilde plant

wil zoenen en wil aaien, dat

doet mij aan U vragen: wat

is er hier aan de Hand?

 

En nu ik ook om iedere steen

zo graag mijn armen sper,

zo maar om een rotsblok heen

en even in haar barstje - neen,

dat gaat Ons toch te ver?'

 

Systeem, ik ben maar één getal

en tel U nog niet goed,

maar dat ik U met mijn verval

zodra dat komt, verminderen zal,

vertel mij hoe dat moet,

 

O dat ik U met mijn verval

klein maar voorgoed verminderen zal,

waarom, waarom dat moet?

 

 

IMG_3826.JPG 

 

 

 

 

 

06-03-14

Prelude 4 (T.S.Eliot)

IMG_4151.JPG

 

 

Prelude IV (Eliot)

 

His soul stretched tight across the skies

That fade behind a city block,

Or trampled by insistent feet

At four and five and six o’clock;

And short square fingers stuffing pipes,

And evening newspapers, and eyes

Assured of certain certainties,

The conscience of a blackened street

Impatient to assume the world.

 

I am moved by fancies that are curled

Around these images, and cling:

The notion of some infinitely gentle

Infinitely suffering thing.

 

Wipe your hand across your mouth, and laugh;

The worlds revolve like ancient women

Gathering fuel in vacant lots.

*

Zijn ziel over een lucht getrokken

Die kwijnt achter een huizenblok,

Of onder zoveel voeten weggetrappeld

Als vier, als vijf, als zes uur luidt de klok;

En korte stompe vingers pijpen stoppen,

En avondbladen, en de ogen

Zo zeker van wat zekerheden,

Het geweten van een duistere straat

Ongeduldig om de wereld te veronderstellen.

 

Ik ben ontroerd door dromen die kringelen

Rond deze beelden, en zich vastklampen:

Het besef van iets oneindig vriendelijk

En oneindig lijdend.

 

Wrijf je hand over je mond, en lach;

De werelden draaien als vrouwen uit oude tijden

Die brandstof verzamelen in lege plekken.

 

"the notion of some infinitely gentle /  Infinitely suffering thing” : waarom ik door die woorden geraakt was? En ben?

Dat is de samenvatting van een mens in zijn diepte, de voorzichtige aanraking ook van al wat goddelijk is in hem...

Ondertussen wordt onze mensenziel over ondergaande luchten gespannen, in oude melancholie, rennen zoveel voeten voorbij op weg naar een huis waar de dromen wat luider zullen klinken, en blijven de uren opjagen waar ze maar kunnen. Maar dat is niets, wrijf maar over je gezicht en lach maar, al lopen we te zoeken in lege plekken naar wat ons warm moet maken, we geven niet op, we zijn die oude vrouwen die de geschiedenis van toen naar nu hebben gebracht, koppig als vrouwen zijn. Iemand moet het doen. Zij doen het.

04-03-14

T.S. Eliot

IMG_8140.JPG

 

Maandag 03.03. Hele dag met Eliot bezig geweest. Eerst de boeiende internetles van prof Nick Mount (universiteit Toronto) over The Waste Land. Wat mij daarin trof was Eliots visie dat achter de fragmenten realiteit die tegen ons aan botsen, oude verhalen verborgen zitten. Klassieke verhalen, middeleeuwse verhalen, bijbelse verhalen, mythologische verhalen. Dat is iets wat mij ook steeds duidelijker wordt, en waarom ik aan de hand van Willem Barnard de hele bijbel wil doorlezen. Vertalen is niet ‘strippen’, betoogt Barnard, ontdoen van al wat we niet (meer) begrijpen, omzetten in ons taaltje zoals vandaag veel gebeurt met oudere literatuur (hertalen noemt men dat, maar soms is het regelrecht herschrijven, leegschrijven). Lezen is volgens hem proberen, met moeite jawel, het vraagt tijd en studie, is proberen binnen te gaan in die oude taal, om weer wat mythologisch te leren denken, weer historisch te leren denken (al die verwijzingen maakten toch wel een groot bouwwerk, cfr de ‘constructie’ van de bijbelse boeken, waar zoveel joodse en christelijke geleerden hun leven aan hebben gewijd).

Ook trof mij Eliots “impersonal theory of poetry”, dat grote poëzie geboren wordt uit “the continual extinction of the personality”, zodat de dichter niet zijn persoonlijke wereld uitdrukt, maar toegang krijgt tot de vele gemeenschappelijke stemmen...

Die verschillende stemmen die Eliot in The Waste Land laat horen, herkennen die oude verhalen niet meer. Net zoals wij, lezers, ze niet meer herkennen en ons geconfronteerd zien met wat we dan maar een hermetisch gedicht noemen. Net die breuk in de geschiedenis is de grote droefheid die door het gedicht loopt, letterlijk door de Eerste Wereldoorlog in landschap, dorpen, steden en mensen gekerfd. Die versplintering zie je in alle kunst na WO1, bij ons bijvoorbeeld in de Van Ostaijen van Bezette Stad, waar de bominslagen letterlijk uitgebeeld worden in klank en lettertype en lay-out.

Maar boeiend is de eenheid die Eliot in die versplintering probeert aan te brengen: het verlangen namelijk naar een vrede die groter is dan we kunnen uitdrukken... Zo eindigt het gedicht trouwens. Dat verlangen zal Eliot een aantal jaren later ertoe brengen lid te worden van de Anglicaanse kerk: hij zocht zijn vrede-groter-dan-kan-worden-uitgedrukt in de traditie van zijn nieuwe vaderland.

Je zou heel de 20ste eeuw is het verhaal kunnen noemen van brokstukken waarachter een verhaal schemert: van de Ijzertoren en Guernica tot Irak, van de instorting van de grote godsdiensten en ideologieën (al spartelt het kapitalisme in blinde hoogmoed fel tegen) tot de trouweloze kiezer en zijn demagogische voorman, van nauwelijks nog geschiedenis- en literatuurles op school tot de plaatjesmedia, generaties zonder werk of op de vlucht, enzovoorts.

Maar Eliot is te somber, ik ben te somber als ik hem volg in zijn nostalgie. Geschiedenis is altijd al een verhaal van breuken geweest, en de oude verhalen zijn niet mooi rechtlijnig doorgegeven, soms zelfs helemaal vergeten onderweg. En de kracht van mensen om een tegenstem te laten horen is weergaloos: ik ging vorige week luisteren naar een jonge vrouw die al jaren bij AZG werkt als vroedvrouw en nu een hulpkreet liet horen over wat er gebeurt in de Centraal-Afrikaanse Republiek, over de onverschilligheid van de wereld voor een land zonder olie, ertsen, havens... Als we spreken over vrede, dan kunnen die mensen daar iets over zeggen... Gisteravond een jong koppel op wafelbakbezoek: ze hebben bewust geen televisie, geen auto, eten bewust, proberen bewust hun hele jonge leven te doorweven van het grotere verhaal van een aarde die voor ons kan zorgen als dat ook wederzijds is. En wat de oude verhalen betreft: zij studeert, tussen haar andere werk door, godsdienstwetenschappen. Niet om devoot een clerus te dienen, maar om die oude traditie met eigen ogen te leren zien en te begrijpen. En Patrick Lateur vertaalde de Ilias en de Odysee in prachtig vertrouwd klinkende jamben. En, en, en: er zijn zoveel hoopvolle en’s, allemaal kleine breuken waar het vroegere doorstroomt in het latere, zinvolheid is niet tegen te houden. “There’s a crack in everything, that’s how the light comes in,” zingt Leonard Cohen.

Ik las verder in Eliot en stootte op de vierde van zijn Preludes. Maar daarover een volgende keer meer.

 

IMG_8273.JPG

 

(foto: verlaten fabriek in Arques, Nord-Pas de Calais + kathedraal Bourges. Het ene oude verhaal, dat van de industrie, moet herdacht worden, het andere, dat van de Roomse kerk, ook)

 

28-02-14

Eén enkele noot...

sanderpiano2.JPG

 

http://youtu.be/tT19lmeMI6c

 

Valentina Lisitsa speelt een koraalprelude van Bach, Ich ruf zu dir, Herr, waarin Bach nog eens toont hoezeer hij zou willen opgaan in één enkele noot, opengaand in boven- en ondertonen, als het nooit eindigend geheim van een klankrijke betekenis die ons allemaal overstijgt, waar we geen uitleg voor hebben, enkel de bijna-volledigheid van die ene klank, telkens en telkens weer gezocht en herhaald, beluisterd in zijn diepten en hoogten...

Dit is niet het geloof van de dogma’s, noch van de instituten, maar van gegeven schoonheid en volheid, aan te raken in het aanslaan van een enkele, eenvoudige vinger, zoals de merel ’s avonds met zijn keel een hele wereld vult, zo dichtbij...

24-02-14

Ame

IMG_7113.JPG

 

 

Objets inanimés, avez-vous donc une âme

Qui s'attache à notre âme et la force d'aimer ?

Lamartine

 

IMG_7133.JPG

 

foto's: Abbaye de Sylvacane en Bonnieux, dorp in de buurt, Provence, Fr

 

20-02-14

kwatrijn

IMG_8751.JPG

 

 

 

Als de wind weer komt in vlagen

dan zeg ik: de wind, de wind.

Dat is alles wat ik heb geleerd.

Ik, kind.

 

 

18-02-14

kwatrijn

IMG_8775-001.JPG

 

 

Als ik doodga

neem ik een lichaam mee.

Ik zal het strelen

langs de zee.

 

IMG_8777.JPG

 

 

14-02-14

Parijs

IMG_8075.JPG

 

 

Parijs

 

Parijs is een plek voor hogere wiskunde

niet voor verdriet.

 

De kwadraten van de straten

het vraagstuk van deuren en schaduwen

 

optelsommen van balkons

de assen van liften en trappen. En

 

alle cijfers die in de klinkers losgelaten

worden en complexe getallen vormen

 

een soort fictie die groter is dan de vele

tastbare lichamen samen. En

 

de integralen van auto’s en raven

en de eenvoudige rekentechniek

 

van het water, dat oudste dier hier, dat

genoeg heeft aan wat mos en een richting.

 

Maar in de kamer van gordijn- en tafelschijn

vult de oude notaris zijn cryptogram in

 

tot het laatste woord, alsof orde een

moeilijke maar oplosbare erfeniszaak is

 

en de dag niet een datum maar een zaal

waar je alles ineens ziet, boeken

 

en voetstappen en het wonderlijkste licht

(van reizen en een vervuild deken op straat

 

en de nooit genoeg herhaalde verhalen

en de eerste vruchten van de boom).

 

En de oude Hongaarse schilderes (die

bij hem het stof afneemt van de kasten)

 

zij weet dat de stilte oude elegantie is

dat als ze straks samen koffie drinken

 

de dubbelmonarchie nooit verdwenen

is, en alle oorlogen ver weg.

 

Is dit dan verdriet? Jawel, zoals

alles verdriet is, de zacht geworden kamer

 

zowel als de jongste schoenen en het winkellied.

Alleen: die laatste weten het niet.

 

 

 

11-02-14

Enkel schuin

IMG_8772.JPG

10-02-14

recht en schuin

IMG_8756.JPG

08-02-14

ontploffinkjes

IMG_4417.JPG

 

 

Het blijft maar regenen vandaag, en ik vraag mij waar dat onophoudelijke murmelen mij aan doet denken. Een op heel laag toerental draaiende machine? Nee, eerder een mond met teveel speeksel, die moeite heeft om alles door te slikken? Nee, ook niet, daarvoor is de gelijkmatigheid te groot. Er is geen beeld. Ik hoor de ontelbaar kleine ontploffinkjes van de druppels op dak en boom en grond.

 

(foto: regen in de Schotse Highlands)

06-02-14

The Owl and the Pussy-cat (Edward Lear, 1812 - 1888)

lear 1.jpg



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

I

 

The Owl and the Pussy-cat went to sea

    In a beautiful pea green boat,

They took some honey, and plenty of money,

    Wrapped up in a five pound note.

The Owl looked up to the stars above,

    And sang to a small guitar,

'O lovely Pussy! O Pussy my love,

      What a beautiful Pussy you are,

          You are,

          You are!

What a beautiful Pussy you are!'

 

lear 2.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

II

 

Pussy said to the Owl, 'You elegant fowl!

    How charmingly sweet you sing!

O let us be married! too long we have tarried:

    But what shall we do for a ring?'

They sailed away, for a year and a day,

    To the land where the Bong-tree grows

And there in a wood a Piggy-wig stood

    With a ring at the end of his nose,

          His nose,

          His nose,

With a ring at the end of his nose.

 

lear 3.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

III

 

'Dear pig, are you willing to sell for one shilling

    Your ring?' Said the Piggy, 'I will.'

So they took it away, and were married next day

    By the Turkey who lives on the hill.

They dined on mince, and slices of quince,

    Which they ate with a runcible spoon;

And hand in hand, on the edge of the sand,

    They danced by the light of the moon,

          The moon,

          The moon,

They danced by the light of the moon.

 

 (beluister hier een prachtlezing:
podcast

04-02-14

Droom

IMG_0120.JPG

 

Gedroomd vannacht dat een oud stel voorbijkwam, hij voorovergebogen, zij wat kraniger. Hij citeerde Latijnse verzen, zij antwoordde met een Latijns citaat. Even dacht ik te vragen of ze elkaar in de oude taal ook om koffie vroegen, maar ik vond mijn grap te flauw voor dit unieke moment. Ook in je dromen kun je mensen tegenkomen die indruk maken, maar die je daarna nooit meer terug zult zien...

 

(foto: Basse Normandie)

01-02-14

Wellevendheid

IMG_7164.JPG

 

Iedereen vindt vandaag dat hij zijn zeg moet kunnen doen, zei Lieve gisteren in de auto, op weg naar Gent, en mede daardoor gaat beleefdheid achteruit. Ze had net verteld over de oudere man die haar twee keer bedankte omdat ze de stugge deur van het postkantoor voor hem open had gehouden, en ik had gezegd dat beleefdheid soms zoveel genoegen kan doen, een genot kan zijn, een beschavingsgenot.

Vroeger gebruikte men het woord wellevendheid als het om beleefdheid ging, zei ze nog. We kregen er zelfs les over, op school.

Vandaag floreren weer de boeken over hoe goed te leven, maar wat betekent wellevendheid anders dan letterlijk op een goede manier (‘wel’) te leven? Danken is niet sentimenteel, noch een nors voorrecht, maar delen van de rijkdom die menselijk respect nu eenmaal is, je wordt er rijker mens van, je zelfvertrouwen draait er soepeler van, en vlugger. Groeten is geen verplichting, maar delen in de rijkdom van menselijke aanwezigheid, je wordt een boom in plaats van een eenzaam blad. Laten voorgaan is geen zwakheid, maar het diepe besef dat leven geen bezit is, maar een spontaan krijgen, van moment tot moment zelfs, zo gaat het met jou, zo geef je het terug aan wie toevallig bij jou in de buurt is. Aandacht voor de juiste woorden en gebaren en kleren en houding en stemvolume en zwijgen is geen overdreven gehoorzaamheid, maar historisch inzicht dat een maatschappij het best zo geleefd kan worden, niet in chaos en moord en doodslag, maar in stijlvolle omgang, die soms de graad van schoonheid bereikt, in elk geval meer bezig is met genot en rust dan met spanning en conflict...

30-01-14

Mijn vaders werkjas (4)

IMG_8764.JPG

 

 

4

 

Misschien heeft die jas mijn vader wel bewaard

zoals je leven dat verdween bewaart

in foto’s, een halssnoer, een verhaal,

misschien hangt zijn jas daar nog, en

wijst de trap nu nog hoger, naar een leegte

te groot om verloren in te lopen,

geen omtrek meer als het licht verflauwt

geen geur meer van een jong dier

geen kleur die zijn gezicht aan mij vertelt

met speelse hand, zijn jongensvuist,

de plotse ren van hond en lach,

nee, een leegte nooit zo leeg als nu

omdat zijn jas daar hangt te wachten

en dat zal blijven doen, zolang ik hem zie

 

 

29-01-14

Mijn vaders werkjas (3)

IMG_8761.JPG

 

 

3

 

Die jas was een verzamelaar: hij hield mijn vader

vast die in het grote bed weer moeiteloos

verloren kon lopen, er klonken echo’s

van zijn stem als ik een plooi gladstreek,

hij hield het vel van de dieren vast, hoe

ze glansden, de kleuren die ze

in elk seizoen loslieten als overvloed,

hoe ze stonken, de geuren die hen

in leven hielden, die hen toestemming gaven

om te bewegen, te grazen, te verteren,

hij hielde de aarde vast, dit oude

donkere lijf dat zijn eenzaamheid niet

verdraagt en zich optrekt aan benen,

knieën, stijf geworden ruggen en tenslotte

in de mond gaat smaken als eigen bloed

 

 

28-01-14

Mijn vaders werkjas (2)

IMG_8763.JPG

 

2

 

Die jas naaide geuren aaneen tot een soort

nieuwe jas, die je aantrok om de trap op

te gaan, van de plavuizen en de keukendeur

de lucht in, schuilkleed en verzoening

en offer: je mocht tussen hemel en aarde

blijven wachten en toekijken hoe

oud dit gesprek, hoe mensen al ver voor je

betaald hadden met afgesleten planken, een

spleet in de muur, een schoorsteen verdunnend

als rook, heel dit voorzichtige gebed

van een huis, van stallen waarin de dieren

psalmodieerden met hun ketens en poten,

die dunne mummelende lijn tussen leegte te leeg

en grond te volkomen en vol

27-01-14

Mijn vaders werkjas, een sonnettencyclus (1)

 IMG_8765.JPG

 

 

MIJN VADERS WERKJAS een sonnettencyclus

 

1

Mijn vaders werkjas, aan de kapstok bij de zoldertrap,

hield wacht bij die gevangen hemels van

graan en muizen en astrologie van balken en de

van in het begin ontelbare daglichtsterren

flonkerend door de pannen, en kometen van

dansend stof, en een ether van grijs dat

je mocht inademen, waarin zwaardergrijze wolken

voorbij kwamen, aangestoken door het gieren van een wind

die, hoewel al jaren getemd en opgesloten,

nog zo wild kon huilen, dat het leek

of het huis ging drijven, schurend in

zijn groot gewicht, krakend in zijn holle buik,

een boot die niemand meer zou terugvinden

bij het krieken van de dag

 

 

 

24-01-14

Leven, sterker dan...

gelman.jpg

 

Deze week vier jaar geleden stierven Levi en Lara. Vier jaar, de leeftijd waarop gesprekken worden gevoerd, de schoolmuren ramen blijken te zijn, aan alle kanten takken uitschieten. Ach, heeft niet-bestaan ook groei?

 

Ik lees een in memoriam voor de Argentijnse dichter Juan Gelman, gisteren gestorven in ballingschap in Mexico. Hij zocht jarenlang naar de dode lichamen van zijn vermoorde zoon (20 jaar, gevonden) en diens zwangere vriendin (19, nooit teruggevonden). Een leven en een poëzie in het teken van te groot verdriet. Maar ook een sterk geloof om daar leven tegenover te plaatsen, in de vorm van woorden, maar ook van tastbare stukjes werkelijkheid:  een graf, resten van een lichaam, veroordeling van de beul, een land dat leert rouwen... Uiteindelijk bewees hij zijn geloof in het leven-dat-sterker-moet-zijn-dan-de-dood door na twintig jaar zijn kleindochter terug te vinden, opgegroeid in Uruguay (zijn schoondochter was net voor haar dood bevallen van een meisje...). Het leven vond hij terug. Maar nooit meer zijn vaderland...

 

De toneelspots van een morgenzon over buurmans dak, recht mijn bureau binnen, de slapende muisjes van groen mos op het dak voor mij oplichtend, de takken van de kerselaar voor mijn raam schilderend in het gulste beige, en mijn eigen hoofd omwikkelend met nog warme doeken.

22-01-14

Levi en Lara

IMG_3373-001.JPG

 

Vier jaar geleden stierven Levi en Lara Niesner-Vanhercke.

We bewaren hun kleine stille ziel.

Dit is de kloppende ziel van Elias, hun broer.

 

 

20-01-14

einders

IMG_4224.JPG 

Uitkijken over de hemels die ik vanuit mijn bureau kan bezien, doet mij goed. Alsof er een continuïteit in mijn leven zit die de veranderingen zichtbaar maakt. Ik ben nog altijd de kleine jongen die aan de achterkanten van huis en stallen en Duitse bunkers naar de horizon bleef kijken. Die grote natte canvassen, dat eindeloze licht, die boomtakken, die doffe en felle kleuren, die wind, ze waren er toen en ze zijn er nog altijd. Ik raap mezelf bijeen als ik over hemels uitkijk.

Het geren van de stad en haar straten: ook daar moet ik stilstaan tegen een gevel, of aan een zwaaideur, tot ik dat ene gezicht zie dat me raakt, of die weerspiegeling in een plas op het wegdek, of die stem hoor die een hele wereld meebrengt, al is het maar voor even.  Van teveel winkelramen die op elkaar gelijken, van teveel geroezemoes dat stationair draait, van teveel verkoopsters die allemaal dezelfde bewegingen lijken te maken, word ik zelf ontvreemd uit mijn eigen lichaam. Laat mij even achter de frons op hun voorhoofd kijken, alsof dat de vraag was die ik wilde maar niet mocht stellen. Laat mij binnengaan achter een voordeur, en ruiken aan een verhaal van jaren oud. Ik zat in de hall van een rusthuis pal in het centrum, met een bushalte voor de deur en auto’s die maar blijven langsrijden, en ik wachtte om buurman T. naar huis te brengen, en ik kon de oude voeten zien die voorbij kwamen, en hoe elk leven zijn eigen gewicht meedroeg, soms in een soort kramp, maar veel vaker als een soort dans. Vertraagd, verstild, dat wel, maar toch, je zou moeten oefenen om het te kunnen. Ik vermoed dat ik geschiedenisboeken heb gezien, en romans, en hier en daar ook een lied of een gedicht, en elk gezicht borg niet alleen schilderijen in haar of zijn hoofd, maar was er zelf ook een. In dat eenvoudige kwartiertje daar in die hall, met een kleine volle zwartharige Gents pratende vreemde vrouw aan de receptiebalie, zag ik genoeg einders om weer een eindje voort te kunnen.

 

(Foto: Brussel)

16-01-14

In Europa

IMG_7424.JPG

 

IN EUROPA

 

Tartu was een oud schilderij

vergeten in een lekkend depot

 

Venetië een bootje van vlekken licht

en laat geruis van kleren, jurken, ondergoed

 

Bergues een koppige rondedans van oude

vrouwtjes, en heren van stand

 

Santiago sleep zichzelf tot naald

voor een al te jonge lucht

 

Salamanca bond over haar borst een sjaal

van stof en witte schaduwen

 

Genua deed ons drinken

en geen hoek die ons niet kende

 

In York mochten we mee luiden

met de hemel, een zaterdagavond lang

 

In Oostende schoof de zee onder de dijk

de huizen vloeibaar van vergeten

 

Berlijn was een donkere kamer, maar

alle foto’s lichtten op, als we lang genoeg keken

 

De herinnering stonk in Praag naar bruinkool

vergeelde vitrines en poederkerken

 

Brussel was een vochtig woord, een arm

van oud vel, in een zijden mouw

 

Cork vertelde ons haar dromen

zong een scheef liedje achter de bar

 

In Thessaloniki becijferden ’s morgens vroeg

de vogels hoeveel de dag zou kosten

 

Braga groef ’s nachts

een gat voor de oceaan

 

In Palermo was de nacht een mozaïek

de steentjes vielen als zout op onze mond

 

In Boedapest leerden we dat het leven altijd

een andere naam meeneemt

 

om zich op tijd te kunnen verbergen

 

 

(foto: zeedijk Oostende)

 

10-01-14

een mooie dag

Mooie dag in Brussel gisteren. Henri Van de Velde bleek een meester-schoonheidsvinder. Zijn niervormige bureau maakte grote indruk: die onderbroken curve, die pootjes die nog even naar binnen gaan, die lijn rond het tafelblad die een kleine aanrollende golf lijkt, en breder wordt ze naarmate meer naar achter plooit (Van de Velde laat vaak lijnen aanzwellen en weer dunner worden), dat eikenhout dat de eeuwige jeugd lijkt te hebben...

Bij het bureau herkende ik Karen V., als gids van het museum uitleg gevend aan een groep vrouwen. Het was een kort maar prettig weerzien, dat iedereen van de groep in haar hoofdtelefoon kon meebeluisteren. Dag Guido, zei een van de vrouwen toen ze voorbij liep...

Ik kon Van de Velde op niks pompeus of smakeloos betrappen, behalve dan het allerlaatste stuk: dat plompe bureau voor koning Leopold 3.  Ook naar het einde stond daar de kop van de oude Van de Velde, in arduin (door Georges Minne probeer ik me te herinneren), een van de weinige geslaagde beelden die ik ooit zag in die dwarse steensoort. Een symbolisch einde: zo elegant als de man gekleed was op de foto’s, zo elegant als zijn art nouveau-kandelaars de tentoonstelling openden, zo onherkenbaar uitgezakt was zijn gezicht op het einde van zijn leven, getergd door klachten van collaboratie in eigen land wellicht, en door een leven van onophoudelijk werken en scheppen.

Daarna liepen we langs en in de Kapellekerk, en wou ik het graf van Bruegel zoeken. Er is geen graf, wel een plakkette met een tekst van Timmermans. Maar er was wel een stil makende Nuestra Signora de la solidad: een voorover gebogen (bijna voorover vallende) Madonna, als een treurende Spaanse vrouw in streng zwart gekleed, de handen in elkaar gewrongen van leed, zonder blozend kind aan de triomfantelijke borst, zoals Michel de Ghelderode schrijft in dat merkwaardige fragment uit Sortilèges dat bij het beeld stond. Daarin schrijft De Ghelderode over eenzaamheid, over zijn eenzaamheid, en hoe hij troost vindt door ze te delen bij dit beeld, zwijgzaam bij elkaar gezeten. Dit beeld zou door de Spanjaarden in de tachtigjarige oorlog zijn meegebracht en achtergelaten

jacob pins.jpg

Tenslotte, in het Joods Museum, ontdekken we een houtgraveur van wereldformaat: Jacob Pins. Even overweeg ik kunstdief te worden, maar ja, je moet daar voor opgeleid zijn. Dan maar zo aandachtig als mogelijk kijken en blijven kijken en opnieuw kijken. 

Een mooie dag, zei ik. Er was zon en nu valt de regen. Maar het is niet koud, de dagen rekken zich al weer wat uit, en met de forensen lopen we naar de Kunstberg, naar ons paard dat onder de Koninklijke Bibliotheek wacht op zijn meesters. Voor we de parkeergarage ingaan, zie ik dat Elizabeth nog altijd met veel bewondering opkijkt naar Albert.

We sluiten de dag bij nicht Y. Ze is 82, maar heeft de leergierigheid van een jong meisje behouden, gekoppeld aan de wijsheid van haar leeftijd. Als ze Franse, Duitse gedichten uit het hoofd opzegt, straalt haar gezicht, omdat ze zelf hoort wat een mooie muziek ze maakt. Als we samen vertaalde gedichten lezen en foto's bekijken op deze blog, straalt haar gezicht, omdat ze de muziek hoort die daar wordt gemaakt...

De nacht is gevallen en in de donkere auto in de donkerte buiten op weg naar huis denk ik: dit was een mooie dag. En nog geen twee minuten later zegt Lieve het luidop, met bijna dezelfde woorden. Ook dat is mooi, dat bewustzijnen zich blijkbaar ook buiten de grenzen kunnen uitstrekken...

06-01-14

Onweer

20100402_1284.JPG

 

Het onweer komt aangerend vanuit het westen met een stampede van grijszwarte wolken. Ik zie ze pas als ik de verwaaide bliksems opmerk, en dan nog dacht ik eerst dat een lamp aan het doodgaan was, hetzelfde nerveuze trekken.

Maar het is echt rennen. Vanuit het grote westen halen handen snel en efficiënt een laken over de wereld, een donker doek, maar er blijft een vreemd licht achter branden, tot het grijszwart ivoorkleurig wordt, van een heel licht ivoor.

Wind vlaagt in korte hevige stoten, de vogels zijn de lucht uit, zie ik, en als er ene voorbij komt, is het laag door de straat, behalve die koppigaard die weer zijn zin moet doen en als een dweil over de daken flapt.

En dan de regen, nog feller dan de wind, tot er waaiers op de daken botsen, hevig in hun glooi, en dan niet meer, en dan weer. De bliksems nemen nu de hele hemel in, maar onscherp geworden door dat laken, alsof er een operarepetitie bezig is waar oningewijden niet welkom zijn.

En dan, dan zakt het geweld even vlug ineen als het gekomen is. Er zijn wolken zoals wolken om deze tijd van het jaar meestal zijn, een aquarel van donkergrijs dat onregelmatig opdroogt. Dan tikt de regen zoals regen meestal tikt, wat zenuwachtige vingers op het vensterraam.

Dan, waw, wat is dit verrassend, gaan spectaculaire spots aan in datzelfde westen, warm van geeloranje, alsof het gordijn toch open mocht, en we iets mogen zien van de opvoering erachter. Heel het westelijk halfrond baadt nu in overvloedig zonlicht, ik zie het slechts tegen een voorgrond van zwarte daken, en etsen van bomen, maar het is waw, jawel.

En dan, even vlug als de storm over ons liep, zakt ook dit te grote licht weg, tot een rand boven de huizen, tot bijna niets meer, een laatste fade out.

En dan staat overal tussen de huizen, zoals elke avond, het duister van de nacht.


(vrijdag 03.01)

03-01-14

Wens

IMG_0100.jpg

 

 

Nieuwjaarswensen zijn een ritueel als een ander: een poging om ongrijpbaarheden toch te grijpen. We weten wel dat kennis en geleerdheid ons zullen redden, meer dan wensen, en dat solidariteit onze andere armen en voeten zijn. Maar ons ware verlangen (dat in onze verloren blik speelt als we staren, of op de bus wachten; dat in onze droom zijn stem verheft; dat ons hoofd laat vollopen, soms zonder aanleiding)  kan niet gemeten, noch gepland worden. Ons ware verlangen heeft te maken met dat bewustzijn dat in en voor ons uit drijft, dat we mens geboren zijn, een lichaam rechtop hebben, een hoofd dat zoveel weet en onthoudt, en tonen kan laten horen die ons bedwelmen. Dat bewustzijn is groot voor een kleine mens alleen.

Is er iemand dan die opstaat, ons aankijkt en zegt dat het goed is? Is er iemand die zijn arm op onze arm leggen wil? Is er iemand die daarmee de zinloosheid wil verdrijven, van een overvloed die ons niet kent? Niet kennen wil, omdat we maar een uiterlijke vorm zijn? Een omtrek, toevallig met een naam, da’s al meer dan de abeel die maar abeel is, soortnaam, lid van een kaste. Maar toch, bestaan is zo groot dat iemand ons moet zeggen dat wij niet zomaar vervangbaar zijn, blad tussen de andere bladeren, consument tussen de andere consumenten, identiteitskaart tussen de andere identiteitskaarten. Iemand moet ons zeggen dat we, in deze dunne vorm van ons, de hele wereld samenvatten. Dat bestaan een oud spoor is dat we verder zetten, een oud lied dat helemaal opnieuw wil klinken, een dag die de som is van alle mogelijkheden tot nu toe, een schaduw die niemand ooit zag.

Daarom is het goed dat we elkaar van alles toewensen. Woorden zijn gebaren waarvan we het begin noch het einde kennen. Alleen dit al: dat we in ons klankgeworden betekenissen meedragen die tijd en ruimte doorkruisen, alsof het niets is. We ademen van woorden zoals we ademen van een grote lucht. Er zijn grenzen in ons, en er zijn einders. Die laatste zijn elke dag een uitdaging. Vreugde en verwarring. Laten we maar meehelpen, een beetje toch, aan elkaars vreugde...


30-12-13

Sostenuto (Nasos Vayenas, Griekenland)

IMG_8907-001.jpg


Sostenuto

Násos Vayenás

 


Raak met je hand de hemel aan.
Neem het stof van de sterren af.
Klim op de hoogste tak. Zing.
Bedek met je hand de stad.
Verf de duisternis groen. Of oranje.
Drink het water van de zee tot de laatste teug.
Buig het leven zoals rondtrekkende worstelaars
het ijzer buigen op het marktplein.
Begin het heelal van voren af aan – eerst met leem
en met slijk.
Steek dezelfde rivier twéémaal over.
Maak vuur van ijzer. Steen van sneeuw.
Zeg mij dat niets onmogelijk is.
Zeg mij dat niets onmogelijk is.


(foto : Elias, door Thomas Vanhercke)

27-12-13

Een gedicht van Nazim Hikmet

IMG_4208.JPG

Nog een soortement Kerstgedicht. In elk geval gaat het over de nooit aflatende aanwezigheid van nieuwe kansen, nieuwe geboorte...

De Turkse dichter Hikmet zat jarenlang in de gevangenis voor zijn communistische sympathieën.

Daar hield hij een soort dagboek-in-gedichten bij voor zijn geliefde vrouw. Vandaar de titel van dit gedicht.

Het gevangeniskarakter kleurt dat 'adventsgevoel' nog extra bij...

 





24 september 1945
     
Nazim Hikmet


De mooiste zee
is de zee die we nog niet gezien hebben.

Het mooiste kind
is het kind dat nog niet geboren is.

De mooiste dag
is de dag die we nog niet beleefd hebben.

En het mooiste woord dat ik je wil zeggen
is het woord dat ik nog niet gezegd heb. 

 


Toen het gedicht onlangs luidop voorlas, zei ik achteraf: ik heb de klemtoon in de laatste regel verkeerd gelegd. Ik beklemtoonde 'niet', terwijl ik eigenlijk 'nog' had moeten beklemtonen. 'Nog': dat ik dat mooiste woord wel zal vinden, ooit, en zal uitspreken...

Nee, zei Lieve, die 'niet' is voor mij belangrijker. Die 'niet', zei ze, is dat het mooiste woord nog altijd niet is uitgesproken, misschien nooit gevonden of uitgesproken zal worden...

Dat was helemaal zoals ik haar ken. Zij leeft met het besef dat ze nooit genoeg hulde zal kunnen brengen aan dat 'mooiste' dat in haar leeft. Het is niet voldoende dankbaar te zijn voor al wat je krijgt en nog krijgt, je moet het bijhouden en je herinneren en benoemen. Dan vraagt ze of ik me dit nog herinner, en wat we toen tegen elkaar zeiden. En soms is het maar aankijken, of een lichte spottende lach, of een kus met die lippen van een bloem. Maar altijd: dat er zoveel is dat zij, uitgerekend het meisje dat het nooit verwachtte, kreeg en krijgt, en dat zij dat in elk geval nooit ten gronde zal beseffen. Het is haar onophoudelijke strijd tegen de melancholie van het leven:  je houdt het niet alleen niet bij, maar je beseft het ook nauwelijks in zijn diepte...

En ik, ik ben de jongen die rechtstaat, zijn armen in de grote lucht steekt en roept: 'nog niet, maar let op, het komt, het komt...'

 

25-12-13

Kerstgedicht van Ed Hoornik (1910-70)

IMG_3606.JPG


    Van de Westertoren tot de wolkenkrabber

    Ed Hoornik

 

Van de Westertoren tot de wolkenkrabber

riepen de klokken de nachtstad wakker.

 

Toen zijn de mensen kerkwaarts gegaan,

in de wintertijd bij een watermaan,

 

in de vlagende kou met gebogen ruggen,

over de krakende ijzel der hoge bruggen;

 

en zelfs de zwerver in zijn lompenpak

hief zijn hoofd naar de dieren en de voederbak.

 

Want elk jaar opnieuw vloeien vreugde en smart

in de witte bloem van een kinderhart.

 

Nu kom ook ik voor uw kribbe staan,

- het ene kind kijkt het andere aan -

 

en diep in mijn ogen brandt Amsterdam

met de rode lichten van de Munt en de Dam.

 

Nu vind ik u arm en van alles ontdaan,

net als de kinderen van de Jordaan,

 

in een bedstee geboren bij wastobbedamp,

en het zieke licht van een olielamp.

 

O, Kind, dat geen wieg en geen warmte had,

kom dicht aan het hart van deze donkere stad.

 

Kom in de stegen van het havenkwartier

bij meisjes en schooiers in hun roekeloos vertier,

 

kom voor de kozijnen van de stempellokalen,

en de knuppel van de agenten bij het uitbetalen,

 

en bij de Chinezen in de Bantammerstraat,

waar op de muur een godslastering staat,

 

en op de vlieringen van de logementen,

bij het lugubere kaartspel om gebedelde centen,

 

bij de zwangere vrouw in de polikliniek,

wier weeën begonnen op het terrein van de fabriek,

 

en op het Stationsplein in de portieken

waar ook in de Kerstnacht mensen verzieken.

 

O, Kind, aan de wereld als Verlosser beloofd,

de stad vergaat aan mijn doodziek hoofd.

 

Boven de kazernes in Wijk Oost brandt een ster,

maar Bethlehem en de herders zijn ver.

 

De herders hadden een droom en een lied,

wij hebben niets dan ons dagelijks verdriet...

 

Hoog gloeien de lichten op de Munt en de Dam,

maar een kind dwaalt verloren door Amsterdam.


(foto: Mont-devant-Sassy, Maasvallei, bij Verdun, Fr)

 

24-12-13

grijs

IMG_7340-001.JPG

 


Zaterd 21.12

De lucht is vandaag een monochroom van grijs. Een plaat, voor de verten geschoven door een sterke maar fantasieloze hand. En van de weeromstuit (haha, wat een woord) worden ook de daken en de gevels en de bomen en de auto’s uitgeknipte prentjes, netjes tegen elkaar gekleefd, dat wel, maar zo zonder ziel.  Dan zijn de menselijke monochromen toch wel van een andere orde. Maar geen slaaf die daar boven iets vraagt. Ze doen maar, de fabriek draait en het grijs rolt van de band.

 

Dins 24.12

Dat was zaterdag. Vandaag jagen de wolkenbanden over het zwerk als een armada in volle oorlogsstrijd. Lange schepen zijn het, onderaan zwaarder donker- en boven wat lichter grijs, om rechtop te blijven in het hemelgeweld. De regen zwiept tegen het vensterraam, de wind glijdt gierend voorbij, valt stil en neemt dan weer een aanloop.  Er zijn duidelijk hogere belangen in het spel, maar zoals gewoonlijk begrijpen de mindere stervelingen als boom en gras en mens daar nauwelijks iets van. Zelfs het licht is vandaag slechts noodverlichting, enkel aangezet om nergens tegen te lopen. Voor de rest, dat wil zeggen de mensenwereld onder dat gewoel, moet alles het blijven doen met die twee dimensies, wat vandaag een slordige collage van verloren vormen oplevert: dak op straat, en boom op lucht en hier en daar een mens die denkt dat hij geen schim is, maar echt beweegt...